Na 28 zomers in Frankrijk wilde mijn vrouw ineens de wereld rond — en onze vriendengroep trok een grens
Ik heb de Excel nog op mijn laptop staan. “Frankrijk 2025”, met tabbladen voor de huisjes, de tol, de boodschappen en wie de barbecue meeneemt. Ik had hem in november aangemaakt, zoals ik dat al jaren doe.
Alleen staat er nu in rij 3, naast onze namen: ‘niet mee’.
Ik ben 63, mijn vrouw Marijke is 61. Sinds we begin dertig waren gaan we met dezelfde groep weg: wij, Peter en Els, Henk en Ria, en vroeger ook Kees en Anja, totdat Kees overleed. Anja komt nog steeds mee, in haar eigen autootje, vaak met haar kleindochter een paar dagen erbij.
Het is nooit een chique vakantie geweest. Meestal een groot huis ergens in de Dordogne of de Ardèche. Te veel slaapkamers, een zwembad waarvan op de foto altijd blijkt dat het kleiner is dan verwacht, plastic tuinstoelen die net niet lekker zitten. De mannen doen alsof ze verstand hebben van wijn. De vrouwen trouwens ook. We koken om beurten, al liep dat in de praktijk vaak uit op Els die toch nog even ‘iets erbij’ maakt.
Het fijne was juist dat niemand boven de ander stond. Peter verdiende jarenlang meer dan ik bij de gemeente, Henk had een eigen installatiebedrijf, wij hadden periodes dat het krapper zat. Maar op vakantie deelden we alles gewoon door zes. Als iemand een dagtrip te duur vond, deden we iets anders. Daar werd niet moeilijk over gedaan.
Marijke werkte tot afgelopen voorjaar als teamleider in een verpleeghuis. Ze heeft het daar lang naar haar zin gehad, maar de laatste jaren kwamen er steeds meer roosters, tekorten en gedoe met managementlagen. Ze kwam ’s avonds thuis en zat dan nog met haar jas aan op de bank naar haar telefoon te kijken.
Toen ze de mogelijkheid kreeg om vervroegd te stoppen, hebben we er lang over gepraat. Financieel kon het. Niet riant, maar we hebben geen hypotheek meer en ik werk nog drie dagen per week. Ik zag vooral rust voor haar. Minder slecht slapen, minder huilen om bewoners die ze te weinig aandacht kon geven.
De eerste weken thuis knapte ze zichtbaar op. Ze ging zwemmen, paste vaker op onze twee kleinkinderen, ruimde eindelijk de berging op waar ik al tien jaar omheen liep. Maar op een dinsdagmiddag zei ze ineens: “Ik wil niet nog twintig jaar wachten met alles wat ik eigenlijk wil zien.”
Ik dacht dat ze het over een stedentrip had. Lissabon misschien. Japan stond al langer op haar lijstje.
Maar ze had zich ingelezen. Een reis van bijna drie maanden. Singapore, Australië, Nieuw-Zeeland, een stuk Japan en afsluiten in Canada. Niet backpacken, want daar hebben we allebei geen zin meer in. Gewoon goede hotels, binnenlandse vluchten waar het praktisch is, af en toe een georganiseerde excursie. Ik schrok vooral van het bedrag.
“Dat is onze buffer,” zei ik.
“Niet helemaal. En wat is het nut van een buffer als we alles bewaren voor later, terwijl we nu nog gezond genoeg zijn?”
Ik had daar niet direct antwoord op. Marijke heeft gelijk dat ik altijd denk in onderhoud aan het huis, een eventuele nieuwe auto, dingen die misschien misgaan. Zij denkt de laatste tijd juist aan wat er nog mogelijk is.
Toen kwam Frankrijk ter sprake.
De reis zou precies samenvallen met de twee weken in augustus waarin we met de groep weggaan. Marijke zei dat ze niet begreep waarom dat zo’n probleem moest zijn. “We zijn één keer niet mee, Bas. Eén keer. Die mensen zijn toch niet ineens verdwenen?”
Voor mij voelde het niet als één keer. Misschien omdat ik wist hoe lang we hierover hadden gedaan. Iedereen stuurt links rond, we stemmen af op schoolvakanties van kinderen en kleinkinderen, op doktersafspraken, op ieders portemonnee. De vakantie zelf is eigenlijk maar een onderdeel. Het begint al in januari met de appjes.
Ik vertelde het uiteindelijk in onze groepsapp. Ik typte eerst iets over ‘een bijzondere kans’ en verwijderde dat weer, omdat het klonk alsof Frankrijk geen bijzondere kans was. Uiteindelijk schreef ik gewoon dat Marijke en ik een lange reis wilden maken en daarom dit jaar niet meegingen.
Peter reageerde met een duimpje. Ria stuurde: ‘Wauw, doen!’ Anja schreef dat ze het ons gunde.
Ik dacht: zie je wel.
Twee dagen later zaten we bij Peter en Els aan de keukentafel. Er stond koffie met zo’n stukje boterkoek dat Els altijd veel te dik snijdt. Het gesprek begon rustig. Els wilde weten welke landen precies. Peter vroeg of we al naar vaccinaties hadden gekeken. Maar ik merkte dat er iets onder zat.
Toen zei Henk, die later binnenkwam en zijn jas niet eens uittrok: “Het is natuurlijk jullie geld en jullie leven. Maar doe niet alsof het alleen om één vakantie gaat.”
Marijke keek hem aan. “Wat bedoel je daarmee?”
Hij ging zitten, maar hij bleef met zijn sleutelbos draaien. “Jullie hebben het er de laatste tijd vaak over dat je nu eindelijk wat meer kunt uitgeven. Mooie hotels, verre reizen. Prima. Alleen wij zitten straks met een huis dat we misschien alleen kunnen betalen als we er anderen bij vragen. Dat verandert gewoon de groep.”
Marijke werd rood. Niet van schaamte, eerder van boosheid. “Dus we mogen niet reizen omdat jullie dat niet willen of kunnen betalen?”
“Dat zegt hij niet,” zei Els snel.
Maar eerlijk gezegd begreep ik wel wat Henk bedoelde. Niet dat we toestemming nodig hadden. Wel dat onze vaste plek in die groep ineens minder vanzelfsprekend werd. Alsof wij de gezamenlijke regel veranderden zonder te zeggen dat we hem veranderden.
Marijke zei dat ze dertig jaar nachtdiensten, weekenddiensten en altijd maar aanpassen achter de rug had. Dat ze niet nog eens moest gaan wachten tot iedereen hetzelfde kon of wilde. Ze zei ook dat ze zich schuldig gemaakt voelde om iets waar ze juist blij van werd.
Dat kwam hard binnen, want ik had haar inderdaad steeds laten voelen dat Frankrijk voor mij zwaarder woog dan haar reis. Niet expres. Maar toch.
Peter bleef lang stil. Hij keek naar zijn koffie en zei toen: “Bas, jij moet zelf weten wat je doet. Maar als dit voortaan zo gaat, moeten we misschien stoppen met doen alsof we een vaste groep zijn. We kunnen niet elk jaar alles om jullie plannen heen bouwen en dan horen dat jullie ergens anders zitten.”
Het was geen dreigement, denk ik. Eerder verdriet dat er als irritatie uitkwam.
Marijke zei niets meer op de terugweg. Thuis zette ze haar schoenen uit en vroeg of ik werkelijk dacht dat zij zich kleiner moest maken zodat iedereen zich prettig voelde.
Ik zei dat ik dat niet vond. Maar ik zei ook dat vriendschap soms betekent dat je rekening houdt met wat iets bij anderen oproept.
“En ik dan?” vroeg ze. “Moet ik weer rekening houden met iedereen?”
Daar had ik weer geen goed antwoord op.
We hebben de wereldreis uiteindelijk geboekt. Niet alles even luxe als in haar eerste plan, trouwens. We vliegen minder binnenlands en we hebben een paar hotels geschrapt. Dat was mijn voorwaarde, of misschien mijn angst. Ik weet het verschil niet meer zo goed.
De groep gaat deze zomer alsnog naar Frankrijk, met de zoon van Henk en Ria en zijn vriendin erbij om de kosten rond te krijgen. In de app is het stiller dan anders. Els stuurt foto’s van mogelijke huisjes. Ik kijk ze allemaal. Soms druk ik een hartje, soms vergeet ik het expres en krijg ik daar vijf minuten later spijt van.
Vorige week stuurde Peter mij apart een bericht: ‘Zullen we na jullie reis eens een biertje doen? Zonder hele commissie erbij.’
Ik heb teruggestuurd dat dat goed is.
Marijke lag die avond naast me met filmpjes van Nieuw-Zeeland op haar telefoon. Ze draaide het scherm naar mij toe en zei: “Kijk dan, Bas. Dit gaan we echt zien.”
Ik zei dat het prachtig was. En dat vond ik ook.
Daarna opende ik, toen zij al sliep, nog één keer die Excel van Frankrijk. Niet om iets te veranderen. Gewoon omdat ik niet wist of ik hem moest bewaren of verwijderen.