Ik wilde alleen mijn telefoon op stil zetten, maar vond de waarheid: hoe de berichten van mijn man met zijn familie ons huwelijk bijna verwoestten
‘Waarom heb je mijn telefoon aangeraakt, Marieke?’
Zijn stem trilt, maar niet van angst. Van woede. Ik sta in de keuken, mijn handen nog nat van het afwassen, en kijk hem aan. ‘Ik wilde hem alleen op stil zetten, omdat hij bleef trillen. Ik had niet verwacht…’
‘Niet verwacht wat?’ Bast hij. Zijn ogen schieten vuur. ‘Dat je mijn privacy zou schenden?’
Ik slik. Mijn hart bonkt in mijn keel. In mijn hoofd echoën de woorden die ik net gelezen heb, de berichten tussen hem en zijn moeder, zijn zus, zelfs zijn vader. Over mij. Over ons huwelijk. Over hoe ik ‘altijd zo moeilijk doe’, hoe ik ‘nooit tevreden ben’, hoe ik ‘alles controleer’. Ik voel me naakt, alsof ze allemaal door me heen kijken.
‘Ik… ik wist niet dat je zo over mij praatte,’ fluister ik. Mijn stem klinkt vreemd, alsof hij niet bij mij hoort.
Hij draait zich om, loopt de woonkamer in en laat me achter met het geluid van de druppelende kraan en mijn eigen ademhaling.
Het is nu een week geleden dat ik die berichten las. Sindsdien is ons huis koud geworden. We praten niet meer, behalve over praktische dingen als: ‘Wie haalt Lotte van school?’ of ‘Heb je boodschappen gedaan?’ Zelfs Lotte merkt het. Ze kijkt ons aan met grote ogen, haar stem zachter dan normaal.
Gisteravond hoorde ik haar zachtjes tegen haar knuffel praten: ‘Papa en mama zijn boos.’
Ik weet niet meer wie ik ben in dit huis. Alles wat vanzelfsprekend was – samen eten, samen lachen, zelfs samen zwijgen – is weg. Ik voel me een indringer in mijn eigen leven.
Mijn gedachten dwalen terug naar die middag. Ik wilde alleen maar rust. Mijn telefoon was leeg, dus pakte ik die van hem om het geluid uit te zetten. Maar toen zag ik het scherm oplichten: een bericht van zijn moeder. ‘Heb je het haar al verteld?’ stond er.
Nieuwsgierigheid won het van mijn schuldgevoel. Ik opende het gesprek. Wat ik las, sneed door mijn ziel.
‘Ze begrijpt het gewoon niet, mam,’ schreef hij. ‘Ze denkt dat alles altijd perfect moet zijn.’
Zijn moeder antwoordde: ‘Misschien moet je haar eens goed duidelijk maken dat ze niet alles kan bepalen.’
En dan zijn zus: ‘Je verdient beter, broer. Je hoeft je niet te laten commanderen.’
Ik voelde me verraden. Niet alleen door hem, maar door zijn hele familie. Al die jaren dacht ik dat we samen waren tegen de rest van de wereld. Maar nu voelde het alsof ik tegenover een muur stond waar ik nooit doorheen zou komen.
Die avond probeerde ik met hem te praten.
‘Waarom vertel je hen zulke dingen over mij?’ vroeg ik zachtjes terwijl Lotte boven sliep.
Hij keek me niet aan. ‘Omdat ik ook iemand nodig heb om mee te praten.’
‘Maar waarom zo? Waarom maak je me zwart?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Misschien omdat jij nooit echt luistert.’
Die woorden deden meer pijn dan alles wat ik in de berichten had gelezen.
De dagen daarna probeerde ik te doen alsof alles normaal was. Ik maakte ontbijt voor Lotte, bracht haar naar school, werkte thuis aan mijn freelance opdrachten. Maar alles voelde zwaar, alsof er een steen op mijn borst lag.
Mijn moeder belde gisteren. Ze hoorde meteen aan mijn stem dat er iets mis was.
‘Is het weer zover?’ vroeg ze voorzichtig.
Ik wilde sterk zijn, maar de tranen kwamen vanzelf.
‘Ik weet het niet meer, mam,’ snikte ik. ‘Misschien ben ik echt zo moeilijk als ze zeggen.’
Ze zweeg even en zei toen: ‘Je bent niet moeilijk, Marieke. Je bent gewoon jezelf. Maar soms… soms moet je elkaar opnieuw leren kennen.’
Die woorden bleven hangen in mijn hoofd terwijl ik die nacht wakker lag naast een man die verder weg leek dan ooit.
Vandaag is het zaterdag. Lotte zit aan de keukentafel te tekenen. Ik hoor haar zachtjes zingen terwijl ze met haar stiften over het papier gaat.
Wouter – zo heet hij voluit, maar iedereen noemt hem Woet – zit op de bank met zijn laptop op schoot. Af en toe kijkt hij op als Lotte iets vraagt, maar mij ontwijkt hij.
Ik besluit dat het zo niet langer kan.
‘Woet,’ begin ik aarzelend.
Hij kijkt op, zijn ogen moe.
‘We moeten praten.’
Hij zucht diep en klapt zijn laptop dicht.
‘Over wat?’
‘Over ons,’ zeg ik zachtjes. ‘Over wat er is gebeurd.’
Hij kijkt naar Lotte en knikt dan richting de tuin. We lopen naar buiten, waar de lucht zwaar hangt van de regen die elk moment kan vallen.
‘Ik voel me verraden,’ begin ik. ‘Niet alleen door jou, maar door iedereen die belangrijk voor je is.’
Hij kijkt weg, schopt tegen een steentje.
‘Het was nooit mijn bedoeling om je pijn te doen,’ zegt hij uiteindelijk. ‘Maar soms… soms voel ik me ook alleen in dit huis.’
Die woorden raken me onverwacht hard.
‘Alleen? Met mij en Lotte?’
Hij knikt langzaam. ‘Jij hebt altijd alles onder controle. Je regelt alles, beslist alles… Soms voelt het alsof er geen ruimte voor mij is.’
Ik wil protesteren, maar ergens weet ik dat hij gelijk heeft. Ik ben altijd degene die lijstjes maakt, planningen opstelt, zelfs bepaalt wat we eten en wanneer we op vakantie gaan.
‘Waarom heb je dat nooit gezegd?’ vraag ik zachtjes.
Hij haalt zijn schouders op. ‘Omdat jij altijd zo sterk bent. Alsof niets je kan raken.’
We staan zwijgend naast elkaar terwijl de eerste regendruppels vallen.
‘En nu?’ vraag ik uiteindelijk.
Hij kijkt me aan, voor het eerst echt sinds dagen.
‘Ik weet het niet,’ zegt hij eerlijk. ‘Misschien moeten we hulp zoeken.’
Het idee schrikt me af en stelt me tegelijk gerust. Misschien is er nog hoop voor ons.
We lopen terug naar binnen, waar Lotte ons aankijkt met haar grote blauwe ogen.
‘Gaan jullie weer lachen?’ vraagt ze hoopvol.
Ik kniel bij haar neer en trek haar tegen me aan.
‘We gaan ons best doen, lieverd,’ fluister ik in haar haar.
’s Avonds schrijf ik dit allemaal op in mijn dagboek. Ik weet niet of we hier samen uitkomen. Maar misschien is eerlijkheid – hoe pijnlijk ook – de enige weg vooruit.
Hebben jullie ooit zoiets meegemaakt? Hoe vind je elkaar weer terug als alles kapot lijkt? Misschien is delen wel de eerste stap naar heling.