Met Z’n Allen in Mijn Kleine Studio: Een Nacht Die Alles Veranderde

— Ben je helemaal gek geworden, Anne?! Waar moet ik in godsnaam met al jullie koffers heen? — Mijn stem trilde, terwijl ik de telefoon steviger vastgreep. Mijn hand beefde, niet alleen van woede, maar ook van pure paniek. — Ik heb een studio, hoor je me? Een studio! En jullie zijn met z’n vieren?!

— Mam, doe nou rustig! — Anne’s stem klonk schor, alsof ze al uren had gehuild. — We zijn maar met z’n drieën. Krijn is in Utrecht gebleven, hij moet werken. Het is alleen ik, Joris en Lotte.

Ik liet mezelf op de versleten bank vallen. De geur van oude koffie en het geluid van de regen tegen het raam vulden de kamer. Mijn hoofd tolde. Anne, mijn dochter, die ik al maanden nauwelijks sprak, stond nu ineens op het punt om met haar gezin bij mij in te trekken? In mijn piepkleine studio in Amsterdam-Noord?

— Anne… — begon ik zachter. — Wat is er gebeurd? Waarom kom je niet gewoon even langs om te praten?

Er viel een stilte aan de andere kant van de lijn. Toen hoorde ik haar snikken.

— Joris is zijn baan kwijt. We kunnen de huur niet meer betalen. En… ik kon nergens anders heen.

Mijn hart brak een beetje. Ik dacht aan vroeger, aan hoe Anne als klein meisje altijd haar handje in de mijne stak als ze bang was. Maar nu voelde ik vooral angst. Angst voor wat deze situatie zou doen met ons allemaal.

Een uur later stonden ze voor de deur. Anne met wallen onder haar ogen, Lotte die zich verlegen achter haar moeder verschool, en Joris die probeerde te glimlachen maar faalde. Drie koffers en een plastic tas met speelgoed.

— Kom binnen, — zei ik schor. — Zet je spullen maar daar neer.

De eerste avond was ongemakkelijk. Lotte wilde niet slapen zonder haar knuffelbeer, die natuurlijk ergens onderin een koffer zat. Joris zat zwijgend op het krukje bij het raam en staarde naar buiten. Anne probeerde te helpen in de keuken, maar alles was te klein voor twee mensen.

— Mam, waar kan ik de melk neerzetten? — vroeg ze zacht.

— Gewoon op het balkon, het is koud genoeg buiten, — antwoordde ik kortaf.

We aten in stilte. De regen tikte nog steeds tegen het raam. Na het eten probeerde ik een gesprek te beginnen.

— Dus… hoe lang denken jullie hier te blijven?

Anne keek me aan met rode ogen.

— Ik weet het niet, mam. Tot we iets anders vinden. Het spijt me echt.

Ik knikte, maar voelde de frustratie opborrelen. Dit was mijn plek, mijn vrijheid. En nu moest ik die delen met mensen die ooit mijn alles waren, maar nu vreemden leken.

Die nacht lag ik wakker op de bank, terwijl Anne en Joris op het matras op de grond sliepen en Lotte tussen hen in lag te woelen. Ik hoorde hun gefluister:

— We hadden haar eerder moeten bellen…

— Ze is boos, Anne. Geef haar tijd.

— Ik voel me zo schuldig…

Ik draaide me om en staarde naar het plafond. Mijn gedachten gingen terug naar vroeger, naar de dag dat Anne vertrok naar Utrecht met Krijn. Ze wilde vrijheid, haar eigen leven. En nu stond ze weer hier, afhankelijk van mij.

De volgende ochtend was het huis gevuld met spanning. Joris probeerde werk te zoeken via zijn laptop, maar het internet viel steeds uit. Lotte wilde spelen maar struikelde steeds over koffers en tassen.

— Mam, mag ik naar buiten? — vroeg ze zachtjes.

Ik keek naar haar grote blauwe ogen en voelde mijn hart smelten.

— Natuurlijk, lieverd. Kom, we gaan samen naar het park.

In het park vertelde Lotte me dat ze bang was dat haar ouders gingen scheiden.

— Papa en mama maken altijd ruzie, oma. En nu huilen ze veel.

Ik slikte mijn tranen weg en trok haar dicht tegen me aan.

Thuis aangekomen trof ik Anne huilend aan in de keuken.

— Het spijt me zo, mam… Ik weet dat ik je teleurgesteld heb. Maar ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen.

Ik legde mijn hand op haar schouder.

— Je hebt me niet teleurgesteld, Anne. Maar dit is ook niet makkelijk voor mij.

Die middag barstte de bom tijdens het avondeten.

— Waarom help je ons niet gewoon? — riep Joris ineens uit het niets. — We zitten hier vast! Je doet alsof wij indringers zijn!

Ik voelde mijn gezicht rood worden van woede.

— Indringers? Dit is mijn huis! Ik heb altijd alles voor jullie gedaan! En nu moet ik weer alles opgeven?

Anne sprong tussen ons in.

— Stop! Dit helpt niemand!

Lotte begon te huilen en rende naar de badkamer. Ik hoorde de deur dichtslaan en voelde me ineens zo klein en machteloos.

Die nacht kon niemand slapen. Ik hoorde Joris en Anne fluisteren over scheiden, over geldproblemen, over hoe alles mis was gegaan sinds Joris zijn baan verloor bij de gemeente.

De volgende ochtend zat ik aan tafel met een kop lauwe koffie toen Anne naast me kwam zitten.

— Mam… wil je alsjeblieft eerlijk zijn? Wil je dat we weggaan?

Ik keek haar aan en zag mezelf terug in haar ogen: dezelfde angst, dezelfde trots.

— Ik weet het niet meer, Anne… Ik wil jullie helpen, maar ik ben ook bang dat ik mezelf verlies.

We huilden samen, voor het eerst in jaren echt samen gehuild.

Een week later vond Joris eindelijk een tijdelijke baan als pakketbezorger in Amsterdam-West. Ze vonden een kleine sociale huurwoning aan de rand van de stad. Op de dag dat ze vertrokken stonden we samen bij de deur.

— Dank je wel, mam… voor alles,
fluisterde Anne terwijl ze me omhelsde.

Toen ze weg waren bleef ik achter in mijn stille studio. De koffers waren weg, maar hun geur hing nog in de lucht: een mengeling van hoop en wanhoop.

Nu zit ik hier alleen en vraag ik me af: Heb ik genoeg gedaan? Of ben ik ergens onderweg mezelf kwijtgeraakt? Wat zou jij doen als je moest kiezen tussen jezelf en je familie?