Mijn Onzichtbare Bescherming

— Waarom neem je niet gewoon op, Iris? — De stem van mijn moeder klonk scherp, bijna snijdend, terwijl ze in de deuropening stond. Haar armen over elkaar, haar blik onverbiddelijk.

Ik keek naar mijn telefoon, die voor de zoveelste keer oplichtte met de naam van mijn broer: “Daan”. Mijn duim zweefde boven het scherm. — Omdat ik niet wéér wil horen dat ik alles verpest heb, mam, — fluisterde ik, nauwelijks hoorbaar.

Ze zuchtte diep, draaide zich om en sloeg de deur achter zich dicht. Het geluid galmde na in mijn kleine kamer in Utrecht-Oost. Ik voelde de tranen prikken, maar ik weigerde ze te laten stromen. Niet nu. Niet weer.

Mijn telefoon bleef trillen. Daan gaf nooit op. Sinds papa vorig jaar was overleden, was hij veranderd in een soort controlefreak. Alsof hij dacht dat hij nu de man des huizes was. Alsof ik niet zelf kon beslissen wat goed voor me was.

Ik stond op en liep naar het raam. Buiten fietsten studenten langs, lachend, hun leven ogenschijnlijk zorgeloos. Ik vroeg me af hoe het voelde om zo licht te zijn. Om niet elke dag te moeten kiezen tussen loyaliteit aan je familie en trouw blijven aan jezelf.

Plotseling hoorde ik beneden de voordeur dichtslaan. Mijn moeder riep: — Iris! Kom NU naar beneden! — Haar stem trilde van woede of misschien van angst. Ik wist het niet meer.

Met lood in mijn schoenen liep ik de trap af. In de woonkamer zat Daan al op de bank, zijn handen in elkaar gevouwen. Zijn ogen waren rood door het gebrek aan slaap of misschien door tranen die hij niet wilde laten zien.

— Iris, we moeten praten, — zei hij zonder op te kijken.

Ik bleef staan, mijn armen over elkaar, net als mam eerder. — Waarover? Over het feit dat jullie vinden dat ik alles verkeerd doe? Dat ik niet genoeg ben? — Mijn stem brak halverwege.

Mam kwam naast me staan en legde haar hand op mijn schouder. — Lieverd, we maken ons gewoon zorgen om je. Sinds je met die Jasper omgaat…

Ik draaide me abrupt om naar haar toe. — Jasper heeft hier niks mee te maken! Hij is de enige die me begrijpt!

Daan stond op en liep naar me toe. — Iris, hij is niet goed voor je. Je bent veranderd sinds je met hem omgaat. Je bent afstandelijker, prikkelbaarder… Je komt nauwelijks nog thuis.

Ik voelde de woede in me opborrelen. — Misschien omdat ik hier niet mezelf kan zijn! Jullie willen allemaal dat ik perfect ben, maar dat ben ik niet! Ik ben gewoon… moe.

Er viel een ongemakkelijke stilte. Mam keek naar Daan, Daan keek naar mij. Niemand wist wat te zeggen.

Toen hoorde ik ineens mijn kleine zusje Roos zachtjes huilen boven aan de trap. Ze was pas twaalf en begreep waarschijnlijk niets van onze ruzies, maar voelde alles haarfijn aan.

Ik liep naar haar toe en sloeg mijn armen om haar heen. — Het spijt me, Roosje, — fluisterde ik in haar haar.

Ze snikte: — Waarom zijn jullie altijd boos?

Ik wist geen antwoord.

Die avond lag ik wakker in bed. Mijn gedachten tolden rondjes: Jasper, mijn familie, papa die er niet meer was… Alles voelde zwaar en uitzichtloos.

Mijn telefoon trilde opnieuw. Een appje van Jasper: “Kom je? Ik mis je.” Zonder na te denken trok ik mijn jas aan en sloop het huis uit.

De lucht was koud en vochtig toen ik door de verlaten straten fietste naar Jaspers appartement aan de Oudegracht. Toen hij de deur opendeed, trok hij me meteen in zijn armen.

— Wat is er gebeurd? — vroeg hij zacht.

Ik barstte in tranen uit. Alles kwam eruit: mijn angst om niet genoeg te zijn, mijn woede op Daan en mam, het gemis van papa.

Jasper luisterde zwijgend en aaide over mijn haar. — Je hoeft niet perfect te zijn voor mij, Iris. Je bent genoeg zoals je bent.

Die woorden deden pijn en gaven troost tegelijk. Want waarom kon ik dat thuis niet geloven?

De weken daarna werd het thuis steeds ongemakkelijker. Mam sprak nauwelijks nog tegen me; Daan stuurde alleen nog korte berichtjes als: “Eten om zes.” Roos probeerde me op te vrolijken met tekeningen en briefjes onder mijn deur: “Iris is lief” of “Kom je samen thee drinken?”

Maar ik voelde me steeds verder wegdrijven van alles wat ooit vertrouwd was geweest.

Op een avond kwam ik thuis en hoorde ik mam huilen in de keuken. Ik bleef in de gang staan luisteren.

— Ik weet niet meer wat ik moet doen met Iris, — hoorde ik haar zeggen tegen mijn tante Marijke aan de telefoon. — Ze glipt tussen mijn vingers door sinds Henk er niet meer is… Ik ben zo bang dat ik haar kwijtraak.

Mijn hart brak een beetje bij die woorden. Misschien was mam ook gewoon bang en verdrietig.

Die nacht droomde ik van papa. Hij zat aan de keukentafel met een kop koffie en lachte naar me zoals alleen hij dat kon: warm en geruststellend.

— Je hoeft niet alles alleen te doen, meisje, — zei hij in mijn droom.

Toen ik wakker werd, voelde ik een soort rust die ik lang niet had gevoeld.

De volgende ochtend besloot ik met mam te praten. Niet schreeuwen, niet verwijten, gewoon praten.

Ze zat aan tafel met een kop thee toen ik binnenkwam.

— Mam… kunnen we even praten?

Ze keek op, haar ogen rood van het huilen.

— Natuurlijk, lieverd.

Ik vertelde haar alles: over mijn gevoel van tekortschieten, over Jasper die me steunde maar ook over hoe verloren ik me voelde zonder papa.

Mam pakte mijn hand vast en kneep erin.

— Ik ben ook bang geweest om jou kwijt te raken, Iris. Sinds papa weg is… weet ik soms niet meer hoe ik er voor jullie moet zijn.

We huilden samen. Voor het eerst in maanden voelde het alsof we elkaar echt zagen.

Daan kwam binnen en keek verbaasd naar ons. Even dacht ik dat hij weer boos zou worden, maar toen kwam hij bij ons zitten en sloeg zijn arm om me heen.

Roos kwam erbij staan met een grote mok warme chocolademelk voor iedereen.

We zaten daar met z’n vieren aan tafel: gebroken maar samen.

Het leven is nog steeds ingewikkeld. Jasper en ik zijn uit elkaar gegaan omdat ik besefte dat ik eerst mezelf moest vinden voordat ik iemand anders kon liefhebben.

Maar thuis is het anders nu. We praten meer, luisteren beter naar elkaar. Soms denk ik nog steeds dat ik tekortschiet, maar dan herinner ik me papa’s woorden uit mijn droom: “Je hoeft niet alles alleen te doen.” Misschien is dat wel het enige wat echt telt.

Hebben jullie je ooit zo verloren gevoeld binnen je eigen familie? Wat zou jij doen als je moest kiezen tussen jezelf zijn of voldoen aan de verwachtingen van anderen?