De storm in mijn hart: Het geheim van de oude dijk

‘Je liegt, Marieke! Je liegt tegen ons allemaal!’ De stem van mijn broer Bastiaan galmt nog na in de hal, terwijl ik trillend mijn handen om de koude deurklink klem. Buiten raast de storm, het water klotst tegen de oude dijk die ons dorpje aan de rand van de IJssel beschermt. Maar binnen is het minstens zo onstuimig.

Ik ben Marieke van Dijk, 34 jaar, oudste dochter van een familie die al generaties lang op deze boerderij woont. Mijn moeder, Janna, zit met haar handen in het haar aan de keukentafel. Mijn vader, Willem, is sinds vorig jaar dood – een ongeluk op het land, zeggen ze. Maar niemand praat er graag over. Sindsdien is alles anders. De stilte tussen ons is dikker dan het klei op onze laarzen.

‘Marieke, luister naar Bastiaan,’ fluistert mijn zusje Anouk, haar ogen groot van angst. ‘We moeten eerlijk zijn. Anders… anders loopt het slecht af.’

Ik slik. Ze weten niets. Ze weten niet dat ik vannacht iemand heb binnen gelaten. Iemand die niet welkom is in deze tijden van paniek en wantrouwen. Iemand die alles op het spel zet.

Het begon allemaal toen het water begon te stijgen. De radio kraakte: ‘Code rood voor Overijssel en Gelderland. Blijf binnen, zoek hoger gelegen plekken op.’ Maar ik kon niet slapen. De wind gierde door de kieren en ik dacht aan papa, hoe hij altijd zei dat de dijk ons zou beschermen zolang we maar samen bleven.

Rond middernacht hoorde ik geklop op het raam. Eerst dacht ik dat het de regen was, maar toen hoorde ik een stem: ‘Help… alsjeblieft…’

Ik sloop naar beneden, mijn hart bonkte in mijn keel. Door het beslagen raam zag ik een man staan, druipend nat, zijn gezicht half verborgen onder een kapotte regenjas. Hij was niet van hier – dat zag ik meteen. Zijn accent was anders, zijn blik te wanhopig.

‘Wie ben je?’ fluisterde ik toen ik het raam opendeed.

‘Mijn naam is Pieter… Pieter Mulder,’ hijgde hij. ‘Ze zitten achter me aan… Ik heb niets meer…’

Ik aarzelde. In deze dorpen vertrouwt niemand een vreemdeling, zeker niet als het water stijgt en iedereen bang is voor plunderaars. Maar iets in zijn ogen deed me besluiten hem binnen te laten.

‘Kom snel,’ zei ik zacht.

Ik bracht hem naar de oude schuur achter het huis, gaf hem droge kleren van papa en wat brood. Hij at alsof hij dagen niet gegeten had.

‘Waarom ben je hier?’ vroeg ik voorzichtig.

Hij keek me lang aan. ‘Ik heb iets gezien wat ik niet had mogen zien… bij de dijk. Ze willen me het zwijgen opleggen.’

‘Wie?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Alsjeblieft… vertrouw niemand.’

Die nacht sliep ik nauwelijks. Ik hoorde Bastiaan beneden praten met buurman Koen over gestolen spullen en vreemden die rondzwerven door het dorp. Mijn maag draaide om.

De volgende ochtend stond Bastiaan plotseling voor me in de schuurdeur. ‘Wat doe jij hier?’ snauwde hij tegen Pieter.

Ik sprong ertussen. ‘Hij… hij zocht alleen maar onderdak voor de nacht.’

Bastiaan keek me vernietigend aan. ‘Weet je wel wat je doet? Je brengt ons allemaal in gevaar!’

Pieter stond op, zijn handen omhoog. ‘Ik wil niemand kwaad doen.’

Maar Bastiaan duwde hem ruw naar buiten. ‘Wegwezen! En jij,’ hij wees naar mij, ‘je hebt geen idee wat je hebt aangericht.’

Die dag werd Pieter opgepakt door de dorpsagent, meneer Smit. Ik zag hoe ze hem meenamen, zijn blik vol wanhoop op mij gericht.

‘Waarom deed je dat?’ vroeg Anouk die avond zachtjes toen we samen afwassen.

‘Omdat hij hulp nodig had,’ fluisterde ik terug.

‘En nu? Nu denkt iedereen dat wij samenspannen met vreemden.’

De dagen daarna werd het dorp steeds grimmiger. Mensen fluisterden als ik langs liep. Moeder durfde nauwelijks nog naar buiten. Bastiaan sprak niet meer tegen me.

Op een avond kwam buurman Koen langs. Zijn gezicht stond strak.

‘Marieke, mag ik even met je praten?’

Ik knikte en volgde hem naar buiten, waar de lucht zwaar hing van onweer.

‘Jij weet meer over wat er bij de dijk is gebeurd, hè?’ vroeg hij plotseling.

Mijn hart sloeg over. ‘Wat bedoel je?’

‘Er is iets mis met die dijk. Jouw vader wist dat ook… Daarom is hij dood.’

Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. ‘Wat zeg je nou?’

Koen boog zich dichter naar me toe. ‘Er zijn mensen in dit dorp die liever zwijgen dan toegeven dat ze fouten hebben gemaakt bij het onderhoud van de dijk. Pieter heeft iets gezien – net als jouw vader.’

Alles viel op zijn plek. Papa’s dood was geen ongeluk geweest…

Die nacht kon ik niet slapen. Ik dacht aan Pieter in zijn cel, aan papa die altijd zei dat eerlijkheid het belangrijkste was – zelfs als niemand je gelooft.

De volgende ochtend besloot ik naar agent Smit te gaan.

‘Ik wil aangifte doen,’ zei ik met trillende stem.

Hij keek me wantrouwend aan. ‘Waarvan?’

‘Van corruptie bij het dijkbestuur… en misschien zelfs moord.’

Het werd stil in het kleine politiebureau.

‘Weet je wel wat je zegt, Marieke?’ vroeg hij zacht.

‘Ja,’ zei ik vastberaden.

Het onderzoek dat volgde verdeelde het dorp nog verder. Oude vrienden werden vijanden, families vielen uit elkaar. Maar uiteindelijk kwam de waarheid boven tafel: er was gesjoemeld met geld voor de dijkversterking en mijn vader had dat ontdekt – net als Pieter.

Pieter werd vrijgelaten en kwam afscheid nemen voordat hij vertrok naar een andere provincie.

‘Dankjewel,’ zei hij zacht terwijl hij mijn hand vasthield.

‘Het spijt me dat ik je niet beter heb kunnen beschermen,’ fluisterde ik terug.

Hij glimlachte droevig. ‘Je hebt gedaan wat niemand anders durfde.’

Nu, jaren later, loop ik nog vaak langs de dijk waar alles begon. Soms vraag ik me af: had ik anders moeten handelen? Was het mijn schuld dat mijn familie uiteenviel? Of was dit de enige manier om recht te doen aan papa’s nalatenschap?

Wat zou jij hebben gedaan als je moest kiezen tussen familie en waarheid? Zou jij durven spreken als iedereen zwijgt?