Tot de Laatste Cent: Een Moederhart in Tweestrijd
‘Als het moet, geef ik mijn laatste cent aan mijn moeder. Mijn schoonmoeder kan zichzelf wel redden. Ik ben haar niets verplicht.’
De woorden galmen nog na in de kleine woonkamer van ons rijtjeshuis in Amersfoort. Jeroen kijkt me aan, zijn ogen donker van woede en onbegrip. ‘Hoe kun je dat nou zeggen, Marieke? Ze is óók familie.’
Ik voel mijn hart bonzen in mijn keel. Mijn handen trillen terwijl ik de lege koffiekopjes van tafel veeg. ‘Familie? Ze heeft me nooit als dochter behandeld. Altijd dat oordeel, altijd dat gefluister achter mijn rug.’
‘Dat is niet waar,’ sist Jeroen. ‘Ze bedoelt het goed. Ze is gewoon… anders dan jouw moeder.’
Ik lach schamper. Mijn moeder, Els, is alles voor me. Sinds papa overleed, is ze mijn rots, mijn veilige haven. Ze past op Louis, onze pasgeboren zoon, terwijl ik probeer te herstellen van de bevalling en Jeroen zich terugtrekt in zijn werk. Mijn schoonmoeder, Ria, komt alleen langs als het haar uitkomt – meestal met kritiek op hoe ik het huishouden run of Louis verzorg.
De spanning tussen Jeroen en mij is om te snijden sinds ik met zwangerschapsverlof ben. Ik voel me opgesloten in huis, gevangen tussen de zorg voor Louis en de verwachtingen van iedereen om me heen. Jeroen werkt lange dagen bij de gemeente en lijkt steeds verder van me af te drijven.
‘Je weet dat Ria het moeilijk heeft sinds je schoonvader is overleden,’ zegt Jeroen zachter. ‘Ze voelt zich eenzaam.’
‘En mijn moeder dan?’ snauw ik terug. ‘Zij heeft niemand meer behalve mij. En nu Louis. Ze vraagt nooit iets, maar ze geeft alles.’
Jeroen zucht diep en loopt naar het raam. Buiten regent het zachtjes; de druppels tikken ritmisch tegen het glas. ‘We kunnen niet altijd kiezen wie we helpen, Marieke. Soms moet je gewoon doen wat juist is.’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. Wat is juist? Is het juist om alles te geven aan degene die altijd voor je klaarstaat? Of moet ik mezelf opofferen voor een schoonmoeder die me nooit echt heeft geaccepteerd?
De dagen verstrijken in een waas van slapeloze nachten en eindeloze discussies. Louis huilt veel; ik voel me uitgeput en alleen. Mijn moeder komt elke ochtend met verse broodjes en een glimlach die haar verdriet maskeert. Ze neemt Louis over zodat ik even kan douchen of slapen.
Op een middag – het huis ruikt nog naar de appeltaart die mama heeft gebakken – staat Ria onverwacht op de stoep. Ze draagt een plastic tas met boodschappen en kijkt me strak aan.
‘Ik dacht dat je wel wat hulp kon gebruiken,’ zegt ze zonder omhaal.
Ik knik ongemakkelijk en laat haar binnen. Ze zet de tas neer en begint meteen te wijzen op de rommel in de gang en de vlekken op het aanrecht.
‘Je moet echt beter je best doen, Marieke,’ zegt ze terwijl ze haar jas ophangt. ‘Louis verdient een schone omgeving.’
Mijn moeder kijkt me aan, haar ogen vol medelijden én woede. Ik voel me klein worden, alsof ik weer een kind ben dat op haar kop krijgt.
‘Ria,’ zegt mama zacht maar beslist, ‘Marieke doet haar uiterste best. Misschien kun je haar gewoon even laten uitrusten?’
Ria snuift. ‘Vroeger deden wij alles zelf, zonder hulp van onze moeders.’
De spanning stijgt tot het ondraaglijk wordt. Ik vlucht naar boven met Louis in mijn armen, zijn warme lichaampje tegen mijn borst gedrukt.
Later die avond barst de bom tussen Jeroen en mij.
‘Waarom kun je niet gewoon normaal doen tegen mijn moeder?’ roept hij vanuit de keuken.
‘Omdat ze me behandelt als een kind! Omdat ze nooit iets positiefs zegt! Omdat ik kapot ben, Jeroen!’ schreeuw ik terug.
Hij gooit een theedoek op het aanrecht en draait zich om. ‘Misschien moet je eens nadenken over hoe zij zich voelt.’
Ik tril van woede en verdriet. ‘En jij dan? Denk jij ooit aan hoe ík me voel?’
Het blijft stil.
Die nacht lig ik wakker naast een slapende Jeroen. Ik luister naar zijn ademhaling en vraag me af wanneer we elkaar zijn kwijtgeraakt. Was het na de geboorte van Louis? Of al daarvoor?
De volgende ochtend besluit ik met mama te praten.
‘Mam,’ begin ik aarzelend terwijl we samen koffie drinken aan de keukentafel, ‘voel jij je ooit jaloers op Ria?’
Ze glimlacht droevig. ‘Nee lieverd, maar ik maak me wel zorgen om jou. Je geeft zoveel… soms denk ik dat je jezelf vergeet.’
Ik slik moeizaam. ‘Ik weet niet meer wat goed is, mam.’
Ze pakt mijn hand vast. ‘Luister naar je hart, Marieke. Maar vergeet niet: je hoeft niet iedereen gelukkig te maken ten koste van jezelf.’
Die woorden blijven hangen als Jeroen thuiskomt met slecht nieuws: Ria is gevallen en heeft haar pols gebroken.
‘Ze kan niet alleen zijn,’ zegt hij gespannen. ‘We moeten haar helpen.’
Mijn maag draait om. Ik weet wat er nu van mij verwacht wordt: dat ik voor Ria ga zorgen, terwijl ik zelf nauwelijks overeind blijf.
De weken daarna zijn een hel. Ik pendel tussen ons huis, mama’s flatje en Ria’s appartement aan de rand van de stad. Overal wordt er iets van me verwacht; nergens kan ik gewoon mezelf zijn.
Op een avond barst ik in tranen uit bij mama.
‘Ik kan niet meer, mam! Iedereen wil iets van me, maar niemand vraagt hoe het met míj gaat!’
Ze slaat haar armen om me heen en wiegt me zachtjes heen en weer zoals vroeger.
‘Je bent niet alleen, meisje,’ fluistert ze.
Maar zo voelt het wel.
Jeroen lijkt steeds meer begrip te krijgen voor zijn moeder en steeds minder voor mij. We praten langs elkaar heen; onze gesprekken zijn verworden tot verwijten en stiltes.
Op een dag – het regent weer – zit ik met Louis op schoot naar buiten te staren als Jeroen thuiskomt.
‘We moeten praten,’ zegt hij zonder omhaal.
Mijn hart slaat over.
‘Ik weet niet of dit nog werkt zo,’ zegt hij zachtjes. ‘We maken elkaar kapot.’
Ik knik langzaam; ergens wist ik dat dit moment zou komen.
‘Misschien moeten we even afstand nemen,’ fluister ik.
Hij pakt zijn jas en vertrekt zonder nog iets te zeggen.
Die nacht lig ik alleen in bed, Louis naast me in zijn wiegje. Ik luister naar zijn zachte ademhaling en vraag me af waar het misging – bij mij, bij Jeroen, bij onze families?
De weken daarna leer ik langzaam weer ademhalen zonder constant te geven tot ik leeg ben. Mama blijft komen; Ria belt soms voor hulp, maar ik stel grenzen – eindelijk.
Soms vraag ik me af: had ik meer moeten geven? Of juist minder? Wanneer mag je kiezen voor jezelf zonder egoïstisch te zijn?
Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen loyaliteit aan je eigen moeder of de verwachtingen van je schoonfamilie? Wanneer is genoeg genoeg?