Jaren in het buitenland voor hun toekomst: Ik kocht mijn kinderen een huis, maar ze lieten me niet eens binnen
‘Papa, waarom ben je nu pas terug?’ De stem van mijn dochter, Marieke, klinkt kil door de telefoon. Ik sta op het perron van station Amersfoort, mijn koffer naast me, de regen tikkend op het metalen dak. Mijn hart bonkt in mijn keel.
‘Ik… ik moest werken, lieverd. Voor jullie. Zodat jullie het goed zouden hebben.’ Mijn stem trilt. Ik hoor haar zuchten.
‘We hebben het goed, pap. Maar we hebben je niet nodig.’
De lijn wordt verbroken. Ik blijf staan, de telefoon nog tegen mijn oor gedrukt. Mensen haasten zich langs me heen, hun jassen opgehesen tegen de wind. Niemand kijkt op of om. Niemand ziet hoe ik langzaam in elkaar zak op het bankje, mijn hoofd in mijn handen.
Mijn naam is Willem van Dijk. Ik ben 62 jaar en heb het grootste deel van mijn leven gewerkt in Duitsland en België als lasser op grote bouwprojecten. Mijn vrouw, Anja, bleef thuis in Amersfoort met onze kinderen: Marieke en Tom. Ik was er zelden bij verjaardagen, nooit bij schoolvoorstellingen. Maar elke maand stuurde ik geld naar huis. Genoeg om een huis te kopen voor mijn kinderen, zodat zij nooit zouden hoeven worstelen zoals ik.
Toen Anja overleed aan borstkanker, was ik in Hamburg. Ik kwam te laat voor haar laatste adem. Marieke was toen 18, Tom 16. Ze keken me niet aan op de begrafenis. ‘Je was er nooit,’ fluisterde Marieke toen iedereen weg was. ‘Nu hoef je ook niet te blijven.’
Maar ik bleef. Ik werkte nog drie jaar door, spaarde elke cent die ik kon missen. Toen kocht ik een huis voor Marieke en Tom, een mooie twee-onder-een-kap in een rustige wijk in Amersfoort. Het huis stond op hun naam, want ik wilde dat ze zich veilig voelden, dat ze wisten dat ik altijd aan hen dacht.
Toen ik eindelijk met pensioen ging, keerde ik terug naar Nederland. Ik had een klein appartementje gehuurd in de buurt van hun huis. De eerste keer dat ik langsreed, zag ik Marieke in de tuin staan met haar vriend Jasper en hun dochtertje Lotte. Tom was er ook, druk pratend met zijn vriendin Sanne. Ze lachten samen, gooiden een bal over naar Lotte die gierde van het lachen.
Ik bleef staan bij het hek, mijn hart vol hoop en angst tegelijk. Misschien… misschien kon ik nu deel uitmaken van hun leven.
‘Pap?’ Marieke keek op, haar ogen smalend. ‘Wat doe je hier?’
‘Ik… ik wilde even kijken hoe het met jullie gaat.’
Tom draaide zich om en haalde zijn schouders op. ‘We hebben het druk, pap.’
‘Mag ik… mag ik binnenkomen? Even zitten?’
Marieke schudde haar hoofd. ‘Nee pap. Dit is ons huis nu. We willen rust.’
Ik voelde iets breken in mij. Het huis dat ik voor hen had gekocht, de jaren die ik had opgeofferd… alles leek ineens zinloos.
De weken daarna probeerde ik contact te zoeken. Appjes bleven onbeantwoord, telefoontjes werden genegeerd. Op een dag stond ik voor de deur met een bos bloemen voor Marieke’s verjaardag. Jasper deed open.
‘Willem… misschien is het beter als je wat afstand houdt,’ zei hij zachtjes.
‘Maar… het is haar verjaardag…’
‘Ze wil geen contact.’
Ik bleef staan op de stoep terwijl hij de deur sloot.
’s Nachts lag ik wakker in mijn kleine appartementje. De stilte was oorverdovend. Ik dacht aan de avonden in Hamburg, alleen op mijn kamer na een lange werkdag, dromend van thuiskomen bij mijn gezin. Maar nu ik eindelijk thuis was, voelde alles vreemder dan ooit.
Op een dag besloot ik Tom op te zoeken bij zijn werk in Utrecht. Hij werkt als IT’er bij een groot bedrijf aan de rand van de stad.
‘Pap? Wat doe je hier?’ Zijn stem klinkt ongemakkelijk als hij me ziet staan bij de ingang.
‘Ik wilde gewoon even praten… samen koffie drinken?’
Hij kijkt om zich heen, alsof hij hoopt dat niemand hem ziet met mij.
‘Ik heb geen tijd, pap. Echt niet.’
‘Tom… waarom willen jullie me niet zien? Heb ik iets verkeerd gedaan?’
Hij zucht diep en kijkt me eindelijk aan.
‘Je was er nooit toen we je nodig hadden. Nu hebben we geleerd zonder jou te leven.’
Ik slik en knik langzaam.
‘Maar… alles wat ik deed was voor jullie.’
‘Misschien had je minder moeten geven en meer moeten zijn.’
Die woorden snijden dieper dan welk mes dan ook.
De dagen worden weken, de weken maanden. Ik zie Marieke soms lopen met Lotte naar school, altijd snel, altijd doelgericht. Soms zwaai ik voorzichtig vanuit de verte; ze kijkt nooit terug.
Op een avond zit ik in het parkje vlakbij hun huis als Lotte langsfietst met haar moeder.
‘Opa!’ roept ze vrolijk als ze me ziet.
Marieke trekt haar snel mee verder.
‘Niet doen Lotte, we moeten door.’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen.
Op een dag krijg ik post van de notaris: Marieke en Tom willen het huis verkopen. Ze hebben geld nodig voor hun eigen gezinnen, schrijven ze in een korte brief erbij.
Ik loop naar hun huis en bel aan. Dit keer doet niemand open. Door het raam zie ik dozen staan; ze zijn al begonnen met inpakken.
De buren kijken me medelijdend aan als ik weer wegloop.
’s Avonds drink ik een glas jenever alleen aan tafel en blader door oude fotoalbums: Marieke als baby in mijn armen, Tom die lacht op zijn eerste fietsje, Anja die straalt naast mij op ons trouwfeest.
Waar is het misgegaan? Had ik moeten blijven? Had geld minder uitgemaakt dan liefde?
De volgende ochtend besluit ik een brief te schrijven aan Marieke en Tom:
‘Lieve kinderen,
Ik weet dat ik veel gemist heb in jullie leven en dat spijt me meer dan woorden kunnen zeggen. Alles wat ik deed was uit liefde voor jullie, maar misschien heb ik niet gezien wat jullie echt nodig hadden: een vader die er was, niet alleen geld of een huis. Ik hoop dat jullie ooit begrijpen waarom ik deed wat ik deed – en dat er misschien nog een plek voor mij is in jullie leven.
Liefs,
Papa’
Ik weet niet of ze ooit zullen antwoorden.
Soms loop ik langs hun oude huis en stel me voor hoe het zou zijn geweest als alles anders was gelopen – als ik gewoon thuis was gebleven, als Anja niet ziek was geworden, als we samen oud waren geworden met onze kinderen dichtbij.
Is liefde iets wat je kunt kopen? Of is aanwezigheid belangrijker dan alles wat je kunt geven?
Wat denken jullie? Hebben mijn kinderen gelijk? Of had ik recht op hun liefde na alles wat ik heb opgeofferd?