Mijn schoonmoeder probeerde mijn dochter weg te nemen, maar verloor haar zoon
‘Je denkt toch niet echt dat jij haar moeder kunt zijn?’ Ans’ stem sneed door de stilte van de vroege ochtend. Ik stond in de keuken, mijn handen trilden terwijl ik de melk voor Maud inschonk. Het was 05:12 uur. Wie stond er nu op dit tijdstip op? Mijn schoonmoeder dus, blijkbaar, om me nog voor zonsopgang het gevoel te geven dat ik faalde.
‘Ans, alsjeblieft, het is vroeg. Laten we Maud niet wakker maken,’ fluisterde ik, hopend dat mijn stem niet zou breken. Maar Ans keek me aan met die kille blik die ik inmiddels zo goed kende sinds we bij haar waren ingetrokken, na het verlies van mijn baan en het faillissement van onze kleine bakkerij in Utrecht.
‘Je bent zwak, Zosia. Je laat alles gebeuren. Je dochter verdient beter dan dit.’ Haar woorden waren als messen. Ik voelde de tranen prikken, maar ik wilde niet huilen waar zij bij was. Niet weer.
Maud kwam de keuken in geslenterd, haar knuffelbeer onder haar arm geklemd. ‘Mama?’
‘Ga maar zitten, lieverd,’ zei ik zachtjes, terwijl ik haar een boterham gaf. Ans rolde met haar ogen en zuchtte overdreven hard.
‘Zie je nou? Ze is altijd moe. Dat komt omdat jij geen structuur biedt. Vroeger, toen Mark klein was, stond hij om zes uur naast zijn bed en had hij zijn ontbijt al op voordat de kerkklokken luidden.’
Mark kwam binnen, zijn haar nog verward van het slapen. ‘Mam, hou op. Zosia doet haar best.’
Ans snoof. ‘Jij verdedigt haar altijd. Maar je ziet toch ook dat het zo niet langer kan?’
Ik voelde me kleiner worden met elke seconde die voorbijging. Mark legde zijn hand op mijn schouder en keek me aan met die zachte blik die me ooit verliefd had gemaakt. Maar zelfs hij kon niet voorkomen dat Ans als een storm door ons leven raasde.
De weken daarna werd het alleen maar erger. Ans bemoeide zich overal mee: wat Maud at, hoe laat ze naar bed ging, zelfs welke kleren ze droeg naar school in Amersfoort. ‘Die jurk is te kinderachtig voor een meisje van zeven,’ zei ze op een ochtend terwijl ze Maud’s lievelingsjurk uit haar handen trok.
‘Laat haar gewoon dragen wat ze wil,’ probeerde ik nog, maar Ans luisterde niet.
Op een dag kwam ik thuis van een sollicitatiegesprek – weer afgewezen – en vond ik Maud huilend op haar kamer. ‘Oma zegt dat ik beter bij haar kan wonen omdat jij altijd verdrietig bent,’ snikte ze.
Mijn hart brak. Ik liep naar beneden en vond Ans in de woonkamer, bezig met het invullen van papieren.
‘Wat ben je aan het doen?’ vroeg ik.
Ze keek niet op. ‘Ik regel gewoon wat dingen voor Maud. Ze kan beter bij mij blijven tot jij je leven weer op orde hebt.’
‘Dat bepaal jij niet!’ Mijn stem trilde van woede en angst.
Mark kwam binnen en zag ons staan. ‘Wat gebeurt hier?’
Ans draaide zich naar hem om. ‘Ik wil alleen het beste voor Maud. Zosia is niet in staat om voor haar te zorgen.’
Mark keek haar aan, zijn gezicht vertrok van ongeloof. ‘Mam, je gaat te ver.’
‘Nee, Mark! Jij ziet het gewoon niet! Zij sleept jou en Maud mee in haar ellende!’
Die avond pakte Mark onze koffers. ‘We gaan weg,’ zei hij zachtjes tegen mij. ‘Dit kan zo niet langer.’
We vonden tijdelijk onderdak bij een vriendin van mij in Hilversum. Het was krap, maar er was rust. Maud lachte weer, speelde buiten met andere kinderen en sliep eindelijk door zonder nachtmerries.
Maar Ans gaf niet op. Ze stuurde brieven, e-mails, probeerde Mark te bellen. Ze dreigde zelfs met Jeugdzorg. Mijn angst groeide met de dag.
Op een avond zat Mark aan tafel, zijn hoofd in zijn handen. ‘Misschien moet ik teruggaan om met haar te praten,’ zei hij.
‘En wat dan? Ze zal nooit veranderen,’ fluisterde ik.
Hij knikte langzaam. ‘Misschien niet.’
De volgende dag stond Ans ineens voor de deur van onze tijdelijke woning. Ze schreeuwde dat ik haar zoon had afgepakt, dat Maud haar kleindochter was en dat ik alles kapotmaakte.
Maud verstopte zich achter mij en begon te huilen.
Mark stapte naar buiten en sloot de deur achter zich. Ik hoorde hun stemmen door het raam:
‘Mam, dit is genoeg! Je hebt geprobeerd ons gezin uit elkaar te drijven. Maar je hebt nu alleen jezelf over.’
‘Mark…’
‘Nee! Je hebt Maud bang gemaakt, je hebt Zosia gekleineerd en je hebt mij gedwongen te kiezen tussen jou en mijn gezin. Ik kies voor hen.’
Ans stond daar, verstijfd van woede en verdriet. Voor het eerst zag ik tranen in haar ogen.
Ze draaide zich om en liep weg zonder nog iets te zeggen.
Het duurde maanden voordat we weer een beetje rust vonden. We vonden een klein appartementje in Amersfoort en langzaam bouwden we ons leven weer op. Mark sprak zijn moeder nauwelijks meer; alleen af en toe een korte boodschap op haar verjaardag of met Kerstmis.
Maud vroeg soms nog naar oma Ans, maar ik wist nooit goed wat ik moest zeggen.
Soms vraag ik me af: had ik iets anders kunnen doen? Had ik harder moeten vechten of juist eerder moeten vluchten? Of is dit gewoon hoe familie soms uit elkaar valt? Wat zouden jullie hebben gedaan als je in mijn schoenen stond?