Hoeveel Betekenis Heeft Een Naam?
‘Waarom heet iedereen in jouw klas Joshua?’ Mijn moeder kijkt me streng aan terwijl ze haar kopje thee neerzet. Haar stem klinkt verwijtend, alsof ik iets verkeerds heb gedaan. Ik voel mijn wangen warm worden. ‘Mam, het is gewoon een populaire naam. Toen ik hem zo noemde, wist ik niet dat het zo zou zijn.’
Ze zucht diep. ‘Vroeger gaven we kinderen namen die uniek waren, die betekenis hadden. Nu lijkt het wel alsof iedereen hetzelfde heet. Denk je niet dat Joshua zich straks verloren voelt tussen al die andere Joshua’s?’
Ik kijk naar mijn zoon, die in de woonkamer op de grond zit te spelen met zijn houten trein. Zijn blonde haren vallen over zijn voorhoofd, zijn tong steekt een beetje uit zijn mond van concentratie. Hij kijkt op, glimlacht naar me, en roept: ‘Mama, kijk! Mijn trein is een raket!’
Mijn hart smelt. Maar tegelijk voel ik de twijfel knagen. Sinds Joshua naar de basisschool is gegaan, hoor ik zijn naam overal. Op het schoolplein, in de supermarkt, zelfs in het park. Soms draaien er drie jongetjes tegelijk hun hoofd om als iemand ‘Joshua!’ roept. Het is verwarrend, voor hem én voor mij.
‘Misschien moet je hem gewoon een andere naam geven,’ zegt mijn moeder. ‘Hij is nog jong, hij went er wel aan.’
‘Mam, hij is vijf. Hij weet wie hij is. Kan ik dat zomaar veranderen?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Je moet doen wat goed is voor hem. Maar denk er goed over na.’
Die nacht lig ik wakker. Mijn man, Sander, slaapt naast me. Ik draai me om en fluister: ‘Sander, ben je wakker?’
Hij bromt iets onverstaanbaars. ‘Wat is er, Loes?’
‘Denk je dat we Joshua’s naam moeten veranderen?’
Hij draait zich naar me toe, zijn ogen half open. ‘Waar komt dit ineens vandaan?’
‘Mam vindt dat zijn naam te gewoon is. En ik merk het zelf ook. Hij raakt in de war als er meerdere Joshua’s zijn. Misschien moeten we hem een andere naam geven. Iets unieks.’
Sander zucht. ‘Loes, hij is onze Joshua. Dat is wie hij is. Je kunt niet zomaar zijn naam veranderen omdat anderen die ook hebben. Bovendien, wat als hij het niet wil?’
‘Hij is vijf, Sander. Hij begrijpt het misschien niet eens.’
‘Of juist wel. Je onderschat hem.’
De volgende ochtend, als ik Joshua naar school breng, zie ik het weer gebeuren. Op het schoolplein roept een juf: ‘Joshua, kom je?’ Drie jongetjes rennen naar haar toe. Mijn Joshua blijft even staan, onzeker, en kijkt naar mij. Ik kniel bij hem neer.
‘Vind je het vervelend dat er zoveel Joshua’s zijn?’ vraag ik zachtjes.
Hij haalt zijn schouders op. ‘Soms. Maar ik ben jouw Joshua, toch?’
Mijn keel knijpt dicht. ‘Ja, lieverd. Jij bent mijn Joshua.’
Thuis probeer ik het onderwerp te laten rusten, maar het blijft in mijn hoofd malen. Ik zoek op internet naar verhalen van ouders die de naam van hun kind hebben veranderd. De meningen zijn fel verdeeld. Sommigen zeggen dat het een kind kan schaden, anderen vinden het juist een kans om een unieke identiteit te geven. Ik lees reacties als: ‘Een naam is maar een naam’ en ‘Je kind zal je later dankbaar zijn’. Maar ik lees ook: ‘Je ontneemt hem een stuk van zichzelf’ en ‘Het is jouw onzekerheid, niet die van je kind’.
’s Avonds aan tafel gooi ik het op bij Sander. ‘Misschien kunnen we hem een tweede naam geven. Of een bijnaam. Iets wat alleen wij gebruiken.’
Sander schudt zijn hoofd. ‘Waarom moet alles uniek zijn? Weet je nog dat jij vroeger altijd jaloers was op meisjes met gewone namen? Omdat je nooit een sleutelhanger met je naam kon vinden?’
Ik lach schamper. ‘Ja, maar dat was anders. Ik voelde me buitengesloten. Joshua hoort nu juist bij een groep, maar misschien wil hij dat niet.’
‘Vraag het hem dan gewoon,’ zegt Sander. ‘Laat hem meebeslissen. Hij is slim genoeg.’
Die avond, als ik Joshua in bed stop, ga ik naast hem zitten. ‘Joshua, mag ik je iets vragen?’
Hij knikt, zijn ogen groot in het schemerlicht.
‘Vind je het leuk dat je Joshua heet? Of zou je liever een andere naam willen?’
Hij denkt even na. ‘Ik vind Joshua wel mooi. Maar als ik een superheld was, zou ik misschien Max willen heten. Of Finn. Maar ik ben geen superheld, toch?’
Ik glimlach. ‘Voor mij ben je dat wel.’
Hij lacht en slaat zijn armen om mijn nek. ‘Jij bent ook mijn superheld, mama.’
De dagen daarna probeer ik het los te laten, maar het onderwerp blijft terugkomen. Op een verjaardag vraagt mijn schoonzus: ‘Hebben jullie nooit spijt gehad van zijn naam? Het is zo’n populaire naam tegenwoordig.’
Ik voel me aangevallen. ‘Nee, we vonden het gewoon een mooie naam.’
‘Ja, maar straks op de middelbare school… dan zijn er misschien wel vijf Joshua’s in zijn klas. Dat is toch verwarrend?’
Sander grijpt in. ‘Hij is wie hij is. Of hij nou Joshua heet of niet.’
’s Nachts droom ik dat ik Joshua kwijt ben op het schoolplein. Ik roep zijn naam, maar niemand reageert. Overal lopen jongetjes met dezelfde jas, dezelfde rugzak, dezelfde blonde haren. Ik raak in paniek. Waar is mijn zoon? Waar is mijn Joshua?
Ik word zwetend wakker. Sander ligt met zijn rug naar me toe. Ik voel me alleen, gevangen tussen de meningen van anderen en mijn eigen onzekerheid.
Op een dag, als ik Joshua ophaal van school, komt hij naar me toe gerend. Zijn ogen stralen. ‘Mama, ik heb een tekening voor je gemaakt!’
Op het papier staat: ‘Voor mama, van Joshua’. Grote, slordige letters. Ik kniel bij hem neer en kus hem op zijn voorhoofd. ‘Dank je wel, lieverd. Ik ben zo trots op jou.’
Die avond, als ik hem instop, fluister ik: ‘Weet je, het maakt niet uit hoeveel Joshua’s er zijn. Jij bent uniek. Jij bent mijn Joshua.’
Hij glimlacht slaperig. ‘En jij bent mijn mama. Dat is ook maar één iemand.’
Ik loop naar beneden, tranen in mijn ogen. Sander zit op de bank, kijkt me vragend aan. ‘En?’
‘Ik laat het los,’ zeg ik zacht. ‘Hij is wie hij is. Zijn naam maakt hem niet minder bijzonder.’
Sander slaat zijn arm om me heen. ‘Goed zo. Soms moet je gewoon vertrouwen op je gevoel.’
Toch blijft de twijfel ergens knagen. Heb ik het juiste gedaan? Of had ik hem moeten beschermen tegen de massa, hem een unieke naam moeten geven zodat hij altijd opvalt? Maar misschien is dat mijn angst, niet die van hem. Misschien is het genoeg dat hij weet dat hij geliefd is, ongeacht zijn naam.
Wat denken jullie? Is een naam echt zo belangrijk, of maken wij het groter dan het is? Zou jij de naam van je kind veranderen als je merkt dat hij te gewoon is, of is dat juist een kracht? Ik ben benieuwd naar jullie verhalen en meningen.