Na 32 jaar vriendschap zei mijn beste vriendin iets aan de keukentafel waardoor ik haar bijna niet meer herkende
‘Dat meen je niet, Karin.’ Ik hoorde zelf dat mijn stem te scherp was, maar ik kreeg hem niet zachter. Mijn handen lagen plat op de eettafel, naast de afgekoelde aardappels en de schaal sperziebonen die niemand nog aanraakte. Aan de overkant keek Karin me recht aan, bijna uitdagend, terwijl haar man Joop naar zijn glas rode wijn bleef staren. Mijn eigen man, Theo, zuchtte alleen maar en zei: ‘Laten we nou eerst normaal blijven praten.’ Maar ik voelde mijn wangen gloeien van woede en schaamte, juist omdat dit gesprek plaatsvond aan dezelfde tafel waar we al tientallen jaren zaten te eten, lachen, kaarten en plannen maken.
Wij kennen Joop en Karin al sinds begin jaren negentig. Onze kinderen zaten vroeger samen op zwemles in Amersfoort. Het begon met een koffie na het afzwemmen, daarna een barbecue, toen vakanties op de Veluwe en later zelfs een week in Drenthe met z’n vieren. Als er iets was, belden we elkaar. Toen Theo zijn baan kwijtraakte rond zijn 52e, stond Joop hier met een krat bier en zei: ‘We komen hier wel doorheen.’ Toen Karin borstkanker kreeg, heb ik haar naar afspraken in het Meander gebracht als Joop niet kon. We waren niet zomaar kennissen. We waren van die vrienden waarvan mensen zeggen: die raken elkaar nooit kwijt.
Tot een jaar geleden, ongeveer. Karin was altijd al iemand die zich ergens vol in kon storten. Eerst yoga, toen klimaatmarsen, toen alleen nog biologisch eten. Daar konden we best om glimlachen. Maar sinds haar pensioen was er iets anders bij gekomen. Ze noemde het ‘radicaal eerlijk en vrij leven’. In het begin dacht ik dat het ging om minder werken, meer reizen, dat soort dingen. Tot ze op een avond vertelde dat zij en Joop voortaan ‘relationeel open’ leefden. Geen affaire, geen stiekem gedoe, zei ze erbij. Juist heel bewust, heel transparant. Ze had zich aangesloten bij een groep in Utrecht, ging naar bijeenkomsten, las boeken erover en sprak erover alsof ze eindelijk de waarheid had gevonden.
Ik kreeg er meteen een knoop van in mijn maag. Niet omdat het illegaal is, niet omdat ik denk dat iedereen moet leven zoals ik. Maar voor mij hoort trouw gewoon bij liefde. Punt. Ik ben daar misschien ouderwets in, prima, maar het zit diep. Mijn ouders zijn 58 jaar getrouwd geweest. Niet altijd makkelijk, wel duidelijk. Voor mij is intimiteit niet iets wat je ‘vormgeeft’ alsof het een hobby is.
Theo haalde zijn schouders op toen we thuis waren. ‘Als zij dat samen willen, moeten zij dat weten. Wij hoeven dat toch niet te doen?’
‘Dat is het niet,’ zei ik. ‘Ik kan daar niet zomaar luchtig overheen stappen.’
‘Maar je hoeft het ook niet goed te keuren om vrienden te blijven.’
Ik wilde dat ik zo simpel kon denken.
Maandenlang hebben we er half omheen gepraat. Karin begon er steeds openlijker over. Aan de koffie zei ze dingen als: ‘Bezitsdenken heeft meer kapotgemaakt dan eerlijkheid.’ Of: ‘Onze generatie doet alsof alles netjes is, maar leeft ondertussen in leugens.’ Dan keek ze me aan, niet gemeen, maar wel alsof ik iets nog niet begreep. Ik voelde me daar klein door worden. Alsof mijn huwelijk van 37 jaar ineens saai, bekrompen of minder ontwikkeld zou zijn.
Vorige week belde ze. Zondag zouden onze kinderen en kleinkinderen komen barbecueën in onze tuin in Soest, en Joop en Karin waren ook uitgenodigd, zoals altijd. Karin zei heel luchtig: ‘Ik wil even iets aftasten. Er komt misschien een goede vriend van mij mee, iemand die belangrijk is in mijn nieuwe leven. Ik wil daar eigenlijk niet geheimzinnig over doen, ook niet tegenover jullie kinderen.’
Ik wist meteen wat ze bedoelde. Mijn keel trok dicht. ‘Nee, Karin. Absoluut niet.’
Ze werd stil. ‘Waarom “absoluut niet”?’
‘Omdat ik mijn kleinkinderen niet in een situatie wil zetten waarin wij moeten doen alsof dit de normaalste zaak van de wereld is.’
‘Maar het ís voor mij de normaalste zaak van de wereld.’
‘Voor jou, ja. Niet voor mij. En het is mijn huis.’
Toen zei ze, koeler dan ik haar ooit heb gehoord: ‘Dus jouw vriendschap geldt alleen zolang ik leef op een manier die jij fatsoenlijk vindt?’
Ik zei: ‘Nee. Maar ik hoef jouw keuzes niet in mijn familiekring te laten landen alsof ik erachter sta.’
Sinds dat gesprek is het gespannen. Joop appte Theo dat hij het jammer vond dat alles zo hard werd. Theo vindt nog steeds dat ik te fel ben. ‘Je had ook kunnen zeggen: kom jij maar alleen, of laten we het die dag niet doen. Nu maak je er een principestrijd van.’ Misschien heeft hij daar deels gelijk in. Want het gaat niet alleen om die barbecue. Het gaat erom dat ik me al maanden onder druk gezet voel om iets niet alleen te accepteren, maar bijna te bevestigen.
Gisteren kwam Karin langs. Zonder afspraak, op de fiets, natgeregend. We hebben in de bijkeuken gestaan met een handdoek en koffie. Ze zag er moe uit. Ouder ook ineens. Ze zei: ‘Ik probeer je niks af te pakken, Marjan. Ik wil alleen niet meer doen alsof ik iemand anders ben.’
Ik zei: ‘En ik wil niet doen alsof ik dit normaal vind voor mijn gevoel. Dat is ook eerlijk.’
Ze knikte, maar er kwamen tranen. ‘We zijn toch meer dan dit ene onderwerp?’
Dat was misschien wel het pijnlijkste, omdat ik weet dat ze gelijk heeft. En toch ook weer niet. Soms blijkt na dertig jaar dat je op een plek bent gekomen waar de rek eruit is. Niet door ruzie over geld of een roddel, maar door iets fundamentelers: wat je nog kunt verdragen zonder jezelf kwijt te raken.
We hebben elkaar uiteindelijk omhelsd, onhandig en verdrietig. Ze komt zondag niet. Joop ook niet. Theo vindt het verschrikkelijk. Ik ook, al blijf ik achter mijn grens staan. Ik heb vannacht bijna niet geslapen, omdat ik bleef denken aan alle dinsdagen, alle vakantiefoto’s, alle gewone jaren waarin ik dacht dat sommige vriendschappen vanzelfsprekend waren.
Misschien is echte loyaliteit niet dat je alles slikt, maar dat je eerlijk durft te zijn over waar het voor jou ophoudt. En misschien is dat tegelijk precies hoe je iemand kunt verliezen. Hoe zouden jullie hiermee omgaan: vasthouden aan een vriendschap ten koste van je principes, of een grens trekken en accepteren wat dat kapotmaakt?