Met trillende handen duw ik de voordeur dicht. Buiten huilt de wind door de lege straten van ons dorp in Friesland. Mijn vrouw, Marijke, zit in haar rolstoel en kijkt me aan met die blik die ik zo goed ken: hoopvol, maar gebroken. Onze hond Bram ligt aan haar voeten, zijn kop zwaar op zijn poten. Ik weet dat dit de laatste avond in ons huis is, het huis waar we onze vijf kinderen grootbrachten. Maar zij zijn er niet. Zij hebben besloten dat het beter is als wij vertrekken. Ze zeggen dat het niet anders kan. Maar wie beslist dat eigenlijk, als je altijd alles voor je gezin hebt gedaan?