De Avond Waarop Alles Veranderde

‘Dus dit is wat je doet als je zegt dat je moet overwerken?’ Mijn gedachten razen terwijl ik naar het scherm van mijn telefoon staar. De reserveringsbevestiging van Mark staat er zwart op wit. Restaurant De Gouden Leeuw, 19:30 uur, twee personen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik voel me misselijk, verraden, maar vooral woedend. Hoe durft hij? Na alles wat we samen hebben opgebouwd, na al die jaren samen in ons huis in Utrecht, na de kinderen, de vakanties, de beloftes…

Ik pak mijn jas en bel mijn oudste vriendin, Iris. ‘Iris, ik heb je nodig vanavond. Ik wil niet alleen zijn. Kun je me helpen?’ Mijn stem trilt, maar Iris hoort meteen dat het menens is. ‘Ik ben er voor je, Lieke. Wat is er gebeurd?’ Ik vertel haar alles, en samen bedenken we een plan. Niet om te schreeuwen, niet om te huilen, maar om Mark te laten voelen wat hij mij heeft aangedaan. Iris kent iemand die Mark nog kent van vroeger, iemand die hij liever niet meer onder ogen komt: zijn oude studievriend Bas, met wie hij ooit een enorme ruzie heeft gehad. Bas is niet vergeten wat Mark hem heeft aangedaan, en Iris weet hem te bereiken.

Die avond, terwijl ik mijn make-up bijwerk en mijn mooiste jurk aantrek, voel ik een mengeling van zenuwen en kracht. Ik ben niet langer het slachtoffer. Ik ben de regisseur van deze avond. Iris haalt me op en samen rijden we naar het restaurant. Bas wacht ons al op bij de ingang. Hij glimlacht, maar ik zie de spanning in zijn ogen. ‘Ben je er klaar voor?’ vraagt hij zacht. Ik knik. ‘Meer dan ooit.’

We lopen naar binnen. De geur van versgebakken brood en wijn vult de ruimte. Mijn ogen zoeken Mark. Daar zit hij, aan een tafeltje bij het raam, tegenover een vrouw met lang blond haar. Ze lacht naar hem, haar hand rust op de zijne. Mijn maag draait om. Maar ik dwing mezelf te glimlachen terwijl de ober ons naar het tafeltje naast hen brengt. We zitten op nog geen meter afstand. Mark merkt ons niet meteen op. Bas schenkt wijn in, kijkt me aan en zegt luid genoeg dat Mark het kan horen: ‘Ravi de je weer te zien, Mark.’

Mark verstijft. Zijn hand bevriest boven zijn glas. Langzaam draait hij zich om. Onze blikken kruisen elkaar. Ik zie het ongeloof, de paniek in zijn ogen. De vrouw tegenover hem kijkt verbaasd van hem naar mij. ‘Mark, wie zijn dat?’ vraagt ze zacht. Mark stamelt iets onverstaanbaars. Ik glimlach vriendelijk naar haar. ‘Goedenavond. Wat leuk om jullie hier te zien. Mark, stel je ons niet even voor?’

De spanning is om te snijden. Mark probeert zich te herpakken. ‘Eh, dit is… eh…’ Hij kijkt naar de vrouw. ‘Dit is Sophie. Sophie, dit is mijn vrouw, Lieke. En… Bas.’

Bas leunt naar voren. ‘Lang niet gezien, Mark. Ik dacht dat we elkaar nooit meer zouden spreken na wat er in Groningen is gebeurd. Maar het leven zit vol verrassingen, nietwaar?’

Sophie kijkt Mark vragend aan. ‘Wat bedoelt hij?’ Mark slikt. ‘Niks, gewoon oude koeien.’

Ik voel de woede in me opborrelen. ‘Oude koeien? Of bedoel je oude leugens, Mark? Hoeveel leugens heb je haar al verteld?’

Mark kijkt me smekend aan. ‘Lieke, alsjeblieft, niet hier…’

Maar ik ben niet van plan te zwijgen. ‘Waarom niet? Je had er blijkbaar geen moeite mee om hier te zitten met haar. Waarom zou ik dan zwijgen?’

Sophie trekt haar hand terug. ‘Mark, wat is hier aan de hand?’

Bas lacht schamper. ‘Mark heeft altijd al een talent gehad voor dubbele agenda’s. Vraag hem maar eens waarom hij en ik geen vrienden meer zijn.’

Mark kijkt Bas woedend aan. ‘Hou je mond, Bas.’

Ik voel de ogen van de andere gasten op ons gericht. Maar het kan me niets schelen. Jarenlang heb ik gezwegen, heb ik zijn grillen geaccepteerd, zijn afwezigheid, zijn geheimzinnigheid. Maar nu is het genoeg.

‘Weet je, Sophie,’ zeg ik, ‘Mark en ik zijn al vijftien jaar getrouwd. We hebben twee kinderen. En blijkbaar vindt hij het nodig om zijn avonden met jou door te brengen in plaats van met zijn gezin. Misschien moet je je afvragen of je de enige bent die hij iets voorhoudt.’

Sophie kijkt Mark aan, haar ogen vol tranen. ‘Is dit waar?’

Mark probeert haar hand te pakken, maar ze trekt zich terug. ‘Sophie, laat me het uitleggen…’

Bas schudt zijn hoofd. ‘Je hebt niets geleerd, hè Mark? Altijd maar denken dat je overal mee wegkomt. Maar sommige dingen komen altijd uit.’

De stilte die volgt is oorverdovend. Mark kijkt naar zijn bord, zijn schouders gebogen. Sophie staat op, haar stoel schuift met een schril geluid naar achteren. ‘Ik hoef dit niet,’ zegt ze, haar stem breekt. Ze loopt weg, haar hand voor haar mond.

Mark blijft achter, verslagen. Ik voel geen medelijden. Alleen opluchting. Bas kijkt me aan, knikt goedkeurend. ‘Je hebt lef, Lieke. Dat had ik nooit van je verwacht.’

Ik glimlach flauwtjes. ‘Ik ook niet. Maar soms moet je jezelf verrassen om verder te kunnen.’

Mark kijkt op, zijn ogen rood. ‘Lieke, kunnen we praten? Thuis, alsjeblieft?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Er valt niets meer te zeggen, Mark. Je hebt je keuze gemaakt. Nu maak ik de mijne.’

Bas legt zijn hand op de mijne. ‘Kom, Lieke. Je verdient beter dan dit.’

We verlaten het restaurant. Buiten adem ik diep in. De koele avondlucht voelt als een bevrijding. Iris wacht op ons bij de auto. Ze slaat haar armen om me heen. ‘Je hebt het gedaan. Je bent vrij.’

Thuis, als ik in bed lig, rollen de tranen eindelijk over mijn wangen. Niet van verdriet, maar van opluchting. Ik heb mezelf teruggevonden, na al die jaren. Ik weet niet wat de toekomst brengt, maar ik weet dat ik sterker ben dan ik dacht.

En toch, terwijl ik naar het plafond staar, blijft één vraag door mijn hoofd spoken: Hoeveel mensen leven er nog in een leugen, uit angst voor de waarheid? Wat zou jij doen als je in mijn schoenen stond?