Niet bellen na negen uur!
‘Mam, je moet nu luisteren. Niet boos worden, alsjeblieft.’ Haar stem was nauwelijks meer dan een fluistering, en ik voelde mijn hartslag versnellen. Het was kwart over negen, veel te laat voor een doordeweekse avond, en ik lag al in bed, het boek op mijn nachtkastje half open. ‘Sanne, wat is er? Waar ben je?’ Mijn stem trilde, ik hoorde het zelf.
‘Ik… ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Ik ben niet thuis. Ik ben…’ Ze slikte hoorbaar. ‘Ik ben bij Jeroen. Mam, ik… ik kan niet naar huis komen vannacht.’
Mijn hoofd tolde. Jeroen. Die naam was als een splinter in mijn gedachten, altijd pijnlijk aanwezig. De jongen waar ik haar zo vaak voor gewaarschuwd had. ‘Sanne, je weet dat ik niet wil dat je daar bent. Je vader—’
‘Papa mag het niet weten!’ onderbrak ze me, haar stem ineens fel. ‘Alsjeblieft, mam. Zeg hem gewoon dat ik bij Fleur slaap. Ik… ik kan nu niet naar huis.’
Ik voelde de paniek opkomen, een golf die me dreigde te overspoelen. ‘Sanne, wat is er gebeurd? Hebben jullie ruzie gehad? Is er iets met Jeroen?’
Even bleef het stil aan de andere kant van de lijn. Toen hoorde ik haar snikken. ‘Mam, ik ben bang. Ik weet niet wat ik moet doen. Alles is zo ingewikkeld. Kun je… kun je me gewoon even laten zijn waar ik ben?’
Ik sloot mijn ogen, probeerde mijn ademhaling onder controle te krijgen. Mijn man, Erik, lag naast me, zijn rug naar me toe. Hij sliep, of deed alsof. Ik wist dat hij het gesprek hoorde, dat hij elk woord opsloeg. ‘Sanne, ik wil alleen dat je veilig bent. Maar je moet me de waarheid vertellen. Wat is er gebeurd?’
Ze ademde diep in. ‘Ik… ik ben zwanger, mam. Van Jeroen. En ik weet niet wat ik moet doen.’
De stilte die volgde was allesomvattend. Mijn gedachten schoten alle kanten op. Sanne, mijn meisje, pas zeventien. Zwanger. Ik voelde de tranen branden achter mijn ogen, maar ik slikte ze weg. Dit was niet het moment om te breken. ‘Sanne, luister naar me. Waar je ook bent, wat er ook gebeurt, ik ben er voor je. Maar je moet naar huis komen. We moeten praten. Samen. Je hoeft dit niet alleen te doen.’
‘Ik kan niet, mam. Jeroen… hij wil het niet. Hij zegt dat het mijn probleem is. En papa… papa zal me nooit vergeven.’
‘Laat mij dat maar regelen. Kom alsjeblieft naar huis. Ik beloof dat ik je bescherm.’
Ze hing op. Ik bleef met de telefoon in mijn hand zitten, mijn hart bonzend in mijn borst. Erik draaide zich langzaam om. Zijn gezicht was bleek, zijn ogen donker. ‘Wat is er met Sanne?’ vroeg hij, zijn stem schor.
Ik aarzelde. ‘Ze… ze blijft vannacht bij Fleur. Ze voelde zich niet lekker.’
Hij keek me aan, zijn blik priemend. ‘Je liegt. Ik hoorde haar. Wat is er aan de hand, Marieke?’
Ik voelde de oude strijd weer oplaaien. Erik en ik, altijd op gespannen voet als het om Sanne ging. Hij was streng, onbuigzaam. Ik probeerde altijd te bemiddelen, te verzachten. ‘Ze heeft problemen, Erik. Ze heeft ons nodig. Laten we haar steunen, alsjeblieft.’
Hij sloeg met zijn vuist op het nachtkastje. ‘Ze moet zich aan de regels houden! Dit is niet normaal, Marieke. Ze is zeventien! Waar is ze nu?’
‘Bij Jeroen,’ fluisterde ik. ‘En ze is zwanger.’
Het was alsof ik hem een klap in het gezicht gaf. Hij sprong uit bed, liep heen en weer door de kamer. ‘Dit meen je niet. Dit… dit kan niet waar zijn. Mijn dochter, zwanger van die jongen? Hoe heb je dit laten gebeuren?’
‘Ik? Erik, we zijn allebei haar ouders! We hebben haar samen opgevoed. Dit is niet het moment om met vingers te wijzen. Ze heeft ons nodig.’
Hij keek me aan, zijn ogen vol woede en verdriet. ‘Ik wil haar hier. Nu. Bel haar terug. Ze komt naar huis, of ik ga haar halen.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Dat werkt niet. Ze is bang. Voor jou, voor alles. We moeten rustig blijven, Erik. Anders verliezen we haar helemaal.’
De rest van de nacht lag ik wakker, luisterend naar het zachte snurken van Erik, die uiteindelijk toch in slaap was gevallen. Mijn gedachten draaiden in cirkels. Hoe had het zo ver kunnen komen? Had ik iets gemist? Was ik te soft geweest, te begripvol? Of had ik haar juist te weinig beschermd?
De volgende ochtend zat ik aan de keukentafel, mijn handen om een kop lauwe koffie geklemd. Erik was vroeg vertrokken naar zijn werk, zonder een woord te zeggen. De stilte in huis was oorverdovend. Ik stuurde Sanne een berichtje: ‘Kom alsjeblieft naar huis. We lossen het samen op. Ik hou van je.’
Pas tegen de middag kwam er een antwoord. ‘Ik weet het niet, mam. Jeroen wil dat ik het weg laat halen. Maar ik… ik weet niet wat ik wil. Ik ben zo bang.’
Mijn hart brak. Ik wilde haar vasthouden, haar vertellen dat alles goed zou komen, maar ik wist dat ik dat niet kon beloven. In plaats daarvan schreef ik: ‘Wat jij ook kiest, ik sta achter je. Maar je hoeft dit niet alleen te beslissen. Kom naar huis. We praten erover.’
Die avond kwam ze thuis. Haar gezicht was bleek, haar ogen rood van het huilen. Ze liep recht in mijn armen, en ik hield haar vast alsof ik haar nooit meer los wilde laten. ‘Sorry, mam,’ fluisterde ze. ‘Ik heb alles verpest.’
‘Nee, lieverd. Je hebt niets verpest. Je bent dapper. We komen hier samen doorheen.’
Erik kwam pas laat thuis. Toen hij Sanne zag, verstarde hij. ‘We moeten praten,’ zei hij, zijn stem ijzig.
We gingen aan tafel zitten. Sanne vertelde alles. Over Jeroen, over haar angst, over haar twijfels. Erik luisterde zwijgend, zijn handen tot vuisten gebald. Toen ze klaar was, stond hij op. ‘Dit is niet wat ik voor jou wilde, Sanne. Maar je bent mijn dochter. Wat je ook kiest, ik zal er zijn. Maar Jeroen… die jongen komt hier niet meer binnen.’
Sanne knikte, tranen op haar wangen. ‘Ik wil alleen dat jullie me steunen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben zo bang om de verkeerde keuze te maken.’
De weken die volgden waren zwaar. Sanne twijfelde, huilde, schreeuwde soms van frustratie. Erik en ik hadden ruzie, maakten het weer goed, probeerden samen sterk te zijn. De familie kwam erachter, en de oordelen waren niet mals. Mijn moeder zei: ‘In mijn tijd gebeurde dit niet. Je hebt haar te veel vrijheid gegeven.’ Mijn zus vond dat Sanne het kind moest houden, mijn broer vond juist dat ze te jong was om moeder te worden.
Op een avond zat ik met Sanne op haar kamer. Ze keek naar de echo die ze van de verloskundige had gekregen. ‘Mam, denk je dat ik dit kan? Een goede moeder zijn?’
Ik pakte haar hand. ‘Ik weet het niet, Sanne. Niemand weet dat. Maar ik weet wel dat je niet alleen bent. Wat je ook kiest, ik ben er voor je.’
Ze glimlachte flauwtjes. ‘Dank je, mam. Ik weet niet wat ik zonder jou zou moeten.’
Nu, maanden later, kijk ik terug op die nacht. Alles is anders. Sanne heeft gekozen om het kindje te houden. Jeroen is uit beeld verdwenen, maar wij, als gezin, zijn dichter naar elkaar toe gegroeid. Het is niet makkelijk geweest, en soms vraag ik me nog steeds af of we het goed doen. Maar als ik Sanne zie lachen met haar baby op schoot, weet ik dat liefde het enige is dat telt.
Soms vraag ik me af: hoeveel geheimen kunnen we als ouders verdragen voordat we breken? En hoeveel liefde is er nodig om alles weer te helen? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?