Ik zei dat ik gelukkig was met mijn huwelijk, terwijl ik stiekem al maanden op Funda keek

‘Dus je wilt je gezin opblazen omdat je je verveelt?’ Dat zei mijn broer. Gewoon, in de woonkamer van mijn moeder, terwijl de koffie nog werd ingeschonken. Ik was er eigenlijk naartoe gegaan om te zeggen dat het niet goed ging tussen mij en mijn man, maar binnen vijf minuten zat ik mezelf al te verdedigen alsof ik iets doms had gedaan.

Ik ben 42, we wonen in een rijtjeshuis in Nieuwegein, twee kinderen op de middelbare school, allebei parttime werk, vaste lasten, voetbal op zaterdag, appgroepen van school, de hele gewone bende. Van buiten klopt alles. Dat is ook precies het probleem. Alles klopt, behalve ik.

Ik had maandenlang op Funda gekeken. Niet eens heel bewust eerst. Gewoon een beetje scrollen naar kleine appartementen in Houten, IJsselstein, soms zelfs een benedenwoning in Utrecht als ik mezelf wilde pesten, want onbetaalbaar. Ik zei tegen mezelf dat ik ‘gewoon nieuwsgierig’ was. Maar normaal kijk je niet drie avonden per week naar woningen als je nergens naartoe wilt.

Mijn man wist dat niet. En dat is meteen ook waar ik zelf niet vrijuit ga. Ik heb veel te lang gedaan alsof er niks aan de hand was. Als hij vroeg: ‘Gaat het?’ zei ik: ‘Ja hoor, druk gewoon.’ Als hij voorstelde om in het weekend iets samen te doen, zei ik vaak af omdat ik moe was, terwijl ik eigenlijk niet wist hoe ik nog gewoon met hem moest zijn zonder me schuldig te voelen.

Het is niet zo dat hij slecht voor me is. Dat maakt het ook zo ingewikkeld. Hij werkt hard, doet boodschappen, brengt de vuilnis weg, regelt de fietsen als er weer iets kapot is. Als ik laat ben van werk, kookt hij. Er is geen affaire, geen geschreeuw, geen rare dingen. Alleen ook al heel lang geen echte nabijheid meer. We leven naast elkaar. Als huisgenoten met gezamenlijke rekeningen.

Een paar weken geleden zei hij in bed ineens: ‘Raak je me expres niet meer aan?’ Ik schrok daarvan, omdat het waar was. Ik zei meteen: ‘Doe niet zo dramatisch.’ Achteraf een rotreactie. Hij draaide zich om en zei alleen: ‘Oke.’ Dat ene woord bleef hangen.

Toen ben ik gaan praten met mijn moeder en mijn broer. Slecht idee misschien. Mijn moeder zei: ‘Iedereen heeft fases. Je gooit toch niet 19 jaar weg omdat het even vlak is?’ Mijn broer zei: ‘In deze woningmarkt? Denk je dat jij even iets voor jezelf vindt? Denk ook aan de kinderen.’ Alsof ik dat niet deed.

Ik zei: ‘Het gaat niet om een bevlieging. Ik voel me al jaren niet mezelf.’

Mijn moeder keek me aan en zei: ‘Of je bent gewoon teveel gaan nadenken.’ Dat kwam hard aan. Misschien ook omdat ik ergens bang was dat ze gelijk had.

Die avond thuis vroeg mijn man waarom ik zo stil was. Ik zei: ‘Ik ben bij mijn moeder geweest.’ Hij knikte. Toen zei hij: ‘Heb je eindelijk verteld dat je weg wilt?’

Ik voelde gewoon mijn gezicht warm worden. ‘Hoe weet jij dat?’

Hij zei: ‘Omdat je al maanden op Funda zit onder jouw account op de iPad. En omdat jij al heel lang niet meer hier bent, ook als je wel aan tafel zit.’

Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. Ik voelde me betrapt, maar ook opgelucht dat het eruit was.

Hij zei niet boos: ‘Waarom heb je niks gezegd?’

Ik zei: ‘Omdat ik eerst zeker wilde weten wat ik voelde.’

Toen zei hij iets wat ik nog steeds moeilijk vind: ‘Nee. Je wilde pas eerlijk zijn als je een uitweg had. Dat is iets anders.’

En daar zat veel waarheid in. Ik had heel stoer tegen mezelf gezegd dat ik voor mijn waarheid koos, maar ondertussen wilde ik wel eerst zekerheid. Een betaalbare woning, een plan, geen gedoe met de kinderen, liefst ook nog geen oordeel van familie. Ik wilde vrijheid zonder risico. Dat bestaat natuurlijk niet.

We hebben daarna voor het eerst in lange tijd echt gepraat. Niet netjes, niet rustig, maar wel eerlijk. Hij zei dat hij zich al jaren afgewezen voelde. Dat hij ook vaak deed alsof het prima ging, omdat hij bang was dat als we het echt zouden bespreken, ik inderdaad weg zou gaan. Ik zei dat ik me in ons huwelijk steeds kleiner was gaan gedragen. Dat ik vooral de praktische versie van mezelf was geworden: werk, koken, regelen, slapen. En dat ik op een gegeven moment niet meer wist of ik hem kwijt was of mezelf.

Hij vroeg: ‘Ben je ongelukkig met mij, of ongelukkig met je leven?’

Dat vond ik een gemene vraag, maar ook een eerlijke. Want als ik echt heel eerlijk ben, heb ik zelf ook meegebouwd aan deze situatie. Ik ben conflict uit de weg gegaan, heb gedaan alsof alles wel meeviel, heb me aangepast, heb zelfs tegen vriendinnen gezegd: ‘Wij hebben het eigenlijk best goed.’ Misschien omdat ‘best goed’ veiliger klonk dan ‘ik voel niks meer en ik durf dat niet hardop te zeggen’.

Sinds dat gesprek is het niet opgelost. We slapen nu tijdelijk apart, gewoon in huis. De kinderen weten dat het niet lekker loopt, maar niet alles. We hebben een afspraak gemaakt bij een relatietherapeut via de huisarts, al voelde dat voor mij eerst als uitstel. Voor hem voelt het als een laatste kans. En ik weet oprecht nog niet wat het voor mij is.

Mijn moeder zei gisteren aan de telefoon: ‘Je moet ook niet denken dat je ergens anders ineens wel gelukkig wordt.’ Daar heeft ze misschien gelijk in. Maar ik denk ook: als ik blijf alleen omdat weggaan financieel lastig is en iedereen het zonde vindt, wat blijft er dan van mij over?

Ik merk dat ik me schaam dat ik niet gewoon duidelijker ben geweest. En ook dat ik nog steeds twijfel, juist omdat er geen grote fout aan te wijzen is. Alleen de vraag blijft hangen of veilig en vertrouwd genoeg is als je je ondertussen steeds eenzamer voelt in je eigen huis.

Ik weet het echt nog niet. Zouden jullie proberen te blijven en te kijken of eerlijkheid nog iets kan herstellen, of is het juist eerlijker om toe te geven dat ‘best goed’ soms gewoon niet genoeg meer is?