Na veertig jaar vriendschap moesten we ineens onze ‘energie’ zuiveren

De groepsapp heet nog steeds ‘De Vier Musketiers’. Ik krijg het niet over mijn hart om hem te verlaten, al heb ik hem sinds vorige maand op stil staan.

Daar staan dan foto’s in van kaarsen, kommetjes met iets groens en teksten als: ‘Wie voelt er weerstand die gezien wil worden?’ Mijn vrouw Marijke zet er hartjes onder. Ik lees het meestal pas uren later, op de bank, met mijn bril half op mijn neus en een glas gewoon kraanwater naast me.

We zijn allemaal 67 of 68. Henk en ik kennen elkaar van de technische dienst van het ziekenhuis in Amersfoort. Hij was elektricien, ik deed de klimaatinstallaties. Onze vrouwen, Marijke en Els, raakten bevriend bij een barbecue van het personeel, ergens in 1986. Daarna ging het vanzelf.

Eerst kampeerden we met kleine kinderen in Frankrijk. Later huurden we huisjes op Texel, gingen we wandelen in Limburg, aten we vrijwel elke vrijdag bij elkaar. Niet altijd gezellig op de grote manier. Soms zaten we gewoon na het eten naar een wielerwedstrijd te kijken terwijl Els afwaste en Marijke haar breiwerk meenam. Juist dat vond ik fijn. Je hoefde niks op te houden.

Toen Henk vorig jaar met vervroegd pensioen ging, kreeg Els het onrustig. Dat snap ik ergens wel. Hun dochter woont in Canada, hun zoon heeft het druk met zijn eigen gezin in Zwolle. Els had altijd in de thuiszorg gewerkt en zei ineens dat ze ‘niet meer alleen maar wilde zorgen voor iedereen behalve zichzelf’.

Ook daar kon ik nog prima in meekomen.

Ze volgde een online opleiding tot holistisch coach. Eerst lachten we er een beetje om, niet gemeen. Els kwam bij ons eten en zei dat ze geen wijn meer dronk omdat alcohol haar frequentie vertroebelde. Prima, zei ik, dan schenk ik je Spa rood in. Ze vertelde over ademwerk en familiepatronen. Marijke luisterde aandachtig. Henk rolde heel af en toe met zijn ogen als Els even naar de wc was.

Daar bleef het niet bij.

Een maand later kregen we voor de vrijdagavond een berichtje: of we die keer geen nieuws, politiek, ziekte of ‘probleemgerichte gesprekken’ wilden bespreken. Dat zou de veilige bedding verstoren. Ik weet de woorden nog, omdat ik dacht dat Els ze waarschijnlijk letterlijk uit haar opleiding had overgenomen.

Marijke zei: ‘Ach Jan, dat is toch een kleine moeite? Els probeert iets op te bouwen.’

Dus zaten we bij hen aan tafel en hadden we het over onze intenties voor de lente. Henk zei dat zijn intentie was om de schuur eindelijk op te ruimen. Els keek hem aan alsof hij een scheet had gelaten tijdens een uitvaart.

Daarna kwam de regel dat we niet meer onverwacht mochten bellen. Eerst een bericht sturen met de vraag of de ander ruimte had. Toen de regel dat we vóór een etentje een korte grondingsoefening zouden doen. Vijf minuten met je voeten op de vloer en je ogen dicht. Marijke deed enthousiast mee. Ik deed het ook, één keer, vooral omdat ik geen zin had in gedoe.

Maar ik voelde me steeds kleiner worden in die vriendschap. Niet omdat Els spiritueel wilde zijn. Van mij mag iedereen wierook branden tot de rookmelder afgaat. Het zat hem erin dat alles ineens via haar moest. Als Henk en ik een ochtend wilden fietsen, vroeg Els daarna in de app waarom Marijke en zij niet waren meegenomen in de afstemming. Als ik zei dat ik geen behoefte had aan zo’n oefening, heette dat ‘weerstand’.

Je kon het niet oneens zijn zonder dat het bewijs werd dat je innerlijk werk moest doen.

Marijke zag het anders. Zij heeft na haar pensioen soms moeite met lege dagen. Onze kinderen wonen allebei niet om de hoek en ze mist het vaste ritme van de basisschool, waar ze jarenlang onderwijsassistent was. Bij Els’ nieuwe groep had ze mensen leren kennen. Vrouwen van onze leeftijd die samen mediteerden in een zaaltje boven een yogastudio, maar ook gewoon koffie dronken. Marijke leek lichter. Ze kocht een schrift waarin ze iedere ochtend drie dingen opschreef waar ze dankbaar voor was.

Dat vond ik eigenlijk mooi aan haar. Maar ik was bang dat ze niet meer zag dat Els haar niet als vriendin behandelde, maar als iemand die mee moest doen.

De retraite kwam in januari ter sprake. Een lang weekend in de Achterhoek, in een verbouwde boerderij. ‘Voor verbinding, vergeving en het loslaten van oude rollen’, schreef Els. Kosten: 895 euro per persoon, exclusief vervoer.

Ik dacht eerst dat ik een nul verkeerd had gelezen.

Henk belde me diezelfde avond. Hij klonk alsof hij in de auto zat, wat ook zo was. ‘Ik ga niet drie dagen met Janine uit Haarlem in een cirkel huilen omdat ik vroeger niet genoeg geknuffeld ben,’ zei hij. ‘Maar Els zegt dat dit belangrijk is voor onze vriendschap.’

Ik zei dat ik hem begreep. Meer zei ik niet, want Marijke zat tegenover me en had alles gehoord.

Die avond kregen we ruzie. Geen geschreeuw, dat doen wij niet zo. Juist daarom kwam het hard aan. Marijke stond in de keuken boontjes schoon te maken die we de volgende dag zouden eten. Ze brak steeds de puntjes eraf, veel te snel.

‘Jij doet alsof Els ons chanteert,’ zei ze.

‘Dat doet ze ook.’

‘Nee. Zij nodigt ons uit om mee te groeien.’

Ik zei dat vriendschap geen abonnementsvorm is waarbij je eerst een weekend van bijna tweeduizend euro moet kopen om welkom te blijven. Dat was scherp, dat weet ik. Marijke werd rood en zei dat ik al maanden op alles reageerde alsof iemand me iets wilde afpakken.

Misschien had ze daar gedeeltelijk gelijk in. Sinds ik minder werk, merk ik dat ik sneller aan dingen vasthoud. Mijn vaste fietsrondje, mijn koffie om tien uur, de vrijdag bij Henk en Els. Als daar aan getrokken wordt, ben ik niet op mijn best.

Maar dit voelde niet als een kleine verandering.

Een week later gingen we toch bij hen eten. Els had een schaal geroosterde pompoen gemaakt en Henk keek alsof hij liever een gehaktbal had gehad. Na het toetje legde Els vier kaartjes op tafel. Op elk kaartje stond een woord: vertrouwen, overgave, zachtheid, waarheid.

‘Voordat jullie beslissen over de retraite,’ zei ze, ‘wil ik graag dat we eerlijk zijn. Ik voel dat Jan de groep blokkeert.’

Het werd helemaal stil. Zelfs Henk zei niks.

Ik weet nog dat ik naar dat kaartje met waarheid keek. Alsof het mijn beurt was bij een spel waar ik de regels niet van kende.

Ik zei: ‘Els, ik blokkeer de groep niet. Ik wil alleen zelf bepalen waar ik aan meedoe.’

Ze knikte heel langzaam. ‘Dat is je hoofd dat spreekt.’

Toen stond ik op. Niet rustig, ook niet dramatisch. Mijn stoel schraapte hard over de vloer. Ik zei dat ik geen retraite wilde, geen sessies en geen nieuwe voorwaarden voor een vriendschap die al bijna veertig jaar bestond. Henk stond pas op toen ik mijn jas al aanhad.

Marijke bleef nog even zitten. Dat was misschien het ergste.

Thuis zei ze lange tijd niets. Ik zette de vaatwasser aan terwijl we daar die avond niet eens hadden gegeten. Later kwam ze naast me op de bank zitten en zei: ‘Ik ga wel mee. Niet omdat Els gelijk heeft over jou, maar omdat ik het nodig heb om iets voor mezelf te doen.’

Ik wilde zeggen dat ze dan zonder mij moest gaan. Dat deed ik niet. Ik vroeg alleen hoeveel het kostte.

Ze gaat volgende maand. Alleen. Henk gaat niet, dat weet ik inmiddels. Els heeft in de groepsapp geschreven dat ze zijn keuze respecteert, maar dat ze afstand nodig heeft van energie die niet bereid is te helen.

Vrijdag eten Marijke en ik bij de Chinees op de hoek. Daarna wil zij nog even langs Els om iets af te geven voor de retraite. Ik wacht in de auto. Het is koud, dus ik neem een thermos koffie mee.