Na veertig jaar vriendschap zei ik nee, en nu weet ik niet of ik mezelf of haar in de steek laat

“Dus jij gaat gewoon? Ook nu ik je juist nodig heb?”

Dat zei mijn vriendin aan haar eettafel, met haar handen om een kop thee die al koud was. Mijn man zat erbij, haar man ook, en niemand zei eerst iets. Ik voelde meteen irritatie opkomen, maar ook schaamte, omdat ik wist dat dit gesprek al weken in de lucht hing.

Wij zijn al bijna veertig jaar bevriend. Echt van alles samen meegemaakt. Campings in Zeeland met kleine kinderen, later stedentrips, kerstborrels, ziekenhuisbezoeken, overlijdens van ouders, oppassen op elkaars huis, noem maar op. Zij was degene die bij mij op de bank zat toen ik thuis kwam na mijn borstonderzoek jaren geleden. Ik was er weer voor haar toen haar moeder naar het verpleeghuis moest. Het was nooit rekenen. Gewoon vanzelfsprekend.

Tot nu dus.

Sinds mijn pensioen ben ik vrijwilligerswerk gaan doen voor een Nederlandse stichting die onderwijsprojecten ondersteunt in Portugal. Niet iets luxeachtigs met yoga en zingeving, gewoon echt werk. Organiseren, spullen regelen, taalmaatjes koppelen, administratie opzetten. Vorig jaar ben ik drie weken mee geweest en ik kwam terug alsof ik eindelijk weer ergens van aanging. Mijn hele werkzame leven heb ik voor anderen gezorgd. Voor de kinderen, voor mijn ouders, later voor mijn kleinkinderen als het nodig was, en ondertussen gewoon gewerkt. Ik dacht ineens: als ik dit nog wil doen, dan moet het nu.

Het plan werd zes maanden per jaar daarheen. Niet voorgoed weg, maar wel lang. Mijn man vond het vanaf het begin te veel.

“Drie maanden, prima. Maar een half jaar? Je doet alsof hier niks is,” zei hij.

Ik zei: “Hier is ook nog gewoon alles als ik terug ben. Ik vraag toch niet of jij mee moet?”

Hij zei toen iets waar ik boos om werd: “Nee, maar je laat wel een gat achter. Niet alleen hier thuis. Ook bij hen.”

Met “hen” bedoelde hij onze vrienden.

Mijn vriendin loopt sinds anderhalf jaar slechter. Eerst grapte ze nog over haar knie, daarna kwam er een rollator voor langere stukken, toen zei ze afspraken af omdat traplopen of lang zitten te veel werd. Haar man doet veel, echt waar, maar hij is zelf ook niet meer de jongste en wordt stiller. Zij belt mij vaak. Soms voor een praktisch dingetje, soms gewoon omdat de dag lang is. Koffie, mee naar de markt, even naar de huisarts, samen naar de pedicure, noem maar op. Ik deed dat ook vaak. Misschien té vaak, als ik eerlijk ben, want ik ben zelf degene geweest die altijd zei: “Bel maar hoor, maakt niet uit wanneer.”

Alleen meende ik dat toen op de oude manier. Niet als dagelijkse vaste taak.

De laatste maanden merkte ik dat ik soms niet meer opnam als ik haar naam zag. Dat klinkt hard, ik weet het. Maar als ik net thuis was of met iets bezig, dacht ik: straks. En dan belde ze alweer. Ik heb dat niet eerlijk uitgesproken, omdat ik bang was haar te kwetsen. Dus bleef ik half beschikbaar, half afwezig. Daar is veel scheefgegroeid.

Toen mijn buitenlandse project definitief werd, heb ik het eerst te positief gebracht. “Wat leuk voor ons allemaal, dan hebben we straks extra verhalen,” zei ik nog. Alsof het om een cursus pottenbakken ging.

Mijn vriendin keek toen al vreemd. Later appte ze: “Ik snap niet goed of je nu echt een half jaar weg wilt of dat dit een idee is.” Ik heb daar te luchtig op gereageerd. Een duimpje, een hartje, iets als: we praten snel. Dus ja, ik heb het laten sudderen.

Vorige week zaten we dus bij hen thuis. Mijn vriendin had het onderwerp zelf op tafel gelegd.

“Ik draai de laatste tijd op jou,” zei ze. “Niet alleen praktisch. Gewoon ook als mens. Jij weet wanneer ik iets wegwuif. Jij ziet het als het niet goed gaat. Als jij straks maanden weg bent, valt dat gewoon weg.”

Ik zei: “Maar ik ben niet je thuiszorg. En ik wil ook niet dat onze vriendschap zo gaat voelen.”

Dat kwam botter uit dan ik bedoelde.

Zij werd rood en zei: “Nee, dat weet ik ook wel. Maar vriendschap is toch juist dat je er bent als het moeilijk wordt? Of gold dat alleen vroeger?”

Haar man keek naar tafel. Mijn man zei ineens: “Ze heeft wel een punt.”

Daar schrok ik nog het meest van. Niet dat hij het dacht, dat wist ik al, maar dat hij het daar zo zei.

Ik zei: “Dus nu ben ik degene die iedereen laat vallen omdat ik één keer iets voor mezelf kies?”

Mijn man zei: “Eén keer? Je bent hier al maanden met je hoofd niet helemaal meer. Alles staat in het teken van dat project. En intussen merk je echt wel hoe het met haar gaat.”

Toen zei mijn vriendin iets wat ik nog steeds hoor: “Ik vraag niet of je niet gaat. Ik vraag of je het anders kunt doen. Korter. Vaker terug. Gewoon niet een half jaar weg.”

En ik zei nee.

Gewoon meteen. Omdat ik voelde dat als ik ruimte gaf, het hele plan weer zou verschuiven naar wat iedereen nodig had, behalve ik. Dat is mijn oude patroon. Maar toen ik het zei, zag ik haar gezicht dichtgaan.

Ze zei: “Dan weet ik genoeg.”

Sindsdien is het stil. Geen appjes meer. Mijn man vindt dat ik koppig ben geweest. Ik vind dat hij me voor het blok zette waar zij bij zat. Tegelijk snap ik ook dat het voor hem anders is. Hij ziet ook dat zij mentaal achteruitgaat. Laatst was ik mee naar de huisarts en toen hoorde ik pas dat er ook zorgen zijn over somberheid. Dat had ze mij niet letterlijk verteld. Of misschien wilde ik het niet echt horen, omdat het mijn vertrek ingewikkelder maakte.

En er is nog iets wat ik ook niet netjes heb gedaan: ik had de tickets al geboekt voordat we dat gesprek hadden. Ik deed alsof er nog veel open lag, maar eigenlijk had ik mijn besluit al genomen. Misschien voelde zij dat ook.

Ik blijf erbij dat ik niet de rest van mijn gezonde jaren alleen maar beschikbaar kan zijn omdat anderen me nodig hebben. Maar ik vind ook niet dat zij gek is dat ze zich verlaten voelt. Na veertig jaar ben je niet zomaar “een kennis” die je succes wenst en verder niet zeurt. Er zit geschiedenis, gewoonte en verwachting in.

Ik ga over zes weken. En ik weet oprecht niet of ik dan eindelijk mijn eigen leven kies, of een vriendschap beschadig op een moment dat die juist getest wordt.

Ben ik te hard geweest door vast te houden aan mijn plan, of mag je op deze leeftijd eindelijk iets voor jezelf doen, ook als een vriendin je daardoor minder kan dragen?