Ik raak mijn oudste vriendschap kwijt omdat we niet volgens hun nieuwe regels willen leven

“Dan moeten we misschien maar eerlijk zijn: als jullie niet mee willen, houdt het op deze manier een keer op.” Dat zei zij vorige week, gewoon bij ons aan de keukentafel, terwijl de koffie nog niet eens op was.

Ik ben begin zestig, mijn man ook, en we zijn al ruim dertig jaar bevriend met een stel uit ons dorp. We hebben samen kinderen zien opgroeien, op elkaars huizen gepast, wekelijks bij elkaar gegeten, kaartavonden, Koningsdag, vakantie in eigen land, noem maar op. Bij ons in het dorp was het altijd een vast ding: vrijdagavond om en om. Iedereen wist dat eigenlijk.

De laatste twee jaar is er iets veranderd. Zij zijn heel streng gaan leven op het gebied van duurzaamheid. Op zich prima, dat moet iedereen zelf weten. Minder vlees, geen vliegen meer, alles tweedehands, zo min mogelijk plastic, alleen lokaal kopen, geen nieuwe kleding, niet meer met de auto als het ook op de fiets kan. Nogmaals: daar heb ik op zich niets tegen. Maar het bleef niet bij henzelf.

Eerst begon het klein. “Willen jullie voortaan havermelk halen als wij komen?” Prima. Daarna: “Kunnen we op vrijdag alleen nog vegetarisch eten?” Ook nog prima. Toen kwam: “Wij willen eigenlijk niet meer aan tafel met kaas uit de supermarkt, want de herkomst klopt vaak niet.” Daar gingen we al wat scheef op.

Mijn man zei een keer: “Jullie mogen alles vinden, maar het wordt zo wel een hele lijst.”

Daarop zei hij: “Het is geen lijst, het is bewust leven.”

En ik zei toen nog luchtig: “Voor jullie misschien. Voor mij is het vooral lastig onthouden wat wel en niet mag.”

Dat viel verkeerd.

Ik moet ook eerlijk zijn: ik heb het soms expres weggelachen. Omdat ik gedoe wilde vermijden. En ik heb ook niet meteen duidelijk gezegd waar mijn grens lag. Dan ging ik toch weer apart boodschappen doen voor hun komst, terwijl ik me er eigenlijk aan ergerde. Mijn man zei al maanden: “Je moet niet blijven schipperen, daar wordt het alleen maar vager van.” Daar had hij achteraf gelijk in.

Het echte gedoe begon toen wij vertelden dat we in het najaar een week naar Portugal wilden. Gewoon met een lijnvlucht vanaf Eindhoven, omdat we al jaren niet echt weg waren geweest. Meteen viel de sfeer stil.

“Dus jullie kiezen daar dan toch voor,” zei zij.

Ik zei: “Ja, wij wel. Dat is toch onze keuze?”

Hij zei: “Maar je kunt niet zeggen dat je onze zorgen begrijpt en dan alsnog gewoon gaan vliegen voor een week zon.”

Mijn man reageerde vrij kort: “Begrijpen is niet hetzelfde als gehoorzamen.”

Dat kwam hard aan. Sindsdien was het stroever. Vrijdagavonden werden ineens minder vanzelfsprekend. Soms werd er in de groepsapp een voorstel gedaan voor een wandeling of soepavond, en als wij dan niet meteen enthousiast reageerden, bleef het stil.

Vorige maand kwam het volgende plan: zij wilden samen met ons een vakantiehuisje kopen op de Veluwe. Niet luxe, gewoon een plek waar we met z’n vieren oud konden worden, zoals zij het noemden. Eerst vond ik het eigenlijk ontroerend. Ik dacht: misschien is dit juist een manier om elkaar vast te houden.

Maar toen kwamen de voorwaarden.

Geen auto bij het huisje, behalve in noodgevallen. Geen vlees of vis op het terrein. Geen vliegvakanties meer als je mede-eigenaar bent, “want dat past niet bij het gezamenlijke bezit”. Geen nieuwe meubels tenzij tweedehands echt onmogelijk is. Maximaal aantal doucheminuten. Alleen ecologische schoonmaakmiddelen. Geen weekendjes met andere vrienden of familie in het huisje als die “niet in de visie passen”. En belangrijke beslissingen moesten unaniem.

Ik vroeg nog: “Bedoelen jullie dit als voorstel of als grap?”

Zij zei: “Als serieuze basis. Anders heeft samen kopen geen zin. We willen een plek die klopt.”

Mijn man schoof dat papier terug en zei: “Dan moet je het niet samen met ons doen.”

Toen werd het gesprek echt naar. Zij vonden ons gemakzuchtig en individualistisch. Wij vonden hen dwingend. Hij zei: “Vriendschap is ook dat je met elkaar meebeweegt. We kunnen niet doen alsof de wereld niet verandert.”

Ik zei: “Meeleven is iets anders dan jullie regels overnemen.”

Zij zei toen iets wat bij mij nog steeds blijft hangen: “Misschien zijn wij gewoon verder gegroeid dan jullie.”

Dat vond ik zó neerbuigend dat ik meteen terugkaatste: “Of misschien zijn jullie gewoon vervelend geworden.”

Daar heb ik spijt van. Het was uit boosheid en het hielp niets. Maar eerlijk is eerlijk: ik voelde me echt weggezet als iemand zonder principes.

Later belde zij me apart. Ze klonk verdrietig, niet alleen boos. Ze zei: “We proberen niet heilig te doen. We willen gewoon niet meer leven zoals vroeger, en we merken dat we ons niet meer prettig voelen bij hoe vrijblijvend jullie ermee omgaan.”

Toen zei ik: “Maar waarom moet onze vriendschap afhangen van of ik kaas bij Albert Heijn koop of met het vliegtuig ga?”

Haar antwoord was: “Omdat keuzes iets zeggen over wie je bent, en wij willen ons omringen met mensen die dezelfde kant op willen.”

Sindsdien hebben we elkaar amper gezien. In het dorp kom je elkaar natuurlijk wel tegen, bij de bakker of de Jumbo, en dan is het vriendelijk maar afstandelijk. Alsof er een scheur zit die niemand hardop wil benoemen. Mijn man zegt dat we dit moeten laten gaan, dat vriendschap zonder ruimte geen vriendschap meer is. Ik snap dat ook. Tegelijk doet het me meer dan ik had verwacht. Niet alleen omdat ik ze mis, maar ook omdat ik mezelf afvraag of ik te lang heb meegepraat om de lieve vrede te bewaren, waardoor het nu lijkt alsof wij ineens afhaken.

Ik vind nog steeds dat vrienden je geen voorwaarden mogen opleggen om erbij te mogen horen. Maar ik zie ook dat zij dit niet spelen, zij menen het echt en leven er ook naar. Daarom voelt het niet zwart-wit.

Zouden jullie zo’n vriendschap loslaten als er steeds meer regels en morele druk bijkomen, of moet je juist proberen mee te bewegen om elkaar niet kwijt te raken?