Nu mijn man met pensioen is, wil hij ons hele leven om de vriendengroep heen bouwen, maar ik trek dat niet meer
“Dus jij laat mij daar straks alleen zitten als enige zonder partner?” Dat was wat mijn man zei, midden in de keuken, terwijl ik nog met een natte theedoek in mijn handen stond. In de groepsapp was net besloten dat we volgend voorjaar met z’n tienen naar Zuid-Frankrijk zouden gaan, in een groot huis, anderhalve week, alles samen doen. Kosten: ruim tweeduizend euro per stel, en dan hadden ze het nog luchtig over “dat moet toch kunnen nu je geen schoolgaande kinderen meer hebt”.
Ik zei: “Ik ga niet mee.”
Hij keek me aan alsof ik iets kapot had gemaakt.
Wij hebben al meer dan dertig jaar ongeveer dezelfde vriendengroep. Ontstaan via de buurt, voetbal van de kinderen, later verjaardagen, etentjes, weekendjes weg. Jarenlang vond ik dat ook gezellig. Niet elke keer, maar goed genoeg. Ik kookte mee, regelde cadeaus, onthield wie er ruzie had met wie, wie glutenvrij at, wie niet naast elkaar in de auto wilde. Mijn man werkte veel en was vaak moe. Ik ving sociaal gezien veel op.
Nu is hij sinds een paar maanden met pensioen. Eindelijk tijd, zegt hij zelf. En eerlijk: hij bloeide op. Meteen padellen, appen, lunchen, fietsen, spontane borrels op zondagmiddag. Alleen kwam daar ook iets anders bij: hij wil overal bij zijn. En hij wil vooral dat wíj overal bij zijn.
In het begin dacht ik dat het wennen was. Maar ik merkte steeds vaker dat ik na zo’n avond leeg thuiskwam. De groep is veranderd. Of ik ben veranderd, dat kan ook. Er zijn veel onderlinge grapjes waar ik net buiten val. Verhalen van wandelingen waar ik niet bij was omdat ik werkte. Appcontact dat overdag doorgaat terwijl ik schilderles heb of gewoon geen zin heb om de hele tijd op mijn telefoon te kijken.
Laatst bij een etentje zei iemand: “Jij bent ook zo stil de laatste tijd, gaat het wel?” En voor ik antwoord kon geven, zei een ander lachend: “Ze is ons gewoon zat, haha.” Iedereen lachte. Mijn man ook. Niet gemeen, meer ongemakkelijk. Maar ik voelde me wel weggezet.
In de auto zei ik: “Waarom zei je daar niks van?”
Hij zei: “Ach kom op, het was een grapje. Je trekt je alles zo aan de laatste tijd.”
Daar werd ik boos om. Want dat is precies het probleem. Alsof ik óf gezellig moet meedoen, óf ik ben moeilijk.
Ik zal eerlijk zijn: ik heb het ook niet handig gedaan. Ik heb niet eerder echt duidelijk gezegd hoe vol ik ervan zat. Ik zei dingen als “ik ben moe” of “ik sla een keer over”. Dan dacht hij dat het incidenteel was. Ondertussen zei ik tegen mijn zus dat ik soms opzag tegen de weekenden. Dus ja, ik heb te lang geslikt en daarna kwam het er te hard uit.
Er speelt ook geld mee, al wil mijn man dat niet zo noemen. Hij zegt: “We hebben ervoor gespaard om leuke dingen te doen.” Dat klopt. Maar ik wil niet ongemerkt in een ritme komen waarin elk weekend terras, uit eten, theater of contributie voor weer iets is. Ik ben net begonnen met keramiekles in het buurthuis en ik wil misschien in het najaar een cursus in Utrecht doen. Daar word ik rustig van. Niet van een groepsapp waarin op dinsdag al wordt besloten wat we zaterdag én zondag doen.
Toen die reis ter sprake kwam, zei ik nog: “Ga jij lekker, maar zonder mij.”
Hij werd daar echt geraakt door. “Dat doe je niet. We zijn al die jaren samen gegaan. Wat moet ik zeggen? Dat jij geen zin hebt in de groep?”
Ik zei: “Misschien gewoon de waarheid. Dat ik iets anders wil met mijn tijd.”
Hij: “Dat komt over alsof jij je te goed voelt voor iedereen.”
Dat vond ik zo oneerlijk. Ik voel me juist vaak de mindere in die groep de laatste tijd. Alsof ik de saaie ben geworden omdat ik niet mee wil in elk plan.
Een paar dagen later kwam een vriendin uit die groep, Marjan, koffie drinken. Ik dacht eerst: o jee, daar heb je de delegatie. Maar het gesprek viel me niet mee én niet tegen. Ze zei: “Er wordt wel over gepraat hoor, dat jij je terugtrekt. Sommigen vinden het jammer, sommigen snappen het wel. Maar ze weten niet wat er speelt.”
Ik zei: “Er speelt niet één groot drama. Ik heb gewoon behoefte aan ruimte.”
Zij zei toen iets wat bleef hangen: “Misschien verwachten we allemaal dat alles hetzelfde blijft nu we ouder worden. Maar dat is natuurlijk niet zo.”
Dat vond ik voor het eerst in weken een normaal geluid.
Thuis vertelde ik dat aan mijn man. Ik hoopte dat het zou helpen. Maar hij hoorde alleen: “Er wordt dus inderdaad over ons gepraat.” Hij schaamde zich daar zichtbaar voor. Hij zei: “Ik heb mijn hele werkende leven hard gewerkt. Ik wil niet eindigen als zo’n stel dat ieder zijn eigen ding doet en langzaam vereenzaamt.”
Toen snapte ik hem ook beter. Zijn vader zat na zijn pensioen veel alleen, dat weet ik. Maar ik zei ook: “Ruimte nemen is niet hetzelfde als vereenzamen. En samen zijn is niet hetzelfde als altijd met die groep optrekken.”
Sindsdien is het ongemakkelijk. De reis moet binnenkort geboekt worden. Hij wil eigenlijk nog steeds dat ik meega “voor de goede vrede”. Ik wil dat niet, juist omdat ik dan weer over mijn eigen grens ga om het voor iedereen makkelijk te maken. Maar ik zie ook dat het voor hem meer is dan een vakantie. Voor hem voelt die groep als houvast nu zijn werk is weggevallen.
Ik heb voorgesteld: hij gaat wel, ik niet, en wij plannen daarnaast samen ook dingen die niet om die groep draaien. Wandelen, paar dagen Zeeland, museum, gewoon kijken wat bij ons past. Hij vindt dat halfslachtig. Ik vind het een volwassen compromis.
Misschien had ik dit veel eerder duidelijk moeten zeggen en niet eerst moeten mopperen achteraf. Maar ik wil op deze leeftijd ook niet meer steeds de gezellige versie van mezelf spelen omdat anderen dat prettig vinden. Ben ik dan te star, of is het redelijk dat ik niet mee wil in een sociaal leven dat steeds meer als een verplichting voelt? Wat zouden jullie doen?