Tussen Twee Vuren: Mijn Leven Tussen Mijn Moeder en Mijn Vrouw

‘Jeroen, je laat haar toch niet weer winnen?’ De stem van mijn moeder, Ans, trilt van woede terwijl ze haar handen om haar koffiekop klemt. Ik voel de spanning in mijn schouders trekken, alsof haar woorden me fysiek naar beneden drukken. Mijn vrouw, Marloes, zit zwijgend aan de andere kant van de tafel, haar ogen gefixeerd op het tafelkleed met de blauwe molentjes.

‘Mam, alsjeblieft…’ probeer ik, maar ze onderbreekt me direct.

‘Nee, Jeroen! Je weet hoe belangrijk deze dag voor mij is. En dan komt zij weer met haar eigen plannen. Altijd moet alles om haar draaien!’

Ik kijk naar Marloes. Haar kaak is gespannen, haar handen trillen lichtjes. Ik weet dat ze zich inhoudt, uit respect voor mij, maar ik zie de pijn in haar ogen. Het is Tweede Kerstdag en we zouden eigenlijk samen naar mijn moeder gaan, zoals elk jaar. Maar Marloes’ ouders zijn net terug uit Spanje en willen ons ook graag zien. Voor het eerst heb ik voorgesteld om het anders te doen: de ochtend bij mijn moeder, de middag bij haar ouders.

‘Jeroen, zeg nou iets!’ Marloes’ stem klinkt zacht, bijna smekend. ‘We kunnen niet altijd alles doen zoals jouw moeder het wil.’

Mijn hoofd bonkt. Ik voel me verscheurd. Mijn moeder heeft me alleen opgevoed nadat mijn vader plotseling overleed toen ik acht was. Ze was alles voor me – en ik voor haar. Maar nu ben ik getrouwd met Marloes, die haar eigen verlangens en familie heeft.

‘Misschien… kunnen we volgend jaar…’ begin ik voorzichtig.

‘Volgend jaar? Dus nu geef je haar gelijk?’ Mijn moeder’s stem slaat over. Ze staat op, haar stoel schuift met een schurend geluid naar achteren.

‘Ik ben je moeder, Jeroen! Vergeet dat niet. Zonder mij had je hier niet gezeten!’

De woorden snijden door me heen. Ik zie Marloes’ ogen vollopen met tranen. Ze staat op en loopt de kamer uit zonder iets te zeggen. De stilte die achterblijft is oorverdovend.

Die avond lig ik wakker naast Marloes. Ze draait zich van me af, haar schouders schokkend van het huilen. Ik wil haar aanraken, troosten, maar iets houdt me tegen. Misschien schaamte. Misschien angst dat ik haar nog meer pijn doe.

De dagen daarna zijn gespannen. Mijn moeder belt me elke dag – soms om te vragen hoe het gaat, maar meestal om te klagen over Marloes. ‘Ze heeft je veranderd,’ zegt ze dan. ‘Vroeger was je altijd zo lief voor mij.’

Op een avond komt Marloes thuis van haar werk en gooit haar tas op de grond.

‘Jeroen, ik trek dit niet meer,’ zegt ze met gebroken stem. ‘Ik voel me nooit welkom bij jouw moeder. Altijd dat oordeel, altijd dat gevoel dat ik moet vechten om jouw aandacht.’

Ik probeer haar gerust te stellen, maar alles wat ik zeg klinkt hol. ‘Het is gewoon lastig voor haar… Ze is alleen…’

‘En ik dan?’ Marloes kijkt me aan met rode ogen. ‘Ben ik dan niet belangrijk? Of moet ik altijd tweede keus blijven?’

Die nacht slaap ik op de bank.

De weken verstrijken en de spanningen bouwen zich op als een onweerswolk die maar niet wil losbarsten. Mijn moeder blijft aandringen op wekelijkse bezoekjes – ‘anders voel ik me zo alleen’ – terwijl Marloes steeds vaker excuses verzint om niet mee te hoeven gaan.

Op een zondagmiddag barst de bom.

We zitten bij mijn moeder aan tafel. Ze heeft stamppot gemaakt, zoals vroeger toen ik klein was. De geur brengt herinneringen boven aan veilige avonden, aan samen televisie kijken onder een dekentje.

‘Waarom eet je zo weinig, Marloes?’ vraagt mijn moeder scherp.

‘Ik heb gewoon niet zo’n honger,’ antwoordt Marloes zacht.

‘Vroeger at Jeroen altijd zijn bord leeg,’ zegt mijn moeder met een blik op mij die alles zegt.

Marloes legt haar vork neer en kijkt me aan.

‘Jeroen, kunnen we gaan?’

Mijn moeder begint te huilen. ‘Zie je nou wat je doet? Je vrouw wil me niet eens in mijn eigen huis hebben!’

Ik voel me gevangen tussen twee vuren. Mijn moeder snikt, Marloes kijkt me smekend aan.

‘Mam… Marloes… Kunnen we alsjeblieft gewoon…’

Maar het is te laat. Marloes staat op en loopt naar de gang. Ik hoor de voordeur dichtslaan.

Die avond komt ze niet thuis. Ik bel haar mobiel, stuur berichten, maar krijg geen antwoord. Pas laat in de nacht krijg ik een appje: ‘Ik ben bij mijn ouders. Ik heb tijd nodig.’

De dagen daarna leef ik op automatische piloot. Op mijn werk maak ik fouten; collega’s vragen of het wel goed met me gaat. Thuis is het stil en leeg zonder Marloes.

Mijn moeder belt elke dag – soms huilend, soms boos. ‘Je laat je gezin in de steek,’ zegt ze dan verwijtend.

Na een week komt Marloes thuis om haar spullen te halen.

‘Jeroen,’ zegt ze terwijl ze haar jas aantrekt, ‘ik hou van je. Maar zolang jij geen keuze maakt tussen ons, kan ik hier niet blijven.’

Ik probeer haar tegen te houden, maar ze trekt zich los.

‘Het spijt me,’ fluistert ze voordat ze de deur achter zich dichttrekt.

Ik blijf achter in een leeg huis vol herinneringen aan wat ooit was – en wat nooit meer zal zijn.

Dagen worden weken. Mijn moeder blijft bellen, maar ik neem steeds minder vaak op. Alles voelt zinloos zonder Marloes aan mijn zijde.

Op een avond zit ik alleen aan tafel met een bord koude stamppot voor me. De stilte drukt zwaar op mijn borst.

Was dit het waard? Had ik eerder moeten kiezen? Of is het onmogelijk om recht te doen aan iedereen die je liefhebt?

Soms vraag ik me af: kun je ooit echt gelukkig zijn als je altijd tussen twee vuren blijft staan?