Mijn salaris is geen liefde: tussen angst en vrijheid

‘Waarom moet je altijd alles weten, Marieke?’ Bastiaan’s stem trilt van irritatie terwijl hij de envelop met mijn salaris uit mijn hand grist. ‘Omdat het ook mijn geld is,’ fluister ik, nauwelijks hoorbaar. Mijn hart bonkt in mijn keel. Het is weer zo’n avond waarop de stilte tussen ons zwaarder weegt dan woorden.

Ik ben Marieke van Dijk, 38 jaar, moeder van twee kinderen en docent Nederlands op een middelbare school in Amersfoort. Toen ik Bastiaan leerde kennen, was ik 24 en hij leek alles wat ik niet was: zelfverzekerd, charmant, een man met een plan. Ik viel voor zijn vastberadenheid, zijn grote dromen. We trouwden snel, kochten een rijtjeshuis in een rustige wijk en kregen kinderen. Alles leek perfect van buitenaf.

Maar ergens onderweg ben ik mezelf kwijtgeraakt. Het begon onschuldig: Bastiaan regelde de financiën, want ‘dat kon hij beter’. Ik vond het wel makkelijk; ik had toch geen verstand van hypotheken, verzekeringen en belastingaangiftes. Mijn salaris ging automatisch naar onze gezamenlijke rekening, waar Bastiaan alles verdeelde. ‘Zo houden we overzicht,’ zei hij altijd.

De eerste jaren voelde het als liefde. Hij zorgde voor ons, nam verantwoordelijkheid. Maar langzaam veranderde er iets. Als ik iets wilde kopen voor mezelf – een nieuwe jas, een boek – moest ik het eerst vragen. ‘Hebben we dat wel nodig?’ vroeg Bastiaan dan streng. Soms kreeg ik het gevoel dat ik een kind was dat zakgeld vroeg.

‘Mam, mag ik een nieuwe fiets? De mijne is echt te klein,’ vraagt Lotte op een regenachtige woensdagmiddag. Ik kijk haar aan en voel me schuldig. ‘Ik zal het aan papa vragen,’ zeg ik zachtjes. Lotte zucht en loopt weg. Het is niet de eerste keer dat ze teleurgesteld is.

Op school zie ik hoe collega’s praten over vakanties, uitjes, hun eigen spaargeld. Ik lach mee, maar voel me leeg vanbinnen. Waarom durf ik niet gewoon te zeggen dat ik geen idee heb hoeveel geld er op onze rekening staat? Dat ik zelfs voor een kopje koffie buiten de deur toestemming moet vragen?

Op een avond zit ik met mijn moeder aan de keukentafel. Ze kijkt me doordringend aan. ‘Marieke, ben je gelukkig?’ Haar vraag snijdt door mijn ziel. Ik barst in tranen uit. ‘Ik weet het niet meer, mam. Ik voel me gevangen.’

‘Je bent geen kind meer,’ zegt ze zacht. ‘Je hebt recht op je eigen leven.’

Die nacht lig ik wakker naast Bastiaan, die rustig slaapt. Mijn gedachten razen. Hoe ben ik hier beland? Waarom heb ik nooit voor mezelf opgekomen? Ik denk terug aan mijn jeugd in Utrecht, hoe onafhankelijk mijn moeder altijd was na de scheiding van mijn vader. Ze werkte hard, zorgde voor ons én voor zichzelf.

De volgende dag besluit ik met Bastiaan te praten. Mijn handen trillen als ik hem aankijk tijdens het ontbijt.

‘Bastiaan, ik wil voortaan zelf over mijn salaris beschikken.’

Hij kijkt op van zijn krant, zijn ogen smal. ‘Waarom? Vertrouw je me niet?’

‘Het gaat niet om vertrouwen,’ zeg ik zacht. ‘Ik wil gewoon weten waar mijn geld blijft. Ik wil zelf keuzes maken.’

Hij lacht kort, kil. ‘Jij snapt niks van geldzaken, Marieke. Je maakt alleen maar domme keuzes.’

Zijn woorden snijden dieper dan ik wil toegeven. Maar ergens in mij groeit iets – woede, misschien zelfs hoop.

De weken daarna probeer ik kleine stappen te zetten. Ik open stiekem een eigen rekening en laat mijn salaris daarop storten. Het voelt als verraad én bevrijding tegelijk.

Bastiaan merkt het snel op.

‘Waar is je salaris gebleven?’ vraagt hij op een avond boos.

‘Op mijn eigen rekening,’ zeg ik, trillend maar vastberaden.

Hij schreeuwt, slaat met zijn vuist op tafel. De kinderen schrikken en rennen naar boven.

‘Je maakt alles kapot!’ roept hij.

‘Nee,’ zeg ik zachtjes, ‘ik probeer mezelf te redden.’

De sfeer in huis wordt ijzig. Bastiaan praat nauwelijks nog tegen me. Lotte en Daan voelen de spanning en trekken zich terug op hun kamers.

Op school merken collega’s dat er iets mis is. Mijn vriendin en collega Sanne neemt me apart tijdens de pauze.

‘Je bent zo stil de laatste tijd, Mariek. Gaat het wel?’

Ik twijfel even, maar dan vertel ik haar alles – over het geld, over Bastiaan, over mijn angst.

Sanne pakt mijn hand vast. ‘Je bent niet alleen,’ zegt ze beslist. ‘Er zijn zoveel vrouwen die dit meemaken, ook hier in Nederland.’

Met haar hulp zoek ik informatie over financiële onafhankelijkheid en praat ik met een maatschappelijk werker van het wijkteam. Voor het eerst in jaren voel ik me gehoord.

Thuis escaleert de situatie verder als Bastiaan ontdekt dat ik hulp zoek.

‘Wil je soms scheiden?’ snauwt hij op een avond terwijl de kinderen bij hun opa en oma logeren.

Ik slik moeizaam. ‘Misschien wel,’ fluister ik.

Hij kijkt me aan alsof hij me niet meer kent.

‘Weet je wat je allemaal kapotmaakt? Denk je aan de kinderen?’

‘Juist daarom doe ik dit,’ zeg ik zachtjes maar vastberaden.

De weken daarna zijn een hel. Bastiaan probeert me te manipuleren: bloemen, lieve woorden, gevolgd door woede-uitbarstingen als ik niet toegeef. Mijn moeder blijft bij me slapen als hij te agressief wordt.

Na maanden van strijd hak ik de knoop door: ik vraag officieel een scheiding aan.

Het huis voelt leeg zonder Bastiaan, maar ook lichter. Lotte en Daan wennen langzaam aan de nieuwe situatie; ze lijken zelfs vrolijker nu er minder spanning is.

Langzaam bouw ik mijn leven opnieuw op. Ik leer omgaan met geldzaken – open rekeningen voor de kinderen, spaar voor onze eerste vakantie samen als gezin zonder Bastiaan.

Soms voel ik me schuldig of bang dat ik gefaald heb als vrouw of moeder. Maar steeds vaker voel ik trots: op mezelf, op mijn moed om te kiezen voor vrijheid.

Op een avond zit ik met Lotte op de bank.

‘Ben je nu gelukkig, mam?’ vraagt ze voorzichtig.

Ik kijk haar aan en glimlach door mijn tranen heen.

‘Ik denk het wel,’ zeg ik eerlijk. ‘Voor het eerst in lange tijd voel ik me vrij.’

En soms vraag ik me af: hoeveel vrouwen in Nederland leven nog steeds gevangen in financiële afhankelijkheid zonder dat iemand het ziet? Wanneer durven we allemaal te kiezen voor onszelf?