Na de begrafenis opende ik zijn oude telefoon en vond berichten die me kapotmaakten
‘Waarom heb je me nooit verteld wie je werkelijk was, Erik?’ Mijn stem trilt terwijl ik het oude, zilveren mobieltje in mijn hand houd. De regen tikt onophoudelijk tegen het raam, alsof de wereld buiten net zo onrustig is als ik vanbinnen. Het is amper een week geleden dat we hem begraven hebben. Mijn man. Mijn Erik. Of moet ik zeggen: de man waarvan ik dacht dat ik hem kende?
Het begon allemaal zo onschuldig. Een regenachtige zaterdag, de lucht zwaar en grijs boven Utrecht. Ik was bezig met de jaarlijkse voorjaarsschoonmaak, iets wat Erik altijd vreselijk vond. ‘Waarom moet alles altijd zo netjes zijn, Marloes?’ hoorde ik hem nog mopperen in mijn hoofd. Maar nu was het stil. Te stil.
Ik trok de onderste la van het dressoir open – de la met spullen die je bewaart ‘voor ooit’. Oude sleutels, een uitgedroogde lippenstift, een kapotte horloge… en daar lag hij: zijn oude telefoon. Een klein, zilverkleurig toestel met een gebarsten scherm. Ik had hem na Eriks dood diep weggestopt, niet in staat om het aan te raken. Maar nu, op deze druilerige dag, voelde ik ineens de drang om hem aan te zetten.
Met trillende handen plugde ik de lader in. Het scherm lichtte op, flikkerde even en toonde toen het vertrouwde beginscherm. Mijn hart bonsde in mijn keel. Foto’s, berichten, notities – alles stond er nog op. Alsof hij elk moment binnen kon lopen en zijn telefoon kon pakken.
Ik scrolde door de foto’s: vakanties in Zeeland, verjaardagen met onze dochter Sophie, selfies van ons samen op de bank. Maar toen viel mijn oog op een mapje dat ik niet kende: ‘Privé’. Mijn vingers aarzelden boven het scherm. Moest ik dit wel doen? Maar nieuwsgierigheid won het van angst.
Het eerste bericht was van een onbekend nummer. ‘Ik mis je. Wanneer zie ik je weer?’
Mijn adem stokte. Ik klikte verder.
‘Vrijdag bij hetzelfde hotel? Xx Lianne’
Lianne? De naam zei me niets. Mijn hartslag versnelde terwijl ik verder las. Berichten vol heimwee, verlangen, geheime afspraken. Foto’s van Erik met een vrouw die ik niet kende – lachend, hand in hand, ergens aan zee.
‘Nee… nee… dit kan niet waar zijn,’ fluisterde ik tegen mezelf.
Ik voelde hoe mijn benen slap werden en liet me op de grond zakken, het mobieltje nog steeds in mijn hand geklemd. Tranen stroomden over mijn wangen. Hoe lang al? Hoe vaak had hij tegen me gelogen? Was ons hele huwelijk een leugen geweest?
Plotseling hoorde ik de voordeur dichtslaan. Sophie kwam binnen, haar jas nat van de regen.
‘Mam? Gaat het?’
Ik probeerde mijn tranen weg te vegen en stopte snel de telefoon weg.
‘Ja lieverd… gewoon even een moeilijk momentje.’
Ze keek me onderzoekend aan, haar blauwe ogen – net als die van Erik – vol bezorgdheid.
‘Wil je erover praten?’
Ik schudde mijn hoofd. Hoe kon ik haar vertellen dat haar vader niet de man was die wij dachten dat hij was?
De dagen daarna voelde alles als een waas. Ik probeerde normaal te doen voor Sophie, maar ’s nachts lag ik wakker en las ik opnieuw en opnieuw de berichten van Erik en Lianne. Soms wilde ik schreeuwen van woede; soms wilde ik gewoon verdwijnen.
Op een avond zat ik met mijn zus Anouk aan de keukentafel.
‘Je ziet eruit alsof je een spook hebt gezien,’ zei ze zacht.
Ik vertelde haar alles. Over de telefoon, de berichten, Lianne.
Anouk vloekte zachtjes. ‘Wat een klootzak…’
‘Maar waarom? Waarom deed hij dit? Was ik niet genoeg?’
Ze pakte mijn hand vast. ‘Dit ligt niet aan jou, Marloes.’
Toch voelde het alsof alles aan mij lag. Had ik iets gemist? Had ik hem te weinig aandacht gegeven? Was ik te veel bezig geweest met werk, met Sophie?
De weken gingen voorbij en langzaam groeide er iets nieuws in mij: woede maakte plaats voor vastberadenheid. Ik moest weten wie Lianne was. Waarom zij? Waarom had Erik haar gekozen naast mij?
Via het telefoonnummer vond ik haar adres in Amersfoort. Op een koude dinsdagmiddag stapte ik in de auto en reed erheen. Mijn handen trilden toen ik aanbelde.
Een vrouw van mijn leeftijd deed open – slank, donker haar, vriendelijke ogen die meteen schrokken toen ze mij zag.
‘Jij bent…’
‘Marloes,’ zei ik zacht. ‘De vrouw van Erik.’
Lianne slikte zichtbaar en liet me binnen zonder iets te zeggen.
We zaten zwijgend tegenover elkaar aan haar keukentafel. De stilte was ondraaglijk.
‘Hoe lang?’ vroeg ik uiteindelijk.
Ze keek naar haar handen. ‘Vier jaar.’
Vier jaar… Vier jaar had hij gelogen tegen mij, tegen Sophie.
‘Waarom?’
Lianne haalde haar schouders op, tranen in haar ogen. ‘Hij zei dat hij niet kon kiezen… Dat hij jullie niet kwijt wilde.’
‘En jij vond dat goed?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Nee… maar liefde maakt blind.’
We praatten urenlang – over Erik, over onze levens, over hoe hij twee werelden had gecreëerd die niets van elkaar wisten. Aan het eind voelde ik me leeg en opgelucht tegelijk; eindelijk wist ik alles.
Thuis vertelde ik Sophie voorzichtig wat er gebeurd was. Ze huilde en schreeuwde; ze sloeg met deuren en wilde wekenlang niet met me praten. De familie viel uit elkaar – Eriks ouders gaven mij de schuld (‘Waarom moest jij zo nodig in zijn telefoon kijken?’), mijn schoonzus stuurde boze appjes (‘Je maakt alles kapot!’).
Maar langzaam kwam er ruimte voor iets nieuws: eerlijkheid. Sophie kwam terug naar huis en we praatten nachtenlang over papa, over liefde en bedrog, over hoe je iemand kunt missen én boos op hem kunt zijn tegelijk.
Op Eriks sterfdag gingen we samen naar zijn graf. Ik legde het oude mobieltje op de steen en fluisterde: ‘Dit is jouw waarheid, Erik. Maar wij leven nu verder met onze eigen.’
Soms vraag ik me af: had ik gelukkiger geweest als ik nooit die telefoon had geopend? Of is waarheid altijd beter dan een leugen?
Wat zouden jullie doen? Zou je willen weten wat er echt speelde – zelfs als het je kapotmaakt?