Moet ik op mijn oude dag zonder dak boven mijn hoofd komen te zitten?
‘Mam, je begrijpt het toch wel? We kunnen niet eeuwig in dat kleine flatje blijven zitten!’ De stem van mijn schoondochter, Sanne, trilt van ingehouden frustratie. Mijn zoon, Jeroen, kijkt zwijgend naar zijn handen. Ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas. Het is alsof de muren van mijn eigen appartement, mijn veilige haven in Utrecht, plotseling op me afkomen.
‘Sanne, ik… ik weet niet of ik dat kan,’ stamel ik. Mijn stem klinkt zwak, zelfs voor mezelf. ‘Dit is mijn thuis. Hier heb ik met jullie vader gewoond, hier zijn jullie opgegroeid…’
Sanne zucht diep en kijkt Jeroen aan. ‘We hebben het hier al zo vaak over gehad. We kunnen die hypotheek voor het huis in Amersfoort niet rond krijgen zonder jouw hulp. Als jij je appartement verkoopt, kunnen we eindelijk verder bouwen. Je kunt toch bij ons intrekken? We hebben straks ruimte genoeg.’
Ik voel tranen branden achter mijn ogen. Het idee dat ik alles wat vertrouwd is moet opgeven, maakt me misselijk. Maar ik zie ook de wanhoop in Jeroens ogen. Hun dochtertje, Lotte, is pas zes en slaapt nog steeds in een hoekje van de woonkamer omdat er geen tweede slaapkamer is.
‘Mam, we vragen dit niet zomaar,’ zegt Jeroen zacht. ‘We zitten echt klem.’
Mijn gedachten schieten alle kanten op. Ik denk aan de avonden dat ik alleen op de bank zit, met een kopje thee en de foto’s van mijn overleden man, Hans. Aan de buren die me groeten in de lift. Aan het uitzicht op het park waar ik elke ochtend wandel. Maar ook aan Jeroen, die altijd zo’n zorgzame zoon is geweest, en aan Lotte die haar eigen kamer verdient.
‘En als het straks niet werkt?’ fluister ik. ‘Als ik me niet thuis voel bij jullie? Waar moet ik dan heen?’
Sanne rolt met haar ogen. ‘Je doet alsof we je op straat gaan zetten! Natuurlijk zorgen we voor je.’
Maar haar toon is scherp en ik voel me kleiner worden. Ik weet dat Sanne nooit echt dol op mij is geweest. Sinds ze in Jeroens leven kwam, lijkt het alsof er altijd een muur tussen ons staat.
De weken daarna leef ik in een roes. Overal waar ik kijk, zie ik herinneringen: de ingelijste kindertekeningen aan de muur, het vergeelde behang dat Hans ooit eigenhandig heeft geplakt, de planten die ik elk voorjaar opnieuw oppot. Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn om alles achter te laten en in hun nieuwe huis een kamer te krijgen – een kamer die nooit echt van mij zal zijn.
Op een avond belt mijn zus Marijke uit Groningen. ‘Je moet doen wat goed voelt voor jou,’ zegt ze beslist. ‘Je hebt je hele leven voor Jeroen gezorgd. Nu mag je ook aan jezelf denken.’
Maar hoe doe je dat als moeder? Hoe kies je voor jezelf als je kind je nodig heeft?
De druk neemt toe als Sanne steeds vaker belt en zelfs onaangekondigd langskomt met folders van makelaars en hypotheekadviseurs. ‘Kijk nou eens naar deze cijfers,’ zegt ze terwijl ze haar laptop openklapt aan mijn keukentafel. ‘Als je nu verkoopt, krijg je een goede prijs. Over vijf jaar is dat misschien wel anders.’
Jeroen blijft stil tijdens deze gesprekken. Soms vangen onze blikken elkaar en zie ik schaamte in zijn ogen. Maar hij zegt niets tegen Sanne.
Op een zondagmiddag komt Lotte naar me toe terwijl haar ouders druk discussiëren over bouwtekeningen. Ze kruipt bij me op schoot en fluistert: ‘Oma, kom je echt bij ons wonen? Dan kunnen we samen knutselen!’ Haar ogen stralen hoop en verwachting.
Mijn hart breekt een beetje.
Die nacht slaap ik nauwelijks. In het donker hoor ik Hans’ stem in mijn hoofd: ‘Je moet doen wat goed is voor jou, Anna.’ Maar wat is dat? Mijn eigen rust bewaren of mijn zoon helpen?
De weken verstrijken en de spanning groeit. Op een dag staat Sanne ineens met een makelaar op de stoep. ‘Dit is mevrouw De Vries,’ zegt ze opgewekt. ‘Ze kan je appartement binnen twee weken verkopen.’
Ik voel me overvallen en vernederd. ‘Ik heb hier niet om gevraagd!’ roep ik uit.
Sanne’s gezicht vertrekt. ‘We proberen alleen maar te helpen.’
Die avond barst de bom tussen mij en Jeroen. Hij komt alleen langs, zonder Sanne.
‘Mam, ik weet dat dit veel gevraagd is,’ begint hij voorzichtig. ‘Maar Sanne maakt zich echt zorgen om Lotte… En om ons huwelijk.’
‘En jij dan?’ vraag ik fel. ‘Wat wil jij?’
Hij kijkt weg. ‘Ik wil dat iedereen gelukkig is.’
‘Dat kan niet,’ zeg ik zacht.
Er valt een pijnlijke stilte.
‘Misschien moet je gewoon eerlijk zeggen wat je wilt,’ zegt Jeroen uiteindelijk.
Ik slik moeizaam. ‘Ik wil hier blijven. Dit is mijn thuis.’
Jeroen knikt langzaam, maar zijn schouders zakken omlaag van teleurstelling.
De dagen daarna voel ik me schuldig en opgelucht tegelijk. Ik probeer mezelf wijs te maken dat ik het juiste heb gedaan – voor mijzelf én voor hen. Maar als ik Lotte’s teleurgestelde gezicht zie wanneer ze hoort dat oma niet bij hen komt wonen, voel ik me verscheurd.
Sanne stuurt me sindsdien koele berichtjes en Jeroen belt minder vaak. De afstand groeit.
Op een avond zit ik alleen aan tafel met een kop thee en kijk naar de lege stoel tegenover me. Ik vraag me af: heb ik mijn familie verloren door voor mezelf te kiezen? Of heb ik eindelijk geleerd dat liefde soms betekent dat je grenzen stelt?
Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond? Is het egoïstisch om vast te houden aan je eigen geluk?