Salaris is geen liefde: Mijn strijd tussen angst en vrijheid
‘Waarom heb je weer geld gepind zonder het te vragen, Marleen?’ Bastiaans stem snijdt door de stilte van onze keuken, zijn ogen priemend in de mijne. Mijn handen trillen als ik het bonnetje op tafel leg. ‘Het was maar voor de boodschappen, Bas. De kinderen hadden melk nodig.’
Hij zucht diep, schudt zijn hoofd en draait zich om. ‘Je weet dat ik alles regel. Je hoeft je daar niet mee te bemoeien.’
Op dat moment voel ik het weer: die knoop in mijn maag, het brandende schaamrood op mijn wangen. Ik ben 38 jaar, moeder van twee, werk als verpleegkundige in het ziekenhuis in Utrecht, maar elke maand als mijn salaris binnenkomt, maak ik het direct over naar Bastiaan. Zo doen we dat al sinds we getrouwd zijn. Hij regelt de financiën, zegt hij. Dat is makkelijker, zegt hij.
In het begin vond ik het logisch. Mijn moeder deed het ook zo bij mijn vader. ‘Dat hoort zo in een goed huwelijk,’ zei ze altijd. Maar nu, na vijftien jaar huwelijk, voelt het niet meer als liefde of vertrouwen. Het voelt als een kooi.
‘Mam, waar is mijn voetbalshirt?’ roept Daan vanuit de gang. Ik schrik op uit mijn gedachten en haast me naar boven. Terwijl ik door de wasmand graaf, hoor ik Bastiaan beneden bellen met zijn broer. ‘Ze snapt het gewoon niet,’ zegt hij zacht, maar hard genoeg voor mij om te horen. ‘Altijd die discussies over geld.’
Die avond lig ik wakker naast hem. Zijn rug naar mij toe, zijn ademhaling diep en gelijkmatig. Mijn gedachten razen. Waarom voel ik me zo klein? Waarom durf ik niet gewoon te zeggen dat ik mijn eigen geld wil beheren? Ik draai me om en staar naar het plafond. In het donker lijkt alles groter: mijn angst om hem boos te maken, mijn schaamte dat ik dit heb laten gebeuren, mijn verlangen naar vrijheid.
De volgende ochtend op het werk vraagt collega Sanne of ik zin heb om na het werk samen koffie te drinken. ‘Je ziet er moe uit, Marleen. Alles goed thuis?’
Ik glimlach flauwtjes. ‘Gewoon druk met de kinderen en werk.’
Ze kijkt me doordringend aan. ‘Als je ooit wilt praten…’
Die middag zitten we samen in een café aan de Oudegracht. De zon schijnt op het water, mensen lachen op terrassen. Sanne bestelt cappuccino’s en kijkt me aan.
‘Marleen, je hoeft niet alles alleen te dragen.’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. ‘Soms… soms voelt het alsof ik geen controle heb over mijn eigen leven,’ fluister ik.
Ze legt haar hand op de mijne. ‘Je bent sterker dan je denkt.’
Thuisgekomen tref ik Bastiaan in de woonkamer, verdiept in zijn laptop. ‘Waar was je?’ vraagt hij zonder op te kijken.
‘Koffie met Sanne na werk.’
Hij knikt kortaf. ‘Volgende keer graag even laten weten.’
Die avond besluit ik mijn salaris niet direct over te maken. Mijn hart bonkt in mijn keel als ik de bankapp open en het bedrag zie staan. Het voelt als een klein stukje vrijheid in mijn handen.
De dagen daarna ben ik gespannen. Bastiaan merkt het snel op.
‘Je bent anders de laatste tijd,’ zegt hij tijdens het avondeten.
‘Misschien wil ik wat meer betrokken zijn bij onze financiën,’ zeg ik voorzichtig.
Hij lacht schamper. ‘Daar heb jij toch geen verstand van? Laat dat nou maar aan mij over.’
De kinderen kijken ongemakkelijk naar hun borden. Ik voel me vernederd, maar ook boos. Die nacht kan ik niet slapen. Ik denk aan Sanne’s woorden: Je bent sterker dan je denkt.
De volgende dag neem ik vrij van werk en ga naar de bibliotheek. Ik zoek boeken over financiële onafhankelijkheid, lees verhalen van vrouwen die hun eigen weg vonden. Ik schrijf alles op in een notitieboekje: hoeveel ik verdien, wat onze vaste lasten zijn, wat er overblijft.
’s Avonds probeer ik met Bastiaan te praten.
‘Bas, ik wil graag weten waar ons geld naartoe gaat. Misschien kunnen we samen een overzicht maken?’
Hij kijkt me kil aan. ‘Vertrouw je me niet?’
‘Het gaat niet om vertrouwen,’ zeg ik zacht. ‘Ik wil gewoon… begrijpen hoe alles werkt.’
Hij staat op en loopt weg zonder iets te zeggen.
De weken daarna wordt de sfeer ijziger. Bastiaan praat nauwelijks tegen me, behalve over praktische zaken met de kinderen. Ik voel me schuldig tegenover Daan en Lotte; ze merken dat er iets mis is.
Op een avond hoor ik Daan fluisteren tegen Lotte: ‘Waarom is mama altijd verdrietig?’
Mijn hart breekt.
Ik weet dat er iets moet veranderen.
Op een zaterdagmiddag neem ik de kinderen mee naar het park en vertel ze dat mama soms ook fouten maakt, maar dat ze probeert sterker te worden.
‘Ben je boos op papa?’ vraagt Lotte met grote ogen.
‘Nee lieverd,’ zeg ik terwijl ik haar hand vasthoud, ‘maar soms moeten grote mensen moeilijke dingen leren.’
Die avond stuur ik Bastiaan een berichtje: “Kunnen we praten?”
We zitten zwijgend tegenover elkaar aan tafel.
‘Ik kan zo niet verder,’ begin ik met trillende stem. ‘Ik wil niet meer dat jij alles bepaalt over ons geld. Ik wil samen beslissen, of anders…’
Hij kijkt me aan alsof hij me voor het eerst ziet.
‘Of anders wat?’
Mijn stem breekt bijna, maar ik dwing mezelf door te gaan: ‘Of anders weet ik niet of dit nog werkt tussen ons.’
Er valt een lange stilte.
‘Dus je kiest geld boven ons huwelijk?’ zegt hij uiteindelijk bitter.
‘Nee,’ zeg ik zacht maar vastberaden, ‘ik kies voor mezelf. Voor wie ik ben.’
De weken daarna zijn zwaar. We praten veel – soms boos, soms verdrietig – maar voor het eerst voel ik ruimte om mezelf te zijn. We besluiten hulp te zoeken bij een relatietherapeut in de stad.
Het is geen sprookje; sommige dagen wil ik alles opgeven en terugkruipen in de oude patronen. Maar elke keer als ik mijn salaris zie binnenkomen op mijn eigen rekening, voel ik een sprankje hoop.
Soms vraag ik me af: hoeveel vrouwen in Nederland zitten nog vast in zo’n onzichtbare kooi? En wanneer kiezen wij eindelijk voor onze eigen vrijheid?