Ben ik alleen maar een pinautomaat? – Mijn strijd voor respect en liefde in mijn Nederlandse gezin
‘Mam, kun je even geld overmaken? Mijn huur is deze maand weer hoger.’
De woorden van mijn oudste dochter, Sophie, galmen na in mijn hoofd terwijl ik haar appje lees. Ik zit aan de keukentafel in mijn kleine appartementje in Utrecht, de koffiekop trilt lichtjes in mijn hand. Twintig jaar geleden vertrok ik naar Duitsland om als verpleegkundige te werken, alles om mijn dochters een betere toekomst te geven. Nu ben ik terug, maar het voelt alsof ik nooit echt thuis ben geweest.
‘Weet je nog hoe het was toen je klein was?’ vraag ik zachtjes, meer tegen mezelf dan tegen haar. ‘Toen je huilde omdat je je knie had gestoten, en ik je op schoot nam?’ Maar Sophie hoort me niet. Ze woont nu samen met haar vriend in Amsterdam, druk met haar eigen leven. Voor haar ben ik blijkbaar niet meer dan een bankrekening.
Mijn jongste dochter, Lisa, is niet veel anders. Ze studeert aan de universiteit in Groningen en belt alleen als ze iets nodig heeft. ‘Mam, kun je mijn collegegeld voorschieten? Ik krijg het later wel terug van DUO.’ Maar dat geld komt nooit terug. En toch blijf ik geven, uit schuldgevoel misschien, of uit hoop dat ze op een dag gewoon eens bellen om te vragen hoe het met míj gaat.
Mijn ex-man, Kees, heeft zich er makkelijk vanaf gemaakt. Toen ik vertrok, beloofde hij voor de meisjes te zorgen. Maar al snel had hij een nieuwe vriendin en werd ik de onzichtbare moeder op afstand. De verjaardagen die ik miste, de eerste schooldagen, de tranen bij het afscheid op Schiphol – alles heb ik opgeofferd voor hun toekomst.
‘Waarom bel je niet gewoon eens om te vragen hoe het met haar gaat?’ hoor ik mijn zus Marijke zeggen tijdens onze wekelijkse wandeling door het Wilhelminapark. ‘Ze zijn volwassen, ze moeten ook leren geven.’
‘Misschien heb ik ze dat nooit geleerd,’ antwoord ik schamper. ‘Misschien heb ik ze alleen geleerd dat geld alles oplost.’
Marijke kijkt me aan met die blik die zegt dat ze het begrijpt, maar het toch niet echt snapt. Zij heeft haar kinderen altijd dichtbij gehad. Ze weet niet hoe het is om elke avond naar een foto te staren en te hopen dat je kinderen je niet vergeten.
De dagen in Nederland zijn grijs en nat. Ik probeer mijn draai te vinden: vrijwilligerswerk bij het buurthuis, koffie drinken met oude vriendinnen die allemaal hun eigen leven hebben opgebouwd. Soms voel ik me als een schim uit het verleden die niemand meer herkent.
Op een avond besluit ik het gesprek aan te gaan met Sophie. Ik nodig haar uit voor een etentje bij mij thuis. Ze komt binnen met haar telefoon in de hand, nauwelijks oogcontact.
‘Hoe gaat het op je werk?’ probeer ik voorzichtig.
‘Druk,’ zegt ze kortaf. ‘En jij?’
‘Ik… Ik mis jullie,’ zeg ik eerlijk. ‘Ik heb het gevoel dat we elkaar kwijt zijn geraakt.’
Ze zucht en kijkt eindelijk op. ‘Mam, je was er nooit. Je was altijd weg. En nu verwacht je ineens dat we weer een gezin zijn?’
Haar woorden snijden dieper dan ze beseft. ‘Ik deed het allemaal voor jullie,’ fluister ik.
‘Misschien hadden we liever gehad dat je gewoon thuis was gebleven,’ zegt ze zacht.
De stilte tussen ons is ondraaglijk. Ik wil haar uitleggen hoe moeilijk het was, hoe vaak ik heb gehuild in mijn kleine kamer in München, hoe elke euro die ik stuurde voelde als een stukje van mezelf dat ik verloor. Maar de woorden blijven steken.
Na het eten vertrekt Sophie snel weer. ‘Dank voor het eten, mam,’ zegt ze vluchtig terwijl ze haar jas aantrekt. ‘En eh… kun je die 200 euro nog overmaken?’
Ik knik zwijgend en sluit de deur achter haar. De leegte in huis is tastbaar.
Een paar dagen later belt Lisa onverwacht. Mijn hart maakt een sprongetje van hoop.
‘Mam? Ik heb ruzie gehad met papa. Mag ik even bij jou logeren?’
‘Natuurlijk lieverd,’ zeg ik zonder aarzelen.
Als Lisa arriveert, zie ik de wallen onder haar ogen en de spanning in haar schouders. We zitten samen op de bank, zwijgend eerst, tot ze begint te praten.
‘Waarom ben je eigenlijk weggegaan?’ vraagt ze plotseling.
Ik slik en kijk haar aan. ‘Omdat ik dacht dat geld alles beter zou maken. Dat als jullie alles hadden wat jullie nodig hadden, jullie gelukkig zouden zijn.’
Lisa schudt haar hoofd. ‘We hadden jou nodig, mam. Niet alleen je geld.’
De tranen stromen over mijn wangen. Voor het eerst in jaren voel ik me gezien – niet als geldautomaat, maar als moeder.
We praten tot diep in de nacht over vroeger, over gemiste momenten en spijt. Lisa blijft een paar dagen en helpt me met klusjes in huis. We lachen samen om oude foto’s en delen verhalen die we nooit eerder durfden te vertellen.
Langzaam groeit er iets nieuws tussen ons: begrip misschien, of vergeving.
Maar met Sophie blijft het stroef. Ze blijft vragen om geld, blijft afstandelijk. Op een dag stuur ik haar een bericht: ‘Sophie, ik hou van je – maar ik kan niet alleen maar blijven geven zonder iets terug te krijgen.’
Ze reageert niet meteen. Pas na een week krijg ik een kort antwoord: ‘Ik weet niet hoe dat moet, mam.’
Ik staar naar haar bericht en voel zowel verdriet als hoop. Misschien is dit het begin van iets nieuws – of misschien blijft het altijd zo.
Soms vraag ik me af: Ben ik alleen maar een pinautomaat geweest? Of is er nog hoop op echte liefde en respect? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?