De bloemen van mijn ex-schoonvader
‘Margriet, je moet echt ophouden met dat eeuwige gepieker. Je maakt jezelf gek!’ De stem van mijn moeder galmde nog na in mijn hoofd terwijl ik naar het boeket op de keukentafel staarde. De geur van verse lelies en rozen vulde de kleine flat in Utrecht, waar ik sinds de scheiding woonde. Mijn vingers trilden lichtjes toen ik het kaartje opnieuw las: ‘Voor de prachtige Margriet.’ Geen afzender. Geen aanwijzing. Alleen die twee woorden, die als een echo door mijn hoofd bleven galmen.
Het was nu drie maanden geleden dat Jakko en ik uit elkaar gingen. Niet omdat we elkaar niet meer liefhadden – althans, dat hield ik mezelf voor – maar omdat zijn moeder, mijn schoonmoeder, me nooit heeft geaccepteerd. ‘Jij hoort niet bij ons soort mensen,’ had ze ooit gesist tijdens een familie-etentje, terwijl ze haar wijn ronddraaide en me met haar koude blauwe ogen aankeek. Jakko had nooit echt partij gekozen. Hij was een conflictvermijder, altijd bezig met zijn werk als advocaat in Amsterdam, altijd onderweg, altijd afwezig.
Na de scheiding voelde ik me verloren. Mijn ouders begrepen het niet. ‘Je had het zo goed voor elkaar, Margriet. Waarom geef je dat op?’ Mijn moeder kon het niet laten om me eraan te herinneren dat ik nu weer ‘opnieuw moest beginnen’. Alsof ik gefaald had. Alsof liefde een wedstrijd was die ik verloren had.
Maar nu was er dat boeket. En het was niet de eerste keer. Sinds de scheiding kreeg ik elke maand bloemen, altijd anoniem, altijd met een kort briefje. Eerst dacht ik aan Jakko, maar hij was alweer samen met een collega – een slanke brunette die perfect paste in het plaatje van zijn familie. Mijn vriendinnen lachten erom. ‘Misschien is het een geheime aanbidder!’ Maar diep vanbinnen voelde het anders. Er zat iets ongemakkelijks aan deze aandacht.
Die avond zat ik op de bank toen mijn telefoon trilde. Een onbekend nummer.
‘Margriet?’
‘Ja?’
‘Met Willem.’
Mijn hart sloeg over. Willem was mijn ex-schoonvader. De enige uit die familie die ooit aardig tegen me was geweest. Hij had altijd een warme glimlach voor me, een luisterend oor als Jakko weer eens te laat was voor het eten.
‘Ik… eh… Ik wilde even horen hoe het met je gaat,’ stamelde hij.
‘Met mij? Goed… denk ik.’ Ik hoorde mezelf liegen.
Er viel een stilte. ‘Ik weet dat het raar is, maar… die bloemen…’
Mijn adem stokte. ‘Jij?’
‘Ja,’ zei hij zacht. ‘Ik wilde gewoon… laten weten dat je niet vergeten bent.’
De volgende dag stond Willem voor mijn deur met een doosje gebakjes van de bakkerij op de hoek. Hij zag er ouder uit dan ik me herinnerde; zijn haar grijzer, zijn ogen vermoeider.
‘Mag ik binnenkomen?’ vroeg hij voorzichtig.
We zaten samen aan de keukentafel, omringd door de geur van bloemen en koffie.
‘Waarom doe je dit?’ vroeg ik uiteindelijk. ‘Waarom nu?’
Hij zuchtte diep. ‘Omdat ik spijt heb, Margriet. Ik heb nooit ingegrepen toen mijn vrouw zo hard voor je was. Ik zag hoe ongelukkig je werd, maar ik hield mijn mond. En nu… nu is alles kapot.’
Zijn stem brak en tot mijn schrik zag ik tranen in zijn ogen.
‘Het is niet jouw schuld,’ fluisterde ik, maar ik wist dat het niet waar was. We waren allemaal schuldig geweest aan lafheid, aan zwijgen waar we hadden moeten spreken.
Willem kwam steeds vaker langs. Soms bracht hij bloemen mee, soms gewoon zichzelf en een luisterend oor. We praatten over alles: over Jakko, over zijn vrouw – mijn ex-schoonmoeder – die nu alleen nog maar verbitterd door het huis liep en iedereen de schuld gaf behalve zichzelf.
Op een avond zaten we samen op het balkon, kijkend naar de ondergaande zon boven de Utrechtse daken.
‘Weet je,’ zei Willem zacht, ‘ik heb altijd gewild dat Jakko iemand vond zoals jij. Iemand die hem uitdaagde, die hem liet lachen.’
Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. ‘Waarom heeft hij dan nooit voor mij gekozen?’
Willem haalde zijn schouders op. ‘Soms zijn mensen te bang om te kiezen voor wat ze echt willen.’
Er ontstond iets tussen ons – geen liefde zoals tussen geliefden, maar een diepe verbondenheid. We deelden onze pijn, onze spijt, onze hoop op vergeving.
Maar niet iedereen begreep onze band.
Op een dag stond mijn moeder plotseling voor de deur terwijl Willem bij mij was.
‘Wat doet híj hier?’ siste ze, haar ogen groot van woede.
‘We praten gewoon, mam,’ zei ik zacht.
‘Dit is ongepast! Je bent gescheiden van zijn zoon! Wat zullen de mensen wel niet denken?’
Willem stond op en keek haar recht aan. ‘Mevrouw Van Dijk, soms is vriendschap belangrijker dan roddels.’
Mijn moeder snoof en liep stampvoetend weg.
De weken gingen voorbij en langzaam begon ik mezelf terug te vinden. Ik vond een nieuwe baan bij een kleine uitgeverij in de stad en maakte nieuwe vrienden. Maar de band met Willem bleef bijzonder.
Op een dag belde Jakko onverwacht aan.
‘Kunnen we praten?’ vroeg hij zenuwachtig.
We zaten zwijgend tegenover elkaar aan tafel.
‘Ik heb gehoord dat je veel met mijn vader omgaat,’ begon hij voorzichtig.
‘Ja,’ zei ik simpelweg.
Hij keek weg. ‘Mam is woedend. Ze zegt dat je alles kapotmaakt.’
Ik lachte bitter. ‘Alsof er nog iets heel was om kapot te maken.’
Jakko keek me eindelijk aan. ‘Ben je gelukkig?’
Ik dacht na voordat ik antwoordde. ‘Ik ben onderweg daarheen.’
Hij knikte langzaam en stond op om te gaan.
Die avond zat ik alleen op het balkon, starend naar de sterren boven de stad. Mijn leven was niet geworden wat ik ooit had gehoopt – geen huisje-boompje-beestje met Jakko, geen warme familiebanden zoals in de films.
Maar misschien was dat oké.
Misschien ging het erom dat je mensen vond die je zagen zoals je echt bent – zelfs als dat onverwacht je ex-schoonvader bleek te zijn.
Soms vraag ik me af: hoeveel moed kost het om écht voor jezelf te kiezen? En wie durft er te blijven als alles om je heen verandert?