Geef de pincode, mama wil een telefoon kopen: maar ze hadden geen idee wat ik van plan was
“Schat, kun je even de pincode geven? Mam staat bij de kassa en haar telefoon is kapot.” De stem van mijn man, Jeroen, klonk slaperig maar ook een tikkeltje gehaast. Het was pas zeven uur ’s ochtends en ik lag nog half in dromenland. Mijn eerste reactie was irritatie. Waarom moest zijn moeder, Ans, altijd zo vroeg op pad? En waarom moest ik altijd alles regelen? Maar ik hield me in. “Welke pincode bedoel je?” vroeg ik, terwijl ik mijn ogen opendeed en het felle ochtendlicht door de gordijnen zag schijnen.
Jeroen zuchtte. “Van je betaalpas. Mam wil een nieuwe telefoon kopen, maar haar eigen pas doet het niet. Ze vraagt of ze het even via jouw rekening mag doen, ze betaalt je straks terug.”
Ik voelde een steek van wantrouwen. Niet omdat ik Ans niet vertrouwde, maar omdat dit niet de eerste keer was dat ze geld van ons leende. En meestal kwam het ‘straks terugbetalen’ neer op weken wachten en ongemakkelijke gesprekken. Maar vandaag was anders. Vandaag had ik iets gepland waar niemand iets van wist. Niet Jeroen, niet Ans, zelfs mijn beste vriendin Sanne niet.
“Geef haar de pincode maar niet,” zei ik plotseling, tot Jeroens verbazing. “Ik regel het straks wel.”
Hij keek me verbaasd aan. “Waarom niet? Ze staat nu bij de kassa. Wil je soms niet dat ze die telefoon koopt?”
Ik draaide me om en keek hem recht aan. “Nee, dat is het niet. Maar ik heb iets anders in gedachten. Vertrouw me nou maar.”
Jeroen schudde zijn hoofd en liep mopperend de kamer uit. Ik hoorde hem bellen met zijn moeder. “Nee mam, ze wil het niet geven. Ja, ik weet het ook niet. Ze doet raar.”
Mijn hart bonsde in mijn borst. Ik wist dat ik op het randje balanceerde. Maar ik moest dit doen. Voor mezelf, voor ons gezin. Want wat niemand wist, was dat ik al wekenlang geld opzijzette. Niet voor een nieuwe telefoon, maar voor een weekendje weg met z’n drieën. Jeroen werkte zich kapot op kantoor, Ans was altijd alleen sinds haar man was overleden, en ik voelde me steeds meer een vreemde in mijn eigen huis. We hadden iets nodig om ons weer te verbinden. Maar als ik nu de pincode gaf, was het spaargeld weg. En mijn verrassing verpest.
De dag kroop voorbij. Jeroen was kortaf, Ans stuurde boze appjes. “Waarom mag ik je pincode niet? Vertrouw je me niet meer?” Ik voelde me schuldig, maar hield vol. Rond het middaguur belde Sanne. “Je klinkt gestrest. Wat is er?”
Ik vertelde haar alles. Over de pincode, de telefoon, de verrassing. Ze lachte. “Jij durft! Maar ik snap het wel. Je moet soms voor jezelf kiezen. En als ze straks weten wat je hebt gedaan, zijn ze je dankbaar.”
Maar ik was er niet gerust op. Toen Jeroen thuiskwam, was de spanning te snijden. Hij gooide zijn tas op de bank en keek me boos aan. “Mam is boos. Ze denkt dat je haar niet vertrouwt. En eerlijk gezegd snap ik het ook niet. Waarom doe je zo moeilijk?”
Ik beet op mijn lip. “Kun je me alsjeblieft gewoon even vertrouwen? Nog één dag?”
Hij zuchtte diep. “Ik weet niet wat je van plan bent, maar het voelt niet goed. Je doet geheimzinnig, en dat haat ik.”
Die avond at Ans niet mee. Ze stuurde een bericht: “Laat maar weten als ik welkom ben.” Mijn hart brak. Was ik te ver gegaan? Was mijn verrassing het waard om de familieband zo op het spel te zetten?
’s Nachts lag ik wakker. Ik dacht aan de eerste keer dat ik Jeroen ontmoette, op het terras in Utrecht. Hoe hij lachte, hoe hij me liet voelen dat ik bijzonder was. Maar de laatste tijd was alles anders. We leefden langs elkaar heen. Ans was altijd aanwezig, altijd afhankelijk. Ik voelde me opgesloten, alsof ik geen eigen leven meer had.
De volgende ochtend stond ik vroeg op. Ik bakte pannenkoeken, zette verse koffie en legde drie enveloppen op tafel. In elke envelop zat een kaartje: “Weekendje weg – samen, zonder zorgen.”
Jeroen kwam slaperig de keuken in. “Wat is dit?”
Ik glimlachte nerveus. “Open maar.”
Hij las het kaartje en keek me met grote ogen aan. “Meen je dit?”
Op dat moment kwam Ans binnen, haar gezicht nog steeds op onweer. “Ik kom alleen even mijn jas halen.”
Ik schoof haar de envelop toe. “Voor jou ook, Ans.”
Ze aarzelde, maar opende het kaartje. Haar lip begon te trillen. “Een weekendje weg? Met z’n drieën?”
Ik knikte. “Ik heb de afgelopen maanden geld opzijgezet. Daarom wilde ik de pincode niet geven. Ik wilde niet dat het spaargeld opging aan weer een nieuwe telefoon. We hebben elkaar nodig. Meer dan een nieuw toestel.”
Het was even stil. Jeroen keek naar zijn moeder, toen naar mij. Ans veegde een traan weg. “Ik dacht dat je me niet meer vertrouwde. Maar je hebt dit allemaal voor ons gedaan?”
Ik knikte. “Ik wilde gewoon weer even samen zijn. Zonder stress, zonder ruzie.”
Jeroen sloeg zijn arm om me heen. “Sorry dat ik zo bot was. Ik had geen idee.”
Ans glimlachte voorzichtig. “Misschien heb ik ook te snel geoordeeld. Ik ben gewoon bang om alleen te zijn.”
We zaten daar, met z’n drieën aan tafel. Voor het eerst in maanden voelde het alsof we weer een gezin waren. De spanning was weg, vervangen door opluchting en een sprankje hoop.
’s Avonds, toen iedereen naar bed was, zat ik nog even alleen in de woonkamer. Ik dacht aan alles wat er gebeurd was. Hoe snel wantrouwen kan groeien, hoe moeilijk het is om geheimen te bewaren, zelfs als ze uit liefde zijn. Maar ook hoe belangrijk het is om soms voor jezelf te kiezen, zelfs als anderen dat niet begrijpen.
Zou jij in mijn schoenen hetzelfde hebben gedaan? Of had je toch de pincode gegeven en de verrassing opgegeven? Ik ben benieuwd naar jullie reacties…