Help! Mijn vriend weigert te trouwen en zijn moeder steunt hem. Ik ben zwanger en weet niet wat ik moet doen.
‘Dus je wilt écht niet trouwen?’ Mijn stem trilt, terwijl ik Daan aankijk. Zijn ogen glijden weg, naar het raam, waar de regen zachtjes tegen het glas tikt.
‘Nee, Lucia. Ik heb het je al gezegd. Ik ben er gewoon niet klaar voor. Waarom moet alles meteen zo officieel?’ Zijn stem klinkt vlak, bijna vermoeid.
Ik voel hoe mijn hart in mijn borst bonkt. Mijn handen zijn koud, mijn gedachten razen. ‘Omdat ik zwanger ben, Daan! Omdat we samen een kind krijgen! Denk je dat ik dit alleen wil doen?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Je doet het toch niet alleen. Ik blijf bij je, maar trouwen… dat is gewoon niet mijn ding. Mijn moeder vindt dat trouwens ook.’
Die woorden snijden dieper dan ik wil toegeven. Zijn moeder, Marijke, heeft me nooit echt gemogen. Ze vindt me te direct, te ambitieus, te anders dan de meisjes die ze voor haar zoon in gedachten had. Ik hoor haar stem nog, die avond dat ik haar vertelde dat ik zwanger was: ‘Nou, dat is dan wat vroeg, niet?’
Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Ik voel me klein, verloren. Mijn ouders zijn overleden, ik heb niemand anders. Daan was altijd mijn rots, mijn thuis. Maar nu lijkt hij verder weg dan ooit.
De volgende dag zit ik aan de keukentafel bij Daan thuis. Marijke schenkt koffie in, haar blik koel. ‘Dus, Lucia, wat zijn nu precies je verwachtingen?’ vraagt ze, terwijl ze haar bril rechtzet.
‘Ik wil gewoon dat Daan en ik samen een gezin vormen. Dat we het officieel maken, voor ons kind. Dat lijkt me niet zo vreemd,’ zeg ik zacht.
Marijke zucht. ‘Tijden zijn veranderd, meisje. Trouwen is niet meer nodig. Daan moet zijn eigen keuzes maken. Ik steun hem daarin.’
Op dat moment schuift Daan’s vader, Henk, aan. Hij kijkt me aan, zijn ogen warm. ‘Ik snap je wel, Lucia. Vroeger was het vanzelfsprekend. Je zorgt voor elkaar, je geeft je kind stabiliteit. Ik vind dat Daan het je wel verschuldigd is.’
Daan rolt met zijn ogen. ‘Pap, het is mijn leven. Ik wil Lucia niet kwijt, maar ik wil niet trouwen. Waarom is dat zo moeilijk te begrijpen?’
De spanning in de kamer is om te snijden. Ik voel me alsof ik in een slechte film zit, waarin iedereen zijn eigen script volgt en niemand naar elkaar luistert.
’s Nachts lig ik wakker. Mijn handen op mijn buik, waar een nieuw leven groeit. Ik praat zachtjes tegen mijn ongeboren kind. ‘Wat moet ik doen, kleintje? Hoe kan ik je beschermen als ik zelf niet weet waar ik aan toe ben?’
De weken verstrijken. Daan blijft bij zijn standpunt. Hij is lief, zorgt voor me, maar zodra het over trouwen gaat, klapt hij dicht. Marijke blijft afstandelijk, terwijl Henk steeds vaker mijn kant kiest. Soms vang ik hem op in de tuin, waar hij een sigaret rookt en zachtjes vloekt. ‘Die jongen van mij…’
Op een dag, als ik weer bij hen thuis ben, barst de bom. Marijke heeft een vriendin op bezoek, een vrouw met een scherpe stem en een nog scherpere blik. Ze praat luid over haar dochter die ‘natuurlijk’ getrouwd is, en hoe belangrijk dat is voor de familie. Marijke knikt, maar als ze mij ziet, draait ze zich om. ‘Niet iedereen denkt daar zo over, hè Lucia?’
Ik voel mijn wangen gloeien. ‘Nee, blijkbaar niet,’ zeg ik, en ik sta op. Ik loop naar buiten, de tuin in, waar Henk me volgt.
‘Meisje, je verdient beter dan dit,’ zegt hij zacht. ‘Ik weet dat Daan koppig is, maar hij houdt van je. Misschien moet je hem even laten. Soms moet een man wakker worden geschud.’
Ik knik, maar de tranen prikken achter mijn ogen. ‘En als hij niet wakker wordt? Wat dan?’
Henk zucht. ‘Dan moet je voor jezelf kiezen. En voor dat kleintje.’
Die nacht pak ik mijn spullen. Ik schrijf een brief aan Daan. ‘Ik hou van je, maar ik kan niet blijven wachten tot jij klaar bent om verantwoordelijkheid te nemen. Ik wil niet dat ons kind opgroeit in onzekerheid. Ik ga naar een vriendin in Utrecht. Als je me mist, weet je waar ik ben.’
De dagen in Utrecht zijn zwaar. Mijn vriendin Sanne vangt me op, maar ik voel me leeg. Daan belt, stuurt berichten, maar ik reageer niet. Ik wil dat hij nadenkt, dat hij voelt wat het betekent om mij kwijt te zijn.
Na een week staat hij ineens voor de deur. Zijn ogen zijn rood, zijn handen trillen. ‘Lucia, alsjeblieft. Kom terug. Ik wil het proberen. Misschien… misschien kunnen we het rustig aan doen. Een klein feestje, alleen wij en onze ouders. Geen groot gedoe. Maar ik wil je niet kwijt. Ik wil er zijn voor jou en ons kind.’
Ik kijk hem aan, zoekend naar oprechtheid. ‘En je moeder?’
Hij slikt. ‘Ze zal het moeten accepteren. Dit is mijn leven. Ons leven.’
We praten lang die avond. Over angsten, verwachtingen, over hoe het leven soms anders loopt dan je hoopt. Ik voel de liefde weer groeien, voorzichtig, als een plantje dat net boven de grond uitkomt.
Een maand later trouwen we in het kleine kerkje in het dorp. Alleen Sanne, Henk en een paar vrienden zijn erbij. Marijke komt niet. Ze stuurt een kaart, met koele felicitaties. Het doet pijn, maar ik probeer het los te laten.
Als ik ’s avonds naast Daan in bed lig, mijn hand op mijn buik, fluister ik: ‘We hebben het gered. Maar waarom moest het zo moeilijk zijn? Waarom is liefde soms niet genoeg om alles vanzelf te laten gaan?’
Hebben jullie ooit zo’n keuze moeten maken? Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen jezelf en de liefde van je leven?