Het Geheim van Mijn Schoonmoeder: Het Huis dat Nooit van Haar Was
‘Je liegt, Marijke! Je liegt gewoon!’ De stem van mijn schoonmoeder, Ans, galmt nog na in mijn oren terwijl ik trillend aan de keukentafel zit. Mijn man, Pieter, staat tussen ons in, zijn handen trillend om zijn mok koffie. Onze zoon Bram zit boven, hopelijk ver weg van dit alles.
‘Ik lieg niet,’ fluister ik, maar mijn stem klinkt zwak. ‘Ik wil alleen weten waar we aan toe zijn. Dit huis…’
Ans slaat met haar hand op tafel. ‘Dit huis is van mij! Dat weet je toch allang? Jullie mogen hier wonen omdat ik dat toesta. Maar als je zo doorgaat, Marijke, dan kunnen jullie morgen vertrekken!’
Pieter kijkt me aan, zijn ogen vol schaamte en angst. ‘Mam, doe nou rustig…’
Maar ik weet het zeker: er klopt iets niet. Al maanden voel ik het. De manier waarop Ans zich gedraagt, alsof ze ons elk moment op straat kan zetten. De brieven die ze snel wegmoffelt als de post komt. Het feit dat ze nooit iets op papier laat zien.
Die nacht lig ik wakker naast Pieter. Zijn ademhaling is zwaar, hij slaapt eindelijk. Maar mijn hoofd maalt. Wat als we hier echt niet mogen blijven? Waar moeten we dan heen met Bram? Mijn ouders wonen in Groningen, veel te ver weg van Pieter’s werk in Utrecht. En bovendien… ik wil niet vluchten. Ik wil weten wat er speelt.
De volgende ochtend wacht ik tot Ans naar haar vrijwilligerswerk vertrekt. Ik voel me schuldig als ik haar kamer binnensluip, maar de angst om alles kwijt te raken is sterker dan mijn schaamte. In haar lade vind ik een stapel ongeopende post en een map met papieren. Mijn hart bonkt in mijn keel als ik een eigendomsbewijs zie – maar niet op Ans’ naam. De naam die erop staat is onbekend: Willem van Dijk.
Wie is Willem van Dijk? Waarom heeft Ans altijd gezegd dat het huis van haar is? Ik maak snel een foto met mijn telefoon en leg alles terug zoals het lag.
Die avond probeer ik Pieter voorzichtig te vertellen wat ik heb gevonden. ‘Pieter, weet jij wie Willem van Dijk is?’
Hij fronst. ‘Nee… waarom?’
Ik laat hem de foto zien. Zijn gezicht wordt bleek. ‘Dat… dat is onmogelijk. Mam heeft altijd gezegd dat ze het huis van opa heeft geërfd.’
‘Maar dit is niet opa’s naam,’ zeg ik zacht.
Pieter zucht diep en wrijft over zijn gezicht. ‘Misschien moeten we haar gewoon vragen.’
Maar als we Ans confronteren, ontploft ze opnieuw. ‘Jullie snuffelen in mijn spullen? Wat denken jullie wel niet!’ Ze weigert antwoord te geven en sluit zich op in haar kamer.
De sfeer in huis wordt ijzig. Bram merkt het ook; hij vraagt waarom oma niet meer met hem naar de speeltuin wil. Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Een paar dagen later belt er iemand aan. Een man van middelbare leeftijd, strak in pak. ‘Goedemiddag, ik ben Willem van Dijk,’ zegt hij beleefd. Mijn hart slaat over.
‘Kan ik Ans spreken?’ vraagt hij.
Ans komt naar beneden en verstijft als ze Willem ziet. ‘Wat doe jij hier?’ sist ze.
Willem kijkt haar doordringend aan. ‘Het is tijd dat je eerlijk bent tegen je familie, Ans.’
Pieter en ik kijken elkaar aan, vol vragen.
Willem draait zich naar ons toe. ‘Dit huis is van mij. Ans huurt het al jaren van me, maar heeft nooit de huur betaald de afgelopen maanden.’
Ans begint te huilen, haar schouders schokkend. ‘Ik wilde jullie niet ongerust maken… Ik dacht dat ik het wel kon oplossen.’
Pieter barst uit: ‘Waarom heb je gelogen? Waarom heb je ons laten denken dat we veilig waren?’
Ans snikt: ‘Omdat ik bang was jullie kwijt te raken! Jullie zijn alles wat ik heb…’
De weken daarna zijn een waas van gesprekken met Willem, zoeken naar een oplossing, slapeloze nachten en ruzies tussen Pieter en mij. Hij verwijt mij dat ik gesnuffeld heb; ik verwijt hem dat hij altijd zijn moeder gelooft zonder vragen te stellen.
Bram wordt stiller; hij plast weer in bed zoals toen hij jonger was. Ik voel me schuldig dat hij zo lijdt onder onze problemen.
Op een avond zit ik alleen in de tuin, starend naar de regen die tegen de ramen slaat. Mijn moeder belt: ‘Kom toch naar Groningen, lieverd. Hier is altijd plek voor jullie.’
Maar Pieter wil niet weg uit Utrecht; zijn werk is hier, zijn vrienden ook.
We besluiten uiteindelijk om samen met Willem te praten over een betalingsregeling. Hij blijkt begripvol – hij kent onze situatie nu en wil ons helpen zolang we eerlijk zijn.
Ans trekt tijdelijk bij haar zus in Amersfoort in; ze kan het niet aan om ons onder ogen te komen.
Langzaam keert de rust terug in huis, maar niets is meer hetzelfde. Het vertrouwen tussen Pieter en mij is beschadigd; tussen mij en Ans lijkt een onoverbrugbare kloof te zijn ontstaan.
Op een dag komt Bram naar me toe met zijn knuffelbeer in zijn armen: ‘Mama, gaan we nu nooit meer verhuizen?’
Ik slik mijn tranen weg en knuffel hem stevig. ‘We blijven hier zolang we kunnen, schatje.’
’s Nachts lig ik wakker en vraag me af: had ik het anders moeten aanpakken? Had ik Ans moeten vertrouwen of juist eerder moeten ingrijpen? Wat betekent familie eigenlijk als geheimen alles kapotmaken?
Misschien is eerlijkheid wel het moeilijkste wat er is – vooral tegenover jezelf.
Zou jij je familie kunnen vergeven na zo’n leugen? Of zou je altijd blijven twijfelen aan hun liefde?