“Hij is mijn vader, dus hij komt op mijn bruiloft, of je het nu leuk vindt of niet”: Een dochter kiest partij, een moeder voelt zich verraden

‘Dus je kiest voor hem?’ De stem van mijn moeder trilt, haar handen omklemmen de rand van het aanrecht alsof ze zich eraan vast moet houden om niet te vallen. Ik sta in de keuken van het huis waar ik ben opgegroeid, de geur van koffie hangt zwaar in de lucht. Mijn hart bonkt in mijn borstkas.

‘Mam, het is niet kiezen. Het is mijn bruiloft. Ik wil dat papa er gewoon bij is. Hij is mijn vader.’ Mijn stem klinkt zachter dan ik wil. Ik wil sterk zijn, maar haar verdriet snijdt door me heen.

Ze draait zich om, haar ogen rood van het huilen. ‘Na alles wat hij ons heeft aangedaan? Na al die jaren dat hij ons in de steek liet?’

Ik slik. ‘Hij heeft mij nooit in de steek gelaten.’

Ze lacht schamper. ‘Nee, want jij was altijd zijn lievelingetje. Maar mij liet hij wel achter met alles. Met jou, met de rekeningen, met de schaamte.’

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik voel me verscheurd tussen twee werelden die elkaar niet kunnen verdragen. Mijn moeder, die me grootbracht met te weinig geld en te veel zorgen. Mijn vader, die me meenam naar de Efteling en me leerde fietsen, maar die ook zomaar ineens weg was.

‘Marieke, luister naar me,’ zegt ze zachter. ‘Als jij hem uitnodigt, kom ik niet.’

Mijn adem stokt. ‘Dat meen je niet.’

‘Jawel. Ik kan het niet. Ik kan hem niet aankijken zonder alles weer te voelen.’

Ik kijk naar haar handen, de rimpels die er zijn gekomen door jaren hard werken. Ik denk aan hoe ze me ’s nachts instopte als ik bang was voor onweer. Maar ik denk ook aan de stilte in huis na hun scheiding, aan hoe ze soms dagenlang niet sprak.

‘Mam…’

Ze schudt haar hoofd. ‘Nee. Je moet kiezen.’

Die woorden blijven hangen als een koude mist in mijn hoofd.

’s Avonds lig ik wakker naast Bas, mijn verloofde. Hij draait zich naar me toe en strijkt een pluk haar uit mijn gezicht.

‘Je hoeft niet te kiezen,’ fluistert hij.

‘Maar dat moet ik wel,’ zeg ik zacht. ‘Als ik papa uitnodig, komt mama niet. Als ik mama haar zin geef, voelt papa zich weer buitengesloten.’

Bas zucht. ‘Misschien moet je gewoon doen wat jij wilt. Het is jouw dag.’

Maar zo voelt het niet. Het voelt alsof het hun dag is – een strijdveld waar oude wonden weer openrijten.

De volgende dag bel ik mijn vader. Zijn stem klinkt opgewekt als altijd.

‘Hee meisje! Hoe gaat het met je?’

‘Pap…’ Mijn stem breekt.

‘Wat is er?’

Ik vertel hem wat mama heeft gezegd. Hij zwijgt even.

‘Je moeder heeft het zwaar gehad, Marieke,’ zegt hij dan zacht. ‘Maar ik ben je vader. Natuurlijk wil ik erbij zijn.’

‘Maar wat als zij niet komt?’

Hij zucht diep. ‘Dat zou vreselijk zijn voor jou. Maar je moet jezelf niet wegcijferen voor ons.’

Ik hoor iets in zijn stem wat ik lang niet heb gehoord: spijt.

‘Pap… waarom ben je weggegaan?’ vraag ik ineens.

Hij is stil. Dan: ‘Omdat ik het niet meer aankon. Omdat ik dacht dat jullie beter af waren zonder mij.’

Ik voel tranen prikken achter mijn ogen.

‘We waren nooit beter af zonder jou,’ fluister ik.

Hij snikt zachtjes aan de andere kant van de lijn.

De weken tot de bruiloft zijn een hel. Mijn moeder praat nauwelijks met me; als ze iets zegt, is het kortaf en kil. Mijn vader stuurt appjes met foto’s van zijn pak en grapjes over zijn dansmoves, maar ik voel de spanning onder zijn woorden.

Op een avond barst ik uit tegen Bas.

‘Waarom kunnen ze niet gewoon normaal doen? Waarom moet alles altijd zo moeilijk?’

Hij slaat een arm om me heen. ‘Omdat ze allebei van je houden op hun eigen manier.’

De dag van de bruiloft breekt aan met grijze wolken en motregen – typisch Nederlands weer, denk ik wrang. In de kleedkamer van het stadhuis zit ik in mijn jurk, mijn handen trillen.

Mijn moeder komt binnen, haar gezicht strak in de plooi.

‘Je ziet er mooi uit,’ zegt ze zonder me aan te kijken.

‘Dank je,’ fluister ik.

Ze pakt mijn hand vast, haar vingers koud.

‘Ik doe dit voor jou,’ zegt ze zacht. ‘Maar verwacht niet dat ik aardig tegen hem ga doen.’

Ik knik alleen maar.

In de zaal zie ik mijn vader zitten, rechtop en nerveus, zijn nieuwe vriendin naast hem – een vrouw die ik nauwelijks ken en waar mama een hekel aan heeft.

Tijdens de ceremonie voel ik hun blikken branden op mijn rug: mama’s pijn, papa’s hoop op vergeving.

Na afloop komt papa naar me toe.

‘Je was prachtig,’ zegt hij met tranen in zijn ogen.

Mama staat op afstand te praten met Bas’ ouders, haar rug recht als een soldaat.

Later die avond barst de bom tijdens het diner. Mama ziet hoe papa lacht met Bas en steekt van wal.

‘Alsof er nooit iets gebeurd is! Alsof hij nooit weg is gegaan!’ roept ze uit over tafel.

De gasten vallen stil. Papa kijkt haar aan, zijn gezicht bleek.

‘Het spijt me,’ zegt hij zacht.

Mama lacht bitter. ‘Te laat.’

Ik voel alle ogen op mij gericht en wil het liefst verdwijnen onder tafel.

Bas pakt mijn hand onder tafel vast en knijpt erin.

Na het dessert loop ik naar buiten, de koele lucht slaat als een klap in mijn gezicht. Ik hoor voetstappen achter me – papa.

‘Sorry,’ zegt hij weer. ‘Voor alles.’

Ik draai me om en kijk hem aan. ‘Waarom moest het zo gaan?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Soms weet je pas wat je mist als het te laat is.’

We staan daar samen in de regen, vader en dochter, allebei nat en koud en vol spijt over dingen die we niet kunnen veranderen.

Als ik later die nacht in bed lig naast Bas, vraag ik me af: Is liefde genoeg om oude wonden te helen? Of blijven sommige littekens altijd zichtbaar?

Wat zouden jullie doen? Zou je kiezen voor je eigen geluk of voor de vrede binnen je familie?