Ik wil terug naar mijn ex-vrouw: mijn nieuwe vrouw bleek leeg van binnen
‘Waarom kijk je zo naar me, Tomas?’ vroeg Marieke, terwijl ze haar koffiekopje op het aanrecht zette. Haar stem klonk kil, bijna mechanisch, zoals altijd de laatste tijd. Ik haalde mijn schouders op, maar vanbinnen schreeuwde ik. ‘Niks, gewoon…’ mompelde ik, terwijl ik mijn blik afwendde. Maar de waarheid was dat ik haar niet meer kon aanzien zonder te denken aan Anouk, mijn ex-vrouw. Alles in dit huis – de geur van haar parfum, de keurige stapels tijdschriften, de perfect opgemaakte bedden – herinnerde me eraan hoe leeg het hier was, ondanks alle uiterlijke perfectie.
Toen ik drie jaar geleden Anouk verliet, dacht ik dat ik het leven opnieuw kon beginnen. We woonden in een klein stadje aan de IJssel, waar iedereen elkaar kende en roddels sneller gingen dan de wind. Mijn moeder zei altijd: ‘Tomas, je moet niet denken dat het gras groener is aan de overkant.’ Maar ik was koppig. Anouk en ik hadden ruzies, ja, maar wie niet? Toch dacht ik dat ik iets miste, iets groters, iets beters. En toen kwam Marieke – knap, ambitieus, altijd glimlachend op feestjes. Iedereen zei dat we het perfecte stel waren.
Maar nu, nu alles stil is en de avonden zich eindeloos uitstrekken, voel ik alleen maar spijt. Marieke praat niet met me, ze praat tegen me. Ze vraagt nooit hoe mijn dag was, ze lacht niet om mijn grappen. Alles is netjes, alles is geregeld, maar er is geen warmte. Soms betrap ik mezelf erop dat ik expres een sok laat slingeren, gewoon om te kijken of ze iets zegt. Maar ze raapt hem zwijgend op, alsof ik niet besta.
‘Tomas, kun je de vuilnis buiten zetten?’ Haar stem haalt me uit mijn gedachten. ‘Ja, natuurlijk,’ antwoord ik, maar in mijn hoofd hoor ik Anouk: ‘Laat maar, ik doe het wel. Ga jij maar even zitten.’ Ze was altijd zorgzaam, soms tot irritatie toe. Maar nu mis ik zelfs haar bemoeizucht.
Mijn dochter, Lotte, woont bij Anouk. Ze is vijftien en praat nauwelijks met mij sinds de scheiding. Soms stuur ik haar een appje, maar meestal krijg ik alleen een duim omhoog terug. Vorige week zag ik haar op het schoolplein, ze keek me aan en wendde haar blik snel af. Het deed pijn, meer dan ik wil toegeven. ‘Papa, waarom ben je weggegaan?’ had ze ooit gevraagd, haar ogen vol tranen. Ik had geen antwoord. Hoe leg je uit dat je dacht dat geluk ergens anders lag, maar dat je het onderweg bent kwijtgeraakt?
Op een avond, toen Marieke weer eens tot laat op haar werk was, besloot ik Anouk te bellen. Mijn handen trilden toen ik haar nummer intoetste. ‘Hallo?’ Haar stem klonk vermoeid, maar vertrouwd. ‘Hoi, het is Tomas…’ Er viel een lange stilte. ‘Wat wil je?’ vroeg ze uiteindelijk. ‘Ik… ik weet het niet. Gewoon even praten.’
Ze zuchtte. ‘Tomas, het is laat. Lotte slaapt al. Is er iets gebeurd?’
‘Nee, ik… Ik mis je gewoon. Jullie allebei.’
Weer die stilte. ‘Dat had je eerder moeten bedenken,’ zei ze zacht. ‘Weet je nog hoe je vertrok? Zonder om te kijken. Je hebt ons laten zitten, Tomas. En nu wil je praten?’
Ik voelde de tranen prikken. ‘Het spijt me, Anouk. Echt waar. Ik dacht dat ik gelukkig zou worden, maar…’
‘Maar?’
‘Ik ben het niet. Niet zonder jou. Niet zonder Lotte.’
Ze lachte bitter. ‘Dat is niet meer mijn probleem, Tomas. Je hebt je keuze gemaakt.’
Ik hing op, verslagen. De stilte in huis was oorverdovend. Marieke kwam laat thuis en vroeg niet eens waarom ik zo stil was. Ze merkte het niet eens op.
De dagen erna probeerde ik het goed te maken met Lotte. Ik stond onverwacht op het hockeyveld, bracht haar haar favoriete broodje. Maar ze keek me aan alsof ik een vreemde was. ‘Wat doe je hier?’ vroeg ze. ‘Ik wilde je gewoon even zien, schat.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Ik moet trainen.’
Thuis barstte ik uit tegen Marieke. ‘Waarom voel ik me zo alleen in dit huis? Waarom praat je nooit met me?’ Ze keek me aan, haar ogen koud. ‘Misschien omdat jij altijd met je hoofd ergens anders bent. Misschien omdat jij nooit echt hier bent geweest, Tomas.’
We kregen ruzie, schreeuwden tegen elkaar. Ze gooide een glas kapot op de grond. ‘Ga dan terug naar je perfecte gezinnetje!’ riep ze. Maar dat kon niet meer. Anouk wilde me niet terug, Lotte hield afstand. En Marieke? Zij was nooit echt van mij geweest.
Op een dag stond mijn moeder ineens voor de deur. Ze keek me aan, haar gezicht vol zorgen. ‘Jongen, wat doe je jezelf aan? Je had alles. Waarom heb je het laten gaan?’
Ik barstte in tranen uit. ‘Ik weet het niet, mam. Ik dacht dat ik gelukkig zou worden. Maar ik heb alles kapotgemaakt.’
Ze sloeg haar armen om me heen. ‘Soms kun je niet terug, Tomas. Soms moet je leren leven met je keuzes.’
’s Nachts lig ik wakker, luisterend naar het zachte gezoem van de koelkast. Ik denk aan Anouk, aan Lotte, aan hoe het ooit was. Ik vraag me af of ik ooit weer gelukkig zal zijn, of ik ooit hun vertrouwen terug kan winnen. Of is het te laat? Heb ik alles voorgoed verloren?
Hebben jullie ooit zo’n spijt gehad van een keuze? Denken jullie dat mensen echt kunnen veranderen, of is het verleden altijd sterker dan de toekomst?