Laat nooit een single vriendin binnen: de stem van mijn moeder en mijn eenzaamheid
‘Anna, je moet echt oppassen. Laat nooit een single vriendin over de drempel van je huis, vooral niet als je man thuis is.’
Die stem, die zin, blijft maar rondzingen in mijn hoofd. Mijn moeder zei het altijd, met haar handen diep in het sop van de afwas, haar blik strak op het raam gericht alsof ze daar buiten het gevaar zag loeren. Ik lachte er vroeger om. Wat een onzin, dacht ik dan. Maar nu, nu ik zelf moeder ben, nu ik zelf een gezin heb in een rijtjeshuis in Amersfoort, klinkt haar waarschuwing ineens als een vloek.
‘Anna, wat is er met je? Je kijkt alsof je een geest ziet.’ Sophie’s stem haalt me uit mijn gedachten. Ze staat in mijn keuken, haar jas nog aan, haar ogen zoekend naar iets vertrouwds. Ze is altijd zo geweest: direct, warm, soms een beetje te aanwezig. Maar sinds de geboorte van mijn zoon Daan voel ik iets tussen ons wat er eerst niet was. Een spanning. Een afstand.
‘Niks hoor,’ zeg ik te snel. ‘Wil je koffie?’
Ze knikt en glimlacht, maar haar ogen blijven hangen op de foto’s aan de muur: Daan in zijn box, Mark met Daan op zijn schouders, ik met wallen tot aan mijn kin maar gelukkig. Sophie’s blik blijft net iets te lang hangen bij de foto van Mark. Mijn maag trekt samen.
‘Je hebt het mooi voor elkaar, Anna,’ zegt ze zacht. ‘Echt… alles waar we vroeger over droomden.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Vroeger droomden we samen over reizen naar Bali, over werken bij een groot reclamebureau in Amsterdam, over vrijheid. Nu droom ik vooral van drie uur ononderbroken slaap.
‘Hoe is het op je werk?’ vraag ik, om het gesprek weg te trekken van mijn huis, mijn leven.
Ze haalt haar schouders op. ‘Hetzelfde. Veel collega’s met kinderen nu. Soms voel ik me… tja, een buitenstaander.’
Ik knik begrijpend, maar ergens diep vanbinnen voel ik iets anders: opluchting? Of is het schuld? Ik weet het niet meer.
De bel gaat. Mark komt thuis, zijn fiets nog nat van de regen. ‘Hoi dames!’ roept hij vrolijk terwijl hij zijn jas ophangt.
Sophie’s gezicht licht op. ‘Hé Mark! Hoe is het?’
‘Druk op kantoor, maar blij om thuis te zijn,’ zegt hij terwijl hij me vluchtig kust.
Ik zie hoe Sophie naar hem kijkt. Of verbeeld ik het me? Mijn moeders stem klinkt weer: ‘Je weet nooit wat er in het hart van een vrouw schuilt die alleen is.’
De avond vordert. Sophie blijft eten – Mark vindt het gezellig – en ik probeer normaal te doen. Maar alles voelt geforceerd. Ik zie hoe ze lacht om Marks grappen, hoe ze haar hand even op zijn arm legt als ze lacht. Het is vast niks, zeg ik tegen mezelf. Maar toch…
Na het eten help ik Sophie met haar jas. ‘Bedankt voor alles,’ zegt ze zacht. ‘Het was fijn om even hier te zijn.’
‘Tuurlijk,’ zeg ik, maar mijn stem klinkt hol.
Als ze weg is, kijkt Mark me vragend aan. ‘Wat is er met jou?’
‘Niks,’ lieg ik.
Die nacht slaap ik slecht. Ik droom dat Sophie en Mark samen lachen in mijn keuken, dat Daan huilt en niemand hem hoort behalve ik. Ik word zwetend wakker.
De dagen daarna belt Sophie minder vaak. Ik app haar – geen reactie. Op Instagram zie ik foto’s van haar met andere vriendinnen in Utrechtse cafés. Ik voel me verraden en opgelucht tegelijk.
Mark merkt dat ik stiller ben. ‘Anna, wat is er toch? Je bent jezelf niet.’
Ik wil het hem vertellen – over die stem in mijn hoofd, over de angst dat alles wat ik heb zomaar kan verdwijnen – maar ik schaam me. Dus zeg ik niks.
Op een zondagmiddag belt Sophie ineens aan. Ze staat voor de deur met rode ogen.
‘Mag ik binnenkomen?’ vraagt ze zacht.
Ik twijfel even – de stem van mijn moeder schreeuwt in mijn hoofd – maar ik doe open.
We zitten zwijgend aan tafel tot ze zegt: ‘Anna… waarom heb je afstand genomen? Heb ik iets verkeerd gedaan?’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. ‘Nee… ja… ik weet het niet meer.’
Ze pakt mijn hand vast. ‘Je bent mijn beste vriendin. Maar sinds Daan er is… lijkt het alsof je me niet meer vertrouwt.’
Ik barst in huilen uit. ‘Het spijt me… Mijn moeder zei altijd dat je nooit een single vriendin binnen moet laten als je man thuis is… En nu ben ik bang dat…’
Sophie kijkt me aan alsof ze me niet begrijpt – of misschien juist wel te goed. ‘Denk je echt dat ik…?’
‘Nee! Of ja… Ik weet het niet meer! Alles is veranderd sinds Daan er is. Ik ben bang om alles kwijt te raken.’
Ze laat mijn hand los en staat op. ‘Anna… als je me niet vertrouwt, wat hebben we dan nog?’
Ze loopt weg zonder om te kijken.
Mark vindt me huilend aan tafel.
‘Wat is er gebeurd?’ vraagt hij bezorgd.
‘Ik heb alles verpest,’ snik ik.
Hij slaat zijn armen om me heen en zegt niks.
De weken daarna voel ik me leeg. Sophie reageert niet meer op berichten. Mijn moeder belt en vraagt hoe het gaat – ik lieg dat alles goed is.
Op een dag zit ik met Daan in het park als ik Sophie zie lopen met een onbekende man. Ze lacht – echt lacht – zoals ze vroeger bij mij deed.
Ik voel jaloezie en verdriet tegelijk.
Thuis kijk ik naar de foto’s aan de muur en vraag me af: was het allemaal echt nodig? Heb ik mezelf laten vergiftigen door oude angsten?
Misschien is de grootste vijand niet die single vriendin aan de deur, maar de eenzaamheid in jezelf die je niet durft te erkennen.
Zou jij je beste vriendin vertrouwen? Of laat jij je ook leiden door stemmen uit het verleden?