“Mam, het is hier vies!” – Het verhaal van Linda, die haar thuis verloor zonder ooit te verhuizen
“Mam, het is hier vies!”
De stem van Marieke snijdt door de stilte als een mes. Ik sta in de keuken, mijn handen nog nat van het afwassen. Ze kijkt me aan met die blik die ik inmiddels zo goed ken: afkeurend, ongeduldig. Jan zit aan tafel, verdiept in zijn telefoon, alsof hij niet hoort wat er gebeurt.
“Linda, kun je misschien wat vaker stofzuigen? De kinderen spelen op de grond en ik wil niet dat ze ziek worden,” zegt ze, haar stem zacht maar dwingend.
Ik slik. Mijn huis. Mijn regels. Tenminste, dat dacht ik altijd. Maar sinds Jan en Marieke hier zijn ingetrokken, lijkt alles anders. Ooit was dit huis gevuld met gelach, met de geur van versgebakken appeltaart en het zachte gerinkel van koffiekopjes op zondagmiddag. Nu voelt het alsof ik op eieren loop in mijn eigen woonkamer.
Jan kijkt eindelijk op. “Mam, Marieke heeft gelijk. Je weet dat we het beste willen voor de kinderen.”
Ik voel een steek in mijn hart. Mijn zoon, mijn Jan, die altijd zo lief was. Vroeger kwam hij na school direct naar huis, gooide zijn tas in de hoek en vertelde honderduit over zijn dag. Nu lijkt hij verder weg dan ooit.
“Het spijt me,” fluister ik, terwijl ik de vaatdoek nog eens over het aanrecht haal. “Ik zal erop letten.”
Marieke zucht en loopt weg. Jan volgt haar met zijn blik, maar zegt niets meer tegen mij. Ik blijf achter in de keuken, alleen met het geluid van de druppelende kraan.
’s Avonds lig ik wakker in bed. Ik hoor hun stemmen door de dunne muren – gefluister, soms een lach. Mijn kamer voelt koud en leeg. Ik denk aan vroeger, aan hoe Jan als kleine jongen naast me kwam liggen als hij bang was voor onweer. Nu is hij volwassen, vader van twee kinderen, en toch voelt het alsof ik hem kwijt ben.
De volgende ochtend sta ik vroeg op om te poetsen voordat iedereen wakker wordt. Ik wil niet nog een opmerking krijgen over stof of kruimels. Terwijl ik de trap stofzuig, hoor ik kleine voetjes naar beneden rennen.
“Oma!” roept Sophie, mijn oudste kleindochter. Ze springt in mijn armen en drukt haar gezicht tegen mijn schouder.
“Goedemorgen lieverd,” fluister ik, terwijl ik haar stevig vasthoud. Even voel ik me weer nodig.
Maar het moment is snel voorbij als Marieke de kamer binnenkomt.
“Sophie, niet zo hard! Je maakt oma moe,” zegt ze streng.
Ik glimlach flauwtjes en zet Sophie neer. “Het gaat wel hoor,” probeer ik nog.
Marieke kijkt me aan alsof ze me niet gelooft. “Misschien moet je vandaag wat rust nemen, Linda.”
Ik knik en loop naar de tuin. Buiten ademhaal ik diep in. De tuin is nog van mij – hier kan niemand me vertellen wat ik moet doen. Ik trek onkruid tussen de tegels vandaan en denk aan hoe Jan vroeger met zijn schepje naast me zat.
Later die dag hoor ik Jan en Marieke praten in de woonkamer.
“Ze wordt ouder, Jan,” zegt Marieke zacht. “Misschien moeten we eens nadenken over een andere oplossing.”
“Wat bedoel je?” vraagt Jan.
“Nou… misschien is het beter als ze naar een appartement gaat. Dichter bij andere ouderen. Dan hebben wij ook meer ruimte.”
Mijn hart bonkt in mijn keel. Ze willen me weg hebben. Uit mijn eigen huis.
’s Avonds probeer ik met Jan te praten.
“Jan, mag ik even met je praten?”
Hij kijkt op van zijn laptop. “Wat is er mam?”
“Ik hoorde jullie praten… over een appartement.”
Hij zucht diep. “Mam, het is gewoon… Het wordt te druk zo. De kinderen hebben ruimte nodig en jij verdient ook rust.”
“Ik wil niet weg uit mijn huis,” zeg ik zacht.
Jan kijkt me aan, zijn ogen vol twijfel. “We willen alleen het beste voor iedereen.”
Tranen prikken achter mijn ogen maar ik knik alleen maar.
De dagen daarna voel ik me als een indringer in mijn eigen huis. Marieke plant nieuwe meubels zonder mij te vragen, schildert de muren in kleuren die ik nooit zou kiezen. Mijn foto’s verdwijnen langzaam van de schouw; vervangen door hun gezinsportretten.
Op een dag komt er post voor mij: een brief van de woningcorporatie over seniorenwoningen in de buurt. Marieke legt hem achteloos op tafel.
“Misschien moet je eens kijken, Linda,” zegt ze zonder op te kijken van haar telefoon.
Ik neem de brief mee naar mijn kamer en staar er lang naar. Mijn handen trillen.
’s Nachts droom ik van vroeger: Jan als kleine jongen, samen pannenkoeken bakken in deze keuken; Sinterklaasavonden met warme chocolademelk; Hans – mijn overleden man – die grapjes maakte over mijn kookkunsten.
Nu is alles anders. Het huis voelt niet meer als thuis.
Op een regenachtige middag komt Sophie naar me toe terwijl ik in de tuin zit.
“Oma, ga je weg?” vraagt ze met grote ogen.
Ik slik en trek haar dicht tegen me aan. “Weet je lieverd… soms veranderen dingen. Maar oma blijft altijd bij jou, waar ik ook ben.”
Ze knikt verdrietig en rent terug naar binnen.
Die avond besluit ik dat ik niet langer wil vechten tegen de stroom. Ik begin dozen te verzamelen en stop langzaam mijn spullen erin: foto’s van Hans, Jan’s eerste schoentjes, een vergeeld receptenschriftje.
Jan komt binnen terwijl ik bezig ben.
“Mam… wat doe je?”
“Ik maak vast wat spullen klaar,” zeg ik zacht.
Hij kijkt weg, zichtbaar opgelucht maar ook verdrietig.
“Weet je zeker dat je dit wilt?” vraagt hij aarzelend.
“Het voelt alsof ik geen keuze heb,” antwoord ik eerlijk.
De weken daarna verlopen in stilte. Op een zaterdag helpt Jan me verhuizen naar een klein appartement aan de rand van het dorp. Het ruikt er naar nieuw tapijt en schoonmaakmiddel – niet naar thuis.
Als hij weggaat omhelst hij me kort.
“Dank je mam… voor alles.”
Ik glimlach flauwtjes terwijl de deur achter hem dichtvalt.
’s Avonds zit ik alleen aan tafel met een kop thee en kijk uit het raam naar de regen die tegen het glas tikt.
Was dit nu het lot van elke moeder? Je hele leven geef je alles voor je gezin – en uiteindelijk raak je alles kwijt wat ooit van jou was?
Zou jij kunnen loslaten wat je lief is – zelfs als het nooit jouw keuze was?