Mijn dochter koos haar schoonmoeder boven mij: Was ik echt zo’n slechte moeder?

‘Waarom vertel je het mij als laatste, Sophie?’ Mijn stem trilt, terwijl ik haar aankijk. Ze draait haar hoofd weg, haar blonde haar valt als een gordijn tussen ons in. ‘Mam, het was gewoon… het ging allemaal zo snel. Ik wilde het eerst aan Mark’s moeder vertellen, zij was toevallig bij ons.’

Ik voel hoe mijn hart in mijn borst bonkt. Mijn handen zijn klam. Ik probeer te begrijpen wat er gebeurt, maar alles lijkt zich af te spelen in een waas. Mijn dochter, mijn enige kind, is zwanger – en ik hoor het als laatste. Niet van haar, maar via een appje van mijn schoonzus, die het weer van Mark’s moeder had gehoord.

‘Dus je vond het belangrijker om het aan haar te vertellen dan aan mij?’ Mijn stem klinkt schor. Sophie zucht. ‘Nee mam, zo is het niet…’

Maar zo voelt het wel. Alsof ik er niet meer toe doe. Alsof ik een bijrol speel in het leven van mijn eigen dochter.

De dagen daarna loop ik rond als een schim in mijn eigen huis in Amersfoort. De muren lijken op me af te komen. Overal hangen foto’s van Sophie: als baby in haar wiegje, op haar eerste schooldag, samen op de fiets naar de speeltuin. Ik heb alles voor haar gedaan. Haar vader, Jan, verliet ons toen ze zeven was. Vanaf dat moment was ik moeder én vader tegelijk. Ik werkte halve dagen op de basisschool zodat ik haar altijd kon ophalen, kookte haar lievelingseten – stamppot met worst – en bleef wakker tot ze veilig thuis was na een schoolfeest.

En nu? Nu deelt ze haar grootste nieuws met iemand anders. Met haar schoonmoeder, die ze pas drie jaar kent.

Op zondag komt Sophie langs. Ze staat onhandig in de gang, haar jas nog aan. ‘Mam, kunnen we praten?’

Ik knik en schenk thee in. De stilte tussen ons is zwaar.

‘Ik snap dat je boos bent,’ begint ze zacht. ‘Maar het ging gewoon zo… Mark’s moeder was er toevallig. En jij was druk met je werk en de schoolmusical…’

‘Sophie,’ onderbreek ik haar, ‘ik ben altijd druk geweest voor jou. Alles wat ik deed, deed ik voor jou.’

Ze kijkt me aan met vochtige ogen. ‘Dat weet ik mam. Maar soms… soms voelt het alsof je alles wilt controleren.’

Die woorden snijden dieper dan ik wil toegeven.

‘Is dat zo erg dan? Dat ik betrokken wil zijn?’

Ze haalt haar schouders op. ‘Ik wil gewoon ook ruimte om dingen zelf te doen. Mark’s moeder luistert gewoon zonder meteen advies te geven of zich overal mee te bemoeien.’

Ik voel me klein worden. Al die jaren dacht ik dat ik het goed deed door overal bij te zijn, door alles te regelen. Maar misschien heb ik haar verstikt zonder het te beseffen.

De weken verstrijken en de afstand tussen ons groeit. Sophie stuurt af en toe een appje over de zwangerschap: een echo-foto, een grappig filmpje van Mark die oefent met luiers verschonen. Maar ze vraagt me niet mee naar de controles bij de verloskundige; die eer is voor Mark’s moeder, Ingrid.

Op een dag zie ik op Facebook een foto van Sophie en Ingrid bij de verloskundigepraktijk in Utrecht. Ze lachen samen, Ingrid’s hand beschermend op Sophie’s buik. Mijn maag draait om.

‘s Avonds bel ik mijn zus Anja. ‘Ben ik echt zo’n slechte moeder geweest?’ vraag ik snikkend.

Anja zucht aan de andere kant van de lijn. ‘Nee Marijke, je hebt alles gegeven wat je kon. Maar kinderen willen soms hun eigen weg gaan.’

‘Maar waarom sluit ze mij buiten? Waarom kiest ze voor Ingrid?’

‘Misschien omdat Ingrid nieuw is, minder beladen… Jij bent altijd zo aanwezig geweest, misschien heeft Sophie nu behoefte aan iets anders.’

Ik hang op met een zwaar gevoel.

De maanden gaan voorbij en de baby groeit in Sophie’s buik zonder dat ik erbij betrokken word. Op een dag krijg ik een uitnodiging voor de babyshower – georganiseerd door Ingrid.

Als ik binnenkom in het huis van Mark en Sophie in Leusden, voel ik me een buitenstaander tussen alle vriendinnen en familieleden van Mark’s kant. Ingrid staat stralend in het midden van de kamer en ontvangt iedereen met open armen.

‘Marijke! Wat fijn dat je er bent!’ zegt ze opgewekt.

Ik knik stijfjes en geef haar een hand.

Tijdens het uitpakken van de cadeaus zie ik hoe Sophie steeds naar Ingrid kijkt voor goedkeuring of steun. Het steekt.

Na afloop blijf ik nog even hangen terwijl iedereen vertrekt.

‘Sophie…’ begin ik voorzichtig, ‘ik mis je zo.’

Ze kijkt me aan, zichtbaar moe en emotioneel.

‘Mam… Ik weet niet hoe we hier zijn beland. Maar soms voelt het alsof jij altijd iets van me verwacht waar ik niet aan kan voldoen.’

‘Ik wil alleen maar dat je gelukkig bent,’ fluister ik.

‘Dat ben ik ook,’ zegt ze zacht. ‘Maar op mijn eigen manier.’

De weken daarna probeer ik los te laten, maar het lukt niet echt. Ik voel me overbodig, alsof mijn rol als moeder is uitgespeeld nu Ingrid die plek heeft ingenomen.

Op een avond zit ik alleen aan tafel met een glas wijn en blader door oude fotoalbums. Ik zie mezelf met een jonge Sophie op schoot, lachend in de Efteling, samen pannenkoeken bakkend in de keuken.

Was ik echt zo’n slechte moeder? Heb ik haar verstikt met mijn liefde? Of is dit gewoon hoe het leven gaat – dat kinderen hun eigen weg kiezen en moeders moeten leren loslaten?

Soms vraag ik me af: had ik dingen anders moeten doen? Of is dit onvermijdelijk als je kind volwassen wordt? Wat denken jullie – wanneer moet je als moeder loslaten en wanneer moet je vechten voor je plek?