Mijn schoonmoeder houdt van andermans kinderen, maar negeert haar eigen kleinkinderen – mijn hart breekt elke dag

‘Waarom kom je nooit eens langs voor de kinderen, mam?’ Mijn stem trilt, maar ik probeer kalm te blijven. Marijke kijkt me aan over de rand van haar bril, haar blik koel als de herfstregen buiten. ‘Jullie kinderen zijn jullie verantwoordelijkheid, Anouk. Ik heb mijn tijd gehad.’

Het is een dinsdagavond in Utrecht. De regen tikt tegen het raam, de geur van natte bladeren hangt in de lucht. Mijn man, Jeroen, zit zwijgend aan tafel, zijn handen om een mok thee geklemd. Onze dochtertje Noor speelt met haar poppen op het kleed, terwijl onze zoon Bram zachtjes tegen zijn Lego blokjes praat. Ik voel een brok in mijn keel. Hoe kan het dat Marijke, die altijd zo warm was voor de kinderen van haar buren, zo afstandelijk is tegenover haar eigen kleinkinderen?

‘Maar mam,’ probeer ik opnieuw, ‘je gaat wel elke woensdagmiddag met de kinderen van Els naar de kinderboerderij. Noor vraagt steeds waarom oma nooit met haar iets leuks doet.’

Marijke zucht diep en draait zich weg. ‘Els werkt fulltime. Ze heeft niemand anders. Jullie redden je wel.’

Jeroen kijkt op, zijn ogen donker van frustratie. ‘Het gaat niet om redden, mam. Het gaat om aandacht. Om liefde.’

Ze haalt haar schouders op. ‘Ik ben niet meer de jongste. Ik heb mijn eigen leven ook nog.’

De stilte die volgt is verstikkend. Noor kijkt op van haar poppen en vraagt zachtjes: ‘Mama, komt oma nog een keer met mij naar het park?’

Ik glimlach flauwtjes en knuffel haar. ‘Misschien, lieverd.’ Maar ik weet dat het antwoord waarschijnlijk nee is.

’s Nachts lig ik wakker naast Jeroen. Zijn ademhaling is zwaar, hij draait zich steeds om. ‘Denk je dat het aan mij ligt?’ fluister ik in het donker.

‘Nee,’ zegt hij resoluut. ‘Ze was altijd al zo. Toen ik klein was, was ze er ook nooit echt bij.’

Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. Waarom doet het dan toch zo’n pijn? Misschien omdat ik zelf zonder moeder ben opgegroeid en altijd heb gehoopt dat Marijke die leegte een beetje zou vullen voor mijn kinderen.

De volgende dag zie ik Marijke op straat lopen met de tweeling van Els aan de hand. Ze lachen samen, Marijke tilt een van de meisjes op en draait haar rond. Mijn hart krimpt ineen. Bram ziet het ook en zwaait enthousiast naar zijn oma. Marijke glimlacht kort naar hem, maar loopt dan snel verder.

Thuis probeer ik het los te laten, maar het blijft knagen. Tijdens het avondeten zegt Bram ineens: ‘Oma vindt andere kinderen leuker dan ons.’

Jeroen legt zijn vork neer en kijkt me hulpeloos aan. ‘Dat is niet waar, jongen,’ zegt hij zachtjes, maar Bram kijkt hem niet aan.

De dagen worden korter en kouder. Noor wordt vijf en vraagt of oma op haar feestje komt. Ik bel Marijke op.

‘Mam, Noor zou het heel leuk vinden als je erbij bent zaterdag.’

‘Ik heb al plannen,’ zegt ze kortaf.

‘Kun je die niet verzetten? Het is haar verjaardag…’

‘Anouk, ik heb ook recht op mijn eigen leven. Jullie verwachten altijd zoveel van mij.’

Ik slik mijn frustratie weg en hang op. Noor huilt als ik het vertel. Jeroen probeert haar te troosten, maar ik zie dat hij zelf ook gekwetst is.

Op het feestje zijn alleen mijn vader en een paar vrienden van Noor aanwezig. De lege stoel aan tafel lijkt groter dan ooit.

’s Avonds na het opruimen barst ik in tranen uit. Jeroen slaat zijn armen om me heen.

‘Misschien moeten we het gewoon accepteren,’ zegt hij zachtjes.

‘Maar waarom kan ze wel voor anderen zorgen en niet voor ons?’ snik ik.

Hij haalt zijn schouders op. ‘Misschien voelt ze zich bij anderen minder verantwoordelijk. Of misschien vindt ze het gewoon makkelijker om afstand te houden bij ons.’

De weken gaan voorbij. Ik probeer me te focussen op mijn werk als verpleegkundige in het ziekenhuis, maar elke keer als ik een oma zie die haar kleinkind bezoekt na een operatie, steekt de pijn weer op.

Op een dag krijg ik een telefoontje van Els.

‘Anouk? Mag ik iets vragen? Marijke is zo lief voor mijn meiden… Maar ze praat nooit over jullie kinderen. Is er iets gebeurd?’

Ik slik even en vertel haar eerlijk hoe moeilijk we het vinden.

Els is stil aan de andere kant van de lijn. ‘Wat verdrietig… Misschien moet je het haar gewoon vragen? Eerlijk zeggen wat je voelt?’

Die avond besluit ik Marijke op te zoeken. Ik neem Bram en Noor mee naar haar flat in Kanaleneiland.

Ze doet open met een verbaasde blik. ‘Wat doen jullie hier?’

‘We willen praten,’ zeg ik vastberaden.

Binnen zitten we aan haar kleine keukentafel. Noor friemelt aan haar mouwtje, Bram staart naar zijn schoenen.

‘Mam,’ begin ik voorzichtig, ‘waarom ben je zo afstandelijk tegen Bram en Noor? Hebben we iets verkeerd gedaan?’

Marijke kijkt weg en zucht diep. ‘Het is niet persoonlijk…’

‘Maar het voelt wel zo,’ zeg ik zachtjes.

Ze zwijgt lang voordat ze antwoordt. ‘Toen Jeroen klein was… Ik was altijd zo druk met werken en zorgen voor opa toen hij ziek werd… Ik heb veel gemist. Misschien weet ik gewoon niet hoe het moet, oma zijn.’

Bram kijkt op. ‘Je hoeft alleen maar te komen spelen.’

Marijke glimlacht flauwtjes en legt haar hand op zijn arm. ‘Ik zal mijn best doen.’

Het is geen belofte, maar het is iets.

In de weken daarna komt Marijke af en toe langs voor een kopje thee of om even met Noor te knutselen. Het blijft onwennig, maar er is hoop.

Toch blijft er iets wringen in mij: waarom voelt familie soms als vreemden? En hoeveel geduld moet je hebben voordat liefde vanzelf komt?