Mijn Zelfgemaakte Jam: Liefde, Onbegrip en de Stilte Ertussen
‘Mam, je jam is echt heerlijk. Iedereen op het werk vraagt erom!’
De woorden van Anne klinken nog na in mijn hoofd terwijl ik de laatste potten aardbeienjam op het aanrecht zet. Haar stem was opgewekt, haar glimlach breed, maar ergens voelde het als een steek. Ik had haar net een doos met zes potten gegeven, met liefde gemaakt uit de aardbeien die ik zelf in de tuin had geplukt. Ze had ze aangenomen, me bedankt, en meteen verteld dat haar collega’s er zo dol op waren.
‘Dus… je neemt ze mee naar kantoor?’ vroeg ik voorzichtig, terwijl ik probeerde mijn teleurstelling te verbergen.
‘Ja, mam! Iedereen vindt ze geweldig. Je zou de reacties moeten zien!’
Ik knikte, maar vanbinnen voelde ik me leeg. Waarom gaf ze mijn jam weg? Was het niet bedoeld voor haar gezin, voor mijn zoon en mijn kleinkinderen? Was het niet een stukje van mezelf dat ik meegaf?
De stilte in mijn huis is tastbaar als Anne en Daan weer vertrekken. Mijn jongste zoon, altijd haastig, altijd onderweg. De deur valt dicht en ik blijf achter met de geur van suiker en fruit. Ik veeg mijn handen af aan mijn schort en kijk naar de lege potten op het aanrecht. Vroeger was dit huis vol geluid: drie jongens die over elkaar heen buitelden, ruzieden om wie de grootste pannenkoek kreeg, hun vader die mopperde over de rommel. Nu is er alleen nog het zachte tikken van de klok.
Na de scheiding heb ik mezelf opnieuw moeten uitvinden. De tuin werd mijn toevluchtsoord; elk zaadje dat ik plantte, voelde als een belofte dat er nog iets moois kon groeien. De jam werd mijn manier om liefde te geven, nu knuffels en zorg niet meer vanzelfsprekend waren.
‘Mam, waarom maak je zoveel jam? Je kunt het toch nooit allemaal zelf op?’ vroeg Daan laatst.
‘Omdat ik wil dat jullie iets van thuis meenemen,’ had ik geantwoord. Maar misschien begreep hij dat niet. Misschien begreep niemand het.
Op een regenachtige woensdag belt mijn middelste zoon, Bas. ‘Mam, Anne zegt dat je je rot voelt over de jam?’
Ik zucht. ‘Het is gewoon… Ik maak het voor jullie. Niet voor haar collega’s.’
Bas lacht ongemakkelijk. ‘Mam, Anne bedoelt het goed. Ze is gewoon trots op je jam.’
‘Maar waarom eet ze het dan niet zelf? Waarom geef je iets weg wat met liefde voor jou is gemaakt?’ Mijn stem trilt. Ik hoor mezelf klinken als een klein kind dat zijn speelgoed niet wil delen.
‘Misschien moet je het gewoon zien als een compliment,’ zegt Bas zachtjes. ‘Ze vindt het zo lekker dat ze het wil delen.’
Ik hang op met een steen in mijn maag. Is dit hoe het hoort te voelen? Is dit ouder worden? Je best doen, geven wat je kunt, en dan toekijken hoe anderen het achteloos doorgeven?
De volgende dag sta ik in de supermarkt en zie ik Anne bij de kassa staan met een pot goedkope aardbeienjam in haar mandje. Ze ziet me niet. Ik voel me plotseling belachelijk: al die uren in de keuken, al dat werk… Voor wat? Voor wie?
Thuis trek ik me terug in de tuin. De regen tikt zacht op het glas van de kas. Ik pluk frambozen met trillende handen en denk aan vroeger: hoe de jongens hun vingers aflikten na het proeven van verse jam op warme toast. Hoe hun vader me omhelsde als ik weer eens te veel had gemaakt.
Die avond komt Daan onverwacht langs. Hij schuift aan zonder iets te zeggen en kijkt me aan met die open blik die hij als kind ook al had.
‘Mam…’ begint hij aarzelend. ‘Anne bedoelt het echt niet verkeerd. Ze vindt je jam lekker, maar ze eet bijna nooit brood. Op haar werk vragen mensen erom en dan neemt ze wat mee.’
‘Maar waarom zegt ze dat dan niet gewoon?’ Mijn stem breekt.
Daan haalt zijn schouders op. ‘Misschien omdat ze je niet wil kwetsen.’
Ik kijk naar zijn handen, groot en sterk, dezelfde als die van zijn vader. ‘Ik voel me soms zo overbodig,’ fluister ik.
Daan schuift zijn stoel dichterbij en pakt mijn hand vast. ‘Je bent niet overbodig, mam. Echt niet.’
We zitten samen in stilte terwijl buiten de regen ophoudt. Ik voel me oud en moe, maar ook dankbaar voor dit moment.
Een week later krijg ik een kaartje van Anne: “Lieve mam, bedankt voor alle jam. Mijn collega’s vragen nu zelfs om je recept! Zullen we samen een keer jam maken?”
Ik glimlach flauwtjes. Misschien moet ik leren loslaten; misschien is liefde geven soms ook accepteren dat mensen er anders mee omgaan dan je hoopt.
Toch blijft er iets knagen: waarom voelt delen soms als verliezen? Waarom doet waardering soms zo’n pijn?
Hebben anderen dit ook? Of ben ik de enige moeder die zich afvraagt of haar liefde nog wel aankomt?