Onder één dak van onrecht: Een verhaal over zusterliefde en bitterheid
‘Waarom Sanne wel en ik niet, mam?’ Mijn stem trilt, maar ik probeer het te verbergen. De geur van verse koffie hangt nog in de keuken, maar alles smaakt bitter. Mijn moeder kijkt me niet aan. Ze draait met haar ring, zoals altijd als ze zenuwachtig is. ‘Het is niet wat je denkt, Lieke,’ zegt ze zacht. ‘Sanne heeft het nu gewoon harder nodig.’
Ik voel hoe mijn handen zich tot vuisten ballen. ‘En ik dan? Heb ik het niet nodig? Of ben ik minder waard?’
Sanne zit aan de andere kant van de tafel, haar blik op haar telefoon gericht. Ze zegt niets. Misschien durft ze niet, misschien wil ze niet. Ik weet het niet meer. Alles wat ik weet, is dat de grond onder mijn voeten wankelt.
Mijn hele leven heb ik geprobeerd het goede kind te zijn. Ik was altijd degene die haar huiswerk maakte, die op zaterdag de boodschappen deed voor oma, die nooit klaagde als Sanne weer eens met de auto van papa ging rijden zonder te vragen. ‘Jij bent de oudste, Lieke,’ zei mama altijd. ‘Jij begrijpt het wel.’
Maar nu begrijp ik er niets meer van.
‘Het is gewoon geld,’ zegt Sanne plotseling, zonder op te kijken. ‘Maak er niet zo’n drama van.’
Ik voel tranen branden achter mijn ogen. ‘Voor jou is het misschien gewoon geld, maar voor mij betekent het iets anders. Het betekent dat jij altijd voorrang krijgt.’
Papa komt binnen met een stapel post onder zijn arm. Hij kijkt van mij naar mama, naar Sanne, en zucht diep. ‘Kunnen we alsjeblieft één dag zonder ruzie?’
Maar het is geen gewone ruzie. Het is een scheur in ons gezin die steeds groter wordt.
Die avond lig ik in bed en staar naar het plafond. Ik hoor Sanne lachen op haar kamer, waarschijnlijk facetimend met haar vriendinnen over haar nieuwe appartement in Utrecht. Ik gun het haar, echt waar. Maar waarom voelt het dan alsof ik iets kwijt ben geraakt?
De volgende ochtend probeer ik het gesprek opnieuw aan te gaan met mama. ‘Mam, kun je me uitleggen waarom? Echt uitleggen?’
Ze kijkt me aan met vermoeide ogen. ‘Lieke, jij redt je wel. Je hebt een goede baan, je woont al op jezelf. Sanne heeft moeite met alles. Ze is altijd zo onzeker geweest…’
‘Dus omdat zij onzeker is, krijgt ze een huis cadeau?’ Mijn stem klinkt scherper dan bedoeld.
Mama slaat haar ogen neer. ‘Het is niet eerlijk voor jou, dat weet ik. Maar soms moet je als moeder kiezen.’
Ik wil schreeuwen dat ze niet hoeft te kiezen, dat ze ons allebei gelijk kan behandelen. Maar de woorden blijven steken in mijn keel.
Op mijn werk kan ik me nergens op concentreren. Mijn collega’s merken het meteen. ‘Alles goed thuis?’ vraagt Jeroen voorzichtig bij de koffieautomaat.
‘Familiedingen,’ mompel ik.
Hij knikt begrijpend. ‘Dat kan soms zwaarder wegen dan werk.’
’s Avonds ga ik bij mijn beste vriendin Noor langs. We zitten samen op haar balkon met een glas wijn.
‘Misschien moet je het gewoon loslaten,’ zegt Noor na mijn verhaal aangehoord te hebben.
‘Hoe dan? Het voelt alsof ik er niet bij hoor.’
Noor legt haar hand op mijn arm. ‘Je bent niet minder waard omdat je moeder een stomme keuze maakt.’
Maar zo voelt het wel.
De weken gaan voorbij en Sanne verhuist naar haar nieuwe appartement. Mama helpt haar met inpakken en schilderen. Ik word niet gevraagd om te helpen, maar ga toch langs met een plant als cadeau.
‘Wat kom jij doen?’ vraagt Sanne verbaasd als ze me ziet.
‘Je bent nog steeds mijn zus,’ zeg ik schor.
Ze kijkt me aan, haar ogen groot en kwetsbaar. ‘Ik weet dat dit niet eerlijk is geweest voor jou, Lieke.’
‘Waarom heb je er dan niets van gezegd?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Omdat ik altijd bang ben dat jij beter bent in alles. Dat jij alles aankan en ik niet.’
Ik wil boos worden, maar zie ineens hoe klein ze lijkt tussen de verhuisdozen.
‘Misschien moeten we gewoon eerlijk zijn tegen elkaar,’ zeg ik zacht.
Ze knikt en omhelst me onverwacht stevig.
Thuis tref ik mama in de tuin, starend naar de hortensia’s die ze net gesnoeid heeft.
‘Ben je boos op me?’ vraagt ze zonder op te kijken.
‘Ik ben vooral verdrietig,’ antwoord ik eerlijk.
Ze knikt langzaam. ‘Ik wilde jullie allebei gelukkig maken, maar misschien heb ik het alleen maar erger gemaakt.’
We zitten samen in stilte terwijl de zon ondergaat achter de schutting.
De maanden verstrijken en langzaam wennen we aan de nieuwe situatie. Maar soms, als ik alleen ben, vraag ik me af of dingen ooit weer hetzelfde zullen zijn tussen ons drieën.
Misschien draait familie niet altijd om gelijkheid, maar om begrip – zelfs als dat pijn doet.
Hebben jullie ooit zo’n onrecht gevoeld binnen je eigen familie? En hoe ga je daarmee om?