Tussen Twee Huizen: Mijn Man, Zijn Moeder en Ik

‘Waarom kan je niet gewoon met mij mee, Daan?’ Mijn stem trilt terwijl ik de deur van de kleine woonkamer achter me dichttrek. De geur van verse koffie hangt nog in de lucht, maar het voelt alsof ik stik. Daan kijkt niet op van zijn telefoon. ‘Mam heeft me nodig, Iris. Je weet hoe moeilijk ze het heeft sinds papa weg is.’

Ik klem mijn handen om de rugleuning van de stoel. ‘En ik dan? Heb ik je niet nodig? We zijn getrouwd, Daan. We horen samen te wonen, niet met je moeder in hetzelfde huis.’ Mijn stem breekt. Ik hoor het zelf, de wanhoop die zich als een koude hand om mijn keel sluit.

Daan zucht, schuift zijn telefoon in zijn broekzak en kijkt me eindelijk aan. ‘Je overdrijft. Het is tijdelijk, dat weet je. Bovendien, waar moeten we heen? De huizenmarkt is gek, Iris. We kunnen nergens terecht.’

Ik wil schreeuwen dat het niet waar is, dat we best iets kunnen huren, dat ik zelfs mijn spaargeld heb aangeboden. Maar ik weet dat het geen zin heeft. Daan is loyaal aan zijn moeder, misschien wel meer dan aan mij. En zijn moeder, Marijke, weet dat maar al te goed.

Marijke verschijnt in de deuropening, haar ogen scherp als messen. ‘Is er weer ruzie, kinderen?’ Haar stem is honingzoet, maar ik hoor het gif eronder. ‘Daan, je moet niet zo hard zijn voor Iris. Ze bedoelt het goed, maar ze begrijpt niet hoe het is om alles te verliezen.’

Ik voel hoe mijn wangen rood worden. ‘Ik heb ook dingen verloren, Marijke. Mijn huis, mijn privacy, mijn huwelijk zoals ik het kende.’

Ze lacht zachtjes. ‘Ach meisje, je bent nog jong. Je hebt nog alle tijd om te wennen.’

Daan kijkt ongemakkelijk weg. ‘Mam, laat maar. Iris en ik praten hier later wel over.’

Maar we praten er nooit over. Niet echt. Elke avond lig ik in het kleine logeerkamertje, luisterend naar het zachte gesnurk van Marijke door de dunne muren, en vraag ik me af hoe het zover is gekomen. Mijn moeder belt soms, vraagt hoe het gaat, maar ik lieg. ‘Goed hoor, mam. Druk met werk.’

In werkelijkheid voel ik me steeds kleiner worden. Mijn werk als verpleegkundige in het ziekenhuis is het enige waar ik nog controle over heb. Daar ben ik Iris, niet de schoondochter die alles verkeerd doet. Maar zelfs daar sluipt de vermoeidheid binnen. Collega’s vragen of ik ziek ben, of ik niet eens een weekendje weg moet. Ik lach het weg, maar vanbinnen huil ik.

Op een avond, als Daan eindelijk thuiskomt van zijn werk, probeer ik het opnieuw. ‘Daan, alsjeblieft. Ik kan dit niet meer. Ik voel me een indringer in mijn eigen leven.’

Hij zucht, wrijft over zijn gezicht. ‘Iris, ik weet dat het moeilijk is. Maar mam heeft niemand anders. Jij hebt tenminste nog je moeder, je werk. Zij heeft alleen mij.’

‘En ik dan? Heb ik jou niet?’ Mijn stem is zacht, bijna smekend.

Hij kijkt me aan, zijn ogen moe. ‘Het is gewoon… ingewikkeld. Geef het nog even tijd.’

Die nacht lig ik wakker, luisterend naar de regen die tegen het raam tikt. Ik denk aan hoe het was, toen we net samen waren. Hoe Daan me meenam naar het strand van Scheveningen, hoe we lachten om niets. Ik mis die tijd. Ik mis hem.

De volgende ochtend zit Marijke al aan de keukentafel als ik binnenkom. Ze kijkt op van haar krant. ‘Je ziet er moe uit, Iris. Misschien moet je wat minder werken. Of wat meer slapen.’

Ik pers mijn lippen op elkaar. ‘Het is lastig slapen als je je niet thuis voelt.’

Ze glimlacht, maar haar ogen blijven koud. ‘Je moet niet zo ondankbaar zijn. Daan en ik hebben het hier altijd goed gehad. Misschien moet je gewoon wat meer je best doen.’

Ik wil iets terugzeggen, maar ik slik het in. Wat heeft het voor zin? Daan komt binnen, kust zijn moeder op haar wang en pakt een boterham. Hij kijkt niet naar mij.

Op mijn werk probeer ik me te concentreren, maar mijn hoofd zit vol. Een collega, Sanne, merkt het op. ‘Gaat het wel, Iris? Je bent zo afwezig de laatste tijd.’

Ik knik, maar Sanne legt haar hand op mijn arm. ‘Je hoeft niet altijd sterk te zijn, weet je. Soms moet je gewoon zeggen wat je voelt.’

Die avond, als ik thuiskom, hoor ik Daan en Marijke praten in de woonkamer. Hun stemmen zijn gedempt, maar ik vang flarden op. ‘Ze past hier niet, mam. Maar ik weet niet wat ik moet doen.’

Mijn hart slaat over. Ik voel me verraden, alsof ik naar een vreemd toneelstuk kijk waarin ik de hoofdrol speel, maar niemand mijn tekst kent.

Ik loop naar binnen. ‘Daan, kunnen we praten?’

Hij schrikt, kijkt naar zijn moeder. Marijke staat op, legt haar hand op zijn schouder. ‘Daan, je moet kiezen wat goed is voor jou. Je weet dat ik altijd voor je zal zorgen.’

Ik voel de tranen branden. ‘En ik dan? Wie zorgt er voor mij?’

Daan kijkt weg. ‘Iris, misschien moeten we even afstand nemen. Je lijkt hier niet gelukkig.’

Het voelt alsof de grond onder mijn voeten verdwijnt. ‘Dus dat is het? Je kiest voor haar?’

Hij zegt niets. Marijke kijkt me aan, haar blik triomfantelijk. ‘Soms is liefde loslaten, meisje. Misschien is het tijd dat je dat leert.’

Ik pak mijn tas, loop de deur uit zonder om te kijken. Buiten regent het nog steeds. Ik voel me leeg, maar ergens diep vanbinnen ook opgelucht. Voor het eerst in maanden adem ik vrij.

Bij mijn moeder thuis val ik haar huilend in de armen. Ze zegt niets, strijkt alleen over mijn haar. ‘Je hoeft niet alles alleen te dragen, lieverd.’

De dagen daarna voel ik me verloren, maar langzaam komt er ruimte. Ik praat met Sanne, met mijn moeder, met mezelf. Ik realiseer me dat ik altijd geprobeerd heb iedereen tevreden te houden, behalve mezelf.

Na een paar weken belt Daan. ‘Iris, het spijt me. Ik mis je. Mam is ziek geworden, het gaat niet goed. Maar ik weet niet wat ik moet doen zonder jou.’

Ik luister, maar ik voel geen woede meer. Alleen verdriet. ‘Daan, ik heb altijd voor jou gekozen. Maar jij koos nooit voor mij. Misschien is het tijd dat ik eindelijk voor mezelf kies.’

Hij huilt. Ik ook. Maar ik weet dat het goed is zo. Soms is liefde niet genoeg. Soms moet je jezelf redden.

Nu, maanden later, kijk ik terug en vraag ik me af: hoeveel kan een mens opofferen voordat je jezelf verliest? En hoeveel moed heb je nodig om eindelijk voor jezelf te kiezen? Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen liefde en jezelf?