Verraden door mijn eigen dochter: het verhaal van een moeder uit Amersfoort
‘Hoe durf je, mam? Hoe durf je mijn spaargeld zomaar te pakken zonder het te vragen?’ De stem van mijn dochter, Sanne, trilt van woede. Ik sta in de keuken, mijn handen nog nat van het afwassen, en kijk haar aan. Haar ogen schieten vuur, haar wangen zijn rood. Mijn hart bonkt in mijn borstkas.
‘Sanne, luister nou even—’ probeer ik, maar ze snijdt me af. ‘Nee! Jij luistert nooit! Altijd moet alles op jouw manier. Ik ben het zat!’
Ik voel de tranen prikken achter mijn ogen. Hoe is het zover gekomen? Ik ben 52, woon al mijn hele leven in Amersfoort, en dacht dat ik alles goed deed. Ik heb altijd hard gewerkt, dubbele diensten gedraaid in het ziekenhuis, extra schoonmaakbaantjes aangenomen, alles om Sanne en haar broer Tim een beter leven te geven dan ik zelf had. En nu sta ik hier, beschuldigd door mijn eigen dochter van diefstal.
‘Sanne, ik heb dat geld niet gepakt. Waarom zou ik dat doen? Ik weet hoe belangrijk het voor je is,’ zeg ik zacht. Maar ze gelooft me niet. Ze draait zich om, pakt haar jas en stormt het huis uit. De deur slaat met een klap dicht. Ik blijf achter in de stilte, alleen met het geluid van de tikkende klok en mijn eigen ademhaling.
Die avond bel ik mijn beste vriendin, Marijke. ‘Marijke, ik trek het niet meer. Sanne denkt dat ik haar geld heb gestolen. Ze heeft het zelfs op Facebook gezet. Iedereen praat erover. De buurvrouw keek me vanmiddag al zo raar aan bij de supermarkt.’
Marijke zucht aan de andere kant van de lijn. ‘Krystel, je hebt altijd alles voor haar gedaan. Ze zal het inzien, echt waar. Maar pubers zijn soms zo… onredelijk.’
Maar Sanne is geen puber meer. Ze is 22, studeert aan de Hogeschool Utrecht, woont nog thuis omdat ze geen kamer kan vinden. Ik dacht dat we een goede band hadden. We keken samen series, deelden geheimen. Maar sinds haar vader, mijn ex-man Erik, vorig jaar is hertrouwd met een jonge vrouw uit Rotterdam, is Sanne veranderd. Ze is afstandelijk, snel geïrriteerd. Soms denk ik dat ze mij de schuld geeft van de scheiding, al is die al jaren geleden.
De dagen erna voel ik de blikken van de buren. Bij de bakker fluistert iemand: ‘Dat is haar, die vrouw van dat geld.’ Mijn collega’s op de spoedeisende hulp kijken me medelijdend aan. Ik voel me steeds kleiner worden. Zelfs Tim, mijn zoon van 19, weet niet wat hij moet zeggen. ‘Mam, ik weet dat jij het niet gedaan hebt. Maar misschien moet je gewoon even met Sanne praten als ze afgekoeld is.’
Maar Sanne komt niet thuis. Ze blijft bij haar vader logeren. Erik belt me op. ‘Wat is er gebeurd, Krystel? Sanne is overstuur. Ze zegt dat jij haar spaargeld hebt gestolen. Heb je het echt zo moeilijk?’
Zijn woorden snijden door mijn ziel. ‘Erik, geloof jij dat nou echt? Ik zou nooit zoiets doen. Jij kent me toch?’
Hij zwijgt even. ‘Ik weet het niet, Krystel. Je hebt het zwaar. Misschien heb je het niet eens doorgehad. Stress doet rare dingen met mensen.’
Ik hang op. Ik voel me verraden, niet alleen door mijn dochter, maar nu ook door mijn ex-man. Ik loop naar boven, naar Sanne’s kamer. Alles ligt er nog precies zoals ze het heeft achtergelaten. Haar knuffelbeer uit haar kindertijd, haar boeken, haar make-up. Op haar bureau ligt een briefje: ‘Niet storen’. Ik ga op haar bed zitten en barst in huilen uit.
De volgende dag krijg ik een bericht van mijn zus, Anja. ‘Krystel, wat is er aan de hand? Sanne heeft op Instagram gezet dat jij haar geld hebt gestolen. Iedereen praat erover. Je moet hier iets aan doen!’
Ik weet niet wat ik moet doen. Moet ik het geld terugbetalen, ook al heb ik het niet gepakt? Moet ik naar de politie gaan om mijn onschuld te bewijzen? Maar wie gelooft een moeder die door haar eigen dochter wordt beschuldigd?
’s Avonds, als ik alleen aan tafel zit, hoor ik ineens de voordeur. Sanne staat in de gang, haar gezicht bleek, haar ogen rood van het huilen. ‘Mam, kunnen we praten?’
Ik knik. Ze gaat tegenover me zitten. ‘Het spijt me, mam. Ik was boos. Ik dacht echt dat jij het had gedaan. Maar vandaag heb ik mijn spaarpot teruggevonden. Hij was achter mijn bed gevallen. Het geld zat er nog in. Alles.’
Ik voel opluchting, maar ook woede. ‘Waarom heb je me niet eerst gevraagd? Waarom moest iedereen het weten behalve ik?’
Sanne kijkt naar haar handen. ‘Ik weet het niet. Ik was in paniek. En ik… ik dacht gewoon dat jij het misschien nodig had. Omdat je altijd zo hard werkt en nooit iets voor jezelf koopt.’
Ik zucht diep. ‘Sanne, ik heb alles voor jou gedaan. Alles. Maar dit… dit doet pijn. Je hebt me publiekelijk voor dief uitgemaakt. Hoe moet ik nu verder?’
Ze begint te huilen. ‘Het spijt me zo, mam. Ik weet niet hoe ik het goed kan maken.’
De dagen daarna probeert Sanne het goed te maken. Ze haalt boodschappen, kookt voor me, laat lieve briefjes achter. Maar het vertrouwen is beschadigd. De roddels in de buurt zijn niet zomaar verdwenen. Bij de supermarkt kijkt de caissière me nog steeds wantrouwend aan. Mijn collega’s fluisteren nog steeds als ik binnenkom. En ik? Ik voel me leeg. Alsof alles waar ik voor heb gewerkt, in één klap is weggevaagd.
Soms vraag ik me af: hoe kan het dat één beschuldiging, één moment van wantrouwen, alles kan veranderen? Hoe bouw je het vertrouwen weer op, als het uitgerekend je eigen kind is die je zo diep heeft gekwetst? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?