„Waarom kreeg Sanne alles en bleef ik met lege handen?”
‘Dus jij krijgt het huis, Sanne? En ik… wat krijg ik dan?’ Mijn stem trilde, maar ik probeerde mijn tranen in te slikken. We zaten met z’n drieën aan de keukentafel in het oude huis in Amersfoort. De geur van verse koffie hing in de lucht, maar alles smaakte bitter. Mijn moeder keek me aan met die blik die ik al mijn hele leven kende: een mengeling van medelijden en irritatie. ‘Lotte, je weet toch dat jij altijd zo zelfstandig bent geweest. Jij redt je wel.’
Sanne keek weg, haar vingers friemelden aan haar mok. Ik voelde hoe de afstand tussen ons groeide, als een kloof die niet meer te overbruggen was. ‘Maar mam, het gaat niet om het geld. Het gaat om… om het gevoel dat ik er niet toe doe.’ Mijn stem brak. Mijn moeder zuchtte. ‘Lotte, je weet dat Sanne het moeilijk heeft gehad na haar scheiding. Ze heeft dat steuntje nu gewoon harder nodig.’
Ik wilde schreeuwen. Ik wilde haar vertellen over de nachten dat ik wakker lag van de stress, over mijn baan die op de tocht stond bij het architectenbureau in Utrecht, over de eenzaamheid die me soms overviel in mijn kleine studio. Maar ik hield mijn mond. Want ik was altijd de sterke geweest, degene die niet klaagde.
Toen we die avond naar huis reden – Sanne in haar nieuwe tweedehands Toyota, ik op mijn fiets door de regen – voelde ik me kleiner dan ooit. Mijn telefoon trilde: een appje van mijn vriend Bart. ‘Hoe ging het?’ Ik typte: ‘Prima.’ Maar niets was prima.
De dagen erna probeerde ik het van me af te zetten. Op kantoor lachte ik om de grappen van collega’s, deed alsof alles normaal was. Maar telkens als ik thuiskwam in mijn krappe appartementje in Kanaleneiland, voelde ik de leegte. De muren leken dichterbij te komen, alsof ze me wilden verpletteren.
Op een avond belde Bart aan met een bos bloemen. ‘Je moet erover praten, Lot,’ zei hij zacht. ‘Je hoeft niet altijd alles alleen te doen.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Wat heeft het voor zin? Mam heeft haar keuze gemaakt.’
Maar Bart gaf niet op. ‘Misschien moet je haar gewoon vertellen hoe je je voelt. Niet als de sterke Lotte, maar als jezelf.’
Die nacht lag ik wakker, luisterend naar het getik van de regen tegen het raam. Herinneringen aan vroeger kwamen boven: hoe Sanne altijd huilde als ze haar zin niet kreeg en mama haar dan troostte, terwijl ik mezelf leerde troosten. Hoe ik op mijn twaalfde al zelf mijn brood smeerde en Sanne nog gevoerd werd. Hoe mama altijd zei: ‘Lotte is zo zelfstandig, daar hoef ik me geen zorgen om te maken.’
Maar wie maakt zich zorgen om mij?
De volgende dag belde ik mama op. Mijn hart bonsde in mijn keel toen ze opnam. ‘Hoi mam… Heb je even tijd?’
Ze klonk verrast. ‘Natuurlijk, lieverd. Alles goed?’
‘Niet echt,’ zei ik eerlijker dan ooit tevoren.
We spraken af in haar tuin, tussen de hortensia’s en lavendel die ze zo liefdevol verzorgde. Ik voelde me weer even dat kleine meisje dat haar moeder nodig had.
‘Mam…’ begon ik aarzelend. ‘Ik snap dat Sanne het moeilijk heeft gehad. Maar soms voelt het alsof jij haar belangrijker vindt dan mij.’
Ze keek me aan, haar ogen vochtig. ‘Lotte… Dat is nooit mijn bedoeling geweest.’
‘Maar zo voelt het wel,’ fluisterde ik. ‘Ik heb ook moeilijke tijden gehad. Alleen… niemand zag het.’
Mama pakte mijn hand vast. Haar vingers trilden lichtjes. ‘Ik dacht echt dat jij geen hulp nodig had. Je was altijd zo sterk…’
‘Sterk zijn is soms ook gewoon een masker,’ zei ik zacht.
We zaten een tijdje zwijgend naast elkaar. De zon zakte langzaam achter de schutting.
‘Wat kan ik doen om het goed te maken?’ vroeg ze uiteindelijk.
Ik haalde diep adem. ‘Ik wil geen geld, mam. Ik wil gewoon gezien worden.’
Ze knikte langzaam, tranen rolden over haar wangen.
Vanaf dat moment veranderde er iets tussen ons, al bleef het ongemakkelijk. Sanne en ik spraken elkaar minder vaak; zij was druk met haar nieuwe huis en haar eigen sores. Soms voelde het alsof ik nog steeds buitenstaander was in mijn eigen familie.
Op een dag kreeg ik een uitnodiging voor een familie-etentje bij mama thuis. Ik twijfelde – zou het weer zo’n avond worden waarin Sanne alle aandacht kreeg? Maar Bart moedigde me aan te gaan.
Toen ik binnenkwam, stond mama in de keuken te koken en Sanne zat aan tafel met haar dochtertje Noor op schoot.
‘Lotte!’ riep Noor blij en rende op me af.
Voor het eerst voelde ik me welkom.
Tijdens het eten vertelde mama over vroeger – hoe ze zich vaak schuldig voelde dat ze niet iedereen evenveel kon geven, hoe ze altijd bang was geweest om fouten te maken als moeder.
‘Ik heb jullie allebei lief,’ zei ze zacht.
Sanne keek me aan en glimlachte voorzichtig. ‘Sorry dat ik soms zoveel ruimte inneem,’ zei ze onverwacht.
De spanning leek even weg te smelten.
Na afloop liep ik met Bart naar buiten, de frisse avondlucht in.
‘Voel je je nu beter?’ vroeg hij.
Ik dacht na en knikte langzaam. ‘Misschien wel… Maar soms vraag ik me af: waarom moeten we altijd zo hard vechten om gezien te worden door de mensen die ons het meest zouden moeten kennen?’
En jullie? Hebben jullie je ooit minder belangrijk gevoeld binnen je eigen familie?