Wanneer het verleden niet wil verdwijnen: Hoe de nieuwe vriendin van mijn ex-man mijn leven op zijn kop zette

‘Je hoeft niet steeds zo te bellen, Marloes. Daan is prima hier.’ De stem van Jeroen klinkt geërgerd aan de andere kant van de lijn. Ik knijp mijn telefoon steviger vast, voel mijn hartslag in mijn keel. ‘Ik wil gewoon even met hem praten, Jeroen. Het is al drie dagen geleden.’

Achtergrondgeluid. Gelach. Dan hoor ik haar stem: Sanne. ‘Laat haar nou gewoon, Jeroen. Ze moet leren loslaten.’

Ik slik. Mijn keel voelt droog. Sinds Jeroen en ik uit elkaar zijn, is alles anders. We waren twaalf jaar samen, dachten dat we het goed deden voor Daan. Maar de liefde was op, de ruzies te veel. We besloten samen verder te gaan als ouders, niet als geliefden. Dat leek zo volwassen, zo verstandig.

Tot Sanne in beeld kwam.

Ze was er ineens, als een frisse wind door Jeroens leven. Blond haar, altijd perfect gekleed, een glimlach die alles leek op te lossen. Maar achter die glimlach schuilde iets anders. Iets wat ik pas later zou begrijpen.

De eerste keer dat ik haar ontmoette was op het schoolplein. Daan rende naar me toe, zijn rugzak bungelend aan één schouder. Sanne stond naast Jeroen, haar hand nonchalant op zijn arm. ‘Hoi Marloes,’ zei ze, haar stem zoet als honing. ‘Wat fijn dat je er bent.’

Ik voelde me ongemakkelijk, alsof ik een indringer was in mijn eigen leven.

‘Daan heeft het zo naar zijn zin bij ons,’ zei ze later, terwijl ze haar zonnebril opzette. ‘Hij praat veel over jou hoor, maak je geen zorgen.’

Het klonk vriendelijk, maar ergens voelde het als een steek.

De weken daarna merkte ik dat Daan veranderde. Hij werd stiller als hij terugkwam van Jeroen en Sanne. Zijn verhalen werden korter, zijn knuffels minder stevig. ‘Is er iets, lieverd?’ vroeg ik op een avond terwijl ik hem instopte.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Sanne zegt dat papa en zij nu een gezin zijn.’

Mijn hart brak in duizend stukjes.

Ik probeerde met Jeroen te praten, maar hij wuifde het weg. ‘Je ziet spoken, Marloes. Sanne bedoelt het goed.’

Maar de kleine dingen stapelden zich op. Daan kwam thuis met nieuwe kleren die ik niet had gekocht. Zijn lievelingsknuffel bleef ineens bij papa liggen ‘omdat Sanne dat fijner vond’. Op school kreeg ik te horen dat Sanne zich had voorgesteld als Daans stiefmoeder.

Op een dag stond Sanne onverwacht voor mijn deur. Ze glimlachte breed, maar haar ogen waren koud.

‘We moeten praten,’ zei ze zonder omwegen.

Ik liet haar binnen, zette koffie die ze niet aanraakte.

‘Luister,’ begon ze, ‘Daan heeft het moeilijk met de situatie. Misschien is het beter als jij wat meer afstand neemt. Voor zijn rust.’

Ik voelde hoe woede en verdriet zich vermengden tot een brok in mijn maag.

‘Hij is mijn zoon,’ zei ik zacht.

Sanne lachte kort. ‘Natuurlijk. Maar kinderen voelen spanningen haarfijn aan. Misschien moet je hem wat meer loslaten.’

Die nacht lag ik wakker. Mijn gedachten tolden. Was ik te beschermend? Of probeerde Sanne mij uit Daans leven te duwen?

De weken daarna werd het erger. Jeroen nam steeds minder vaak op als ik belde om Daan te spreken. Op foto’s op Facebook zag ik hoe Sanne en Daan samen koekjes bakten, naar de Efteling gingen, Sinterklaas vierden – zonder mij.

Op een dag kwam Daan thuis met tranen in zijn ogen.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik bezorgd.

Hij snikte: ‘Sanne zegt dat jij niet meer belangrijk bent nu papa en zij samen zijn.’

Mijn wereld stortte in.

Ik belde Jeroen in paniek. ‘Dit kan niet! Ze mag Daan niet zoiets wijsmaken!’

Jeroen zuchtte diep. ‘Je overdrijft weer, Marloes. Sanne bedoelt het goed.’

‘Jij ziet niet wat er gebeurt! Ze probeert mij uit zijn leven te wissen!’

‘Misschien moet je eens naar jezelf kijken,’ beet hij me toe voordat hij ophing.

Ik voelde me machteloos, alleen tegen twee mensen die ooit mijn familie waren.

Op school begon het ook te wringen. De juf sprak me aan: ‘Daan lijkt wat teruggetrokken de laatste tijd. Is er iets thuis?’

Ik brak. Tranen stroomden over mijn wangen terwijl ik vertelde wat er speelde.

‘Misschien moet je hulp zoeken,’ zei ze voorzichtig.

En dus zat ik een week later tegenover een gezinscoach van het wijkteam in ons dorpje bij Utrecht.

‘Je voelt je buitengesloten,’ zei ze begripvol.

‘Alsof ik langzaam onzichtbaar word voor mijn eigen kind,’ fluisterde ik.

We maakten samen een plan: duidelijke afspraken met Jeroen, gesprekken met Daan over zijn gevoelens, grenzen stellen aan Sanne.

Maar het was makkelijker gezegd dan gedaan.

Op een zaterdagmiddag stond ik op het punt Daan op te halen bij Jeroen toen Sanne de deur opendeed.

‘Hij wil niet mee,’ zei ze koel.

Ik hoorde Daan binnen huilen.

‘Laat me met hem praten,’ vroeg ik smekend.

Ze schudde haar hoofd. ‘Hij heeft rust nodig.’

Ik duwde haar opzij en liep naar binnen. Daan zat ineengedoken op de bank.

‘Lieverd, wat is er?’ vroeg ik zachtjes terwijl ik naast hem ging zitten.

Hij keek me aan met grote ogen vol angst en verdriet.

‘Sanne zegt dat als ik bij jou ben, papa verdrietig wordt.’

Mijn hart brak opnieuw.

Ik trok hem tegen me aan en fluisterde: ‘Jij mag altijd van ons allebei houden. Niemand mag jou dwingen te kiezen.’

Die avond schreef ik een lange mail naar Jeroen:
‘Dit kan zo niet langer. We moeten samen voor Daan kiezen, niet voor ons eigen gelijk of geluk.’

Het bleef stil aan zijn kant.

Weken gingen voorbij waarin alles op scherp stond: gesprekken met school, de gezinscoach, eindeloze discussies met Jeroen die steeds meer afstand nam en zich verschool achter Sanne’s woorden.

Op een dag kwam Daan thuis met een tekening: drie poppetjes – hijzelf tussen mij en Jeroen in – en daarachter Sanne met een groot kruis erdoorheen.

‘Waarom heb je dat getekend?’ vroeg ik voorzichtig.

Hij haalde zijn schouders op: ‘Omdat zij altijd boos kijkt als ik over jou praat.’

Het raakte me diep hoe kinderen alles voelen en zien wat volwassenen proberen te verbergen of te manipuleren.

Langzaam begon ik te beseffen dat vechten tegen Sanne geen zin had; ik moest vechten vóór Daan, voor onze band – zonder mezelf te verliezen in woede of verdriet.

Met hulp van de gezinscoach leerde ik om grenzen te stellen en vooral om Daan te laten voelen dat hij veilig was bij mij, wat er ook gebeurde bij zijn vader thuis.

Het contact met Jeroen bleef moeizaam, maar soms – heel soms – zag ik weer iets van de man met wie ik ooit een gezin vormde als hij me aankeek tijdens ouderavonden of sportdagen van Daan.

Sanne bleef aanwezig als een schaduw over ons leven, maar haar macht over mij werd minder naarmate mijn vertrouwen in mezelf groeide.

Nu, jaren later, kijk ik terug en vraag ik me af: hoeveel invloed mag een nieuwe partner hebben op het leven van een kind? En hoe blijf je overeind als moeder wanneer alles om je heen verandert?

Hebben jullie ooit meegemaakt dat iemand probeerde jouw plek in het leven van je kind in te nemen? Hoe gingen jullie daarmee om?