Na mijn zestigste: wat ik niet langer opoffer

‘Mam, kun je vanmiddag even op de kinderen passen?’, vraagt mijn dochter Marieke terwijl ze haar jas al aantrekt. Haar stem klinkt haastig, alsof ze verwacht dat ik toch wel ja zeg. Ik kijk naar haar, naar de wallen onder haar ogen, en voel de oude reflex opkomen: natuurlijk help ik. Maar vandaag blijft het stil in mij.

‘Marieke,’ zeg ik zacht, ‘ik denk dat ik vandaag even voor mezelf moet kiezen.’

Ze kijkt me aan, verbaasd, bijna gekwetst. ‘Maar mam, je weet toch dat ik die vergadering niet kan missen? Je hebt altijd gezegd dat je er voor ons bent.’

Altijd. Het woord echoot in mijn hoofd terwijl Marieke de deur achter zich dichttrekt. Altijd was ik er. Voor haar, voor mijn zoon Jeroen, voor mijn kleinkinderen, voor mijn man Kees – tot aan zijn dood drie jaar geleden. Sindsdien ben ik het anker van de familie geworden. De vrouw die alles opvangt, regelt, oplost.

Maar nu ben ik 63. Mijn handen trillen als ik de theepot vasthoud. Niet van ouderdom, maar van spanning. Want vandaag heb ik iets gedaan wat ik nooit eerder durfde: nee zeggen.

De stilte in huis is oorverdovend. Ik hoor het tikken van de klok, het zachte gezoem van de koelkast. Mijn gedachten razen. Ben ik egoïstisch? Laat ik mijn kinderen in de steek? Of is dit eindelijk het moment waarop ik mezelf mag toestaan te bestaan buiten hun verwachtingen?

Mijn telefoon trilt. Een appje van Jeroen: ‘Mam, kun je morgen even langskomen? De kraan lekt weer en Sanne heeft migraine.’

Ik zucht diep. Mijn zoon, altijd druk met zijn werk als advocaat in Utrecht, rekent op mij zoals hij altijd heeft gedaan. Ik zie mezelf weer staan in hun keuken, een theedoek om mijn schouder, terwijl Sanne klaagt over hoofdpijn en Jeroen zich opsluit op zijn kantoor.

‘Misschien moet je het deze keer zelf proberen,’ typ ik terug. Mijn vingers beven terwijl ik op verzenden druk.

Het duurt niet lang voordat de telefoon overgaat. ‘Mam, wat is er aan de hand? Je klinkt zo afstandelijk de laatste tijd.’

‘Niets bijzonders,’ lieg ik. ‘Ik ben gewoon moe.’

‘Je weet dat we je nodig hebben,’ zegt hij zacht.

‘En wanneer heb jij mij voor het laatst gevraagd hoe het met míj gaat?’ hoor ik mezelf zeggen. Het is eruit voordat ik het doorheb.

Er valt een stilte aan de andere kant van de lijn. ‘Sorry mam,’ zegt hij uiteindelijk. ‘Dat had ik niet door.’

Ik hang op en staar uit het raam naar de regen die tegen het glas tikt. Mijn gedachten dwalen af naar vroeger, toen Kees nog leefde en we samen wandelden langs de Vecht. Hij zei altijd: ‘Helena, je moet ook aan jezelf denken.’ Maar ik lachte dat weg. Wie zou er anders voor iedereen zorgen?

De dagen verstrijken en de spanning in huis groeit. Marieke appt minder vaak, Jeroen belt alleen als er iets stuk is of als hij oppas nodig heeft. Mijn kleindochter Sophie stuurt me een tekening via WhatsApp: ‘Oma, kom je snel weer spelen?’

Mijn hart breekt een beetje bij het zien van haar krabbels. Maar ik weet dat als ik nu toegeef, alles weer wordt zoals vroeger – en dat wil ik niet meer.

Op een zondagmiddag staat Marieke ineens voor de deur. Haar gezicht staat strak.

‘Mam, wat is er toch met je? Je bent zo veranderd sinds papa er niet meer is.’

Ik nodig haar uit aan tafel en schenk thee in. ‘Marieke,’ begin ik voorzichtig, ‘ik ben moe. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal. Jarenlang heb ik alles gegeven wat ik had – voor jou, Jeroen, papa, de kleinkinderen. Maar nu… nu voel ik dat ik iets terug wil voor mezelf.’

Ze kijkt me aan met vochtige ogen. ‘Maar wij hebben je nodig.’

‘En ik heb mezelf nodig,’ zeg ik zacht.

Het gesprek loopt uit op een ruzie. Marieke verwijt me dat ik haar in de steek laat op het moment dat ze me het hardst nodig heeft. Ik voel me schuldig en opgelucht tegelijk – eindelijk zeg ik wat er al jaren in mij borrelt.

De weken daarna voel ik me verloren. De familie-app blijft stil; zelfs Sophie stuurt geen tekeningen meer. Ik probeer nieuwe dingen: yoga in het buurthuis, schilderen met een groepje vrouwen uit de straat. Voor het eerst in jaren voel ik ruimte om adem te halen.

Op een dag belt Jeroen onverwacht aan. Hij staat met hangende schouders op de stoep.

‘Mam…’ begint hij aarzelend, ‘ik snap nu pas hoe zwaar het voor je moet zijn geweest al die jaren.’

We praten lang die avond. Over verwachtingen, over liefde die soms verstikkend kan zijn, over grenzen stellen zonder elkaar kwijt te raken.

Langzaam keert het contact met Marieke ook terug. Ze appt: ‘Sorry mam, ik was oneerlijk tegen je. Misschien moeten we allemaal leren om niet alles van jou te verwachten.’

Mijn kleinkinderen komen weer logeren – maar nu alleen als het mij uitkomt. We bakken pannenkoeken en lachen om elkaars geklieder met stroop.

Soms voel ik nog steeds schuld als ik nee zeg. Maar steeds vaker voel ik trots – omdat ik eindelijk mezelf durf te kiezen.

Nu zit ik hier aan tafel met een kop thee en kijk naar buiten waar de regen zachtjes ophoudt. Hebben we niet allemaal recht op een stukje leven voor onszelf? Of is dat egoïsme? Wat denken jullie: wanneer is het tijd om jezelf op de eerste plaats te zetten?