Na 62-jarige leeftijd, na 35 jaar huwelijk, sta ik op het punt te scheiden – mijn leven in puin
‘Dus… je meent het echt, Henk?’ Mijn stem trilt, terwijl ik de koffiemok in mijn handen draai. Het is een druilerige dinsdagmiddag in onze woonkamer in Amersfoort. Buiten tikt de regen tegen het raam, maar binnen is het ijskoud. Henk kijkt me niet aan. Zijn blik is gefixeerd op het tafelkleed dat mijn moeder ooit voor ons borduurde. ‘Ja, Marjan. Ik kan zo niet verder. We leven langs elkaar heen. Al jaren.’
Ik voel hoe mijn keel dichtknijpt. ‘En na vijfendertig jaar kom je daar nu pas achter?’ Mijn stem klinkt scherper dan ik bedoel. Henk haalt zijn schouders op, alsof het allemaal niets uitmaakt. ‘De kinderen zijn de deur uit. We hebben alles gedaan wat we moesten doen. Maar ik wil niet oud worden met iemand die ik niet meer herken.’
Zijn woorden snijden dieper dan ik had verwacht. Ik kijk naar zijn handen – diezelfde handen die ooit mijn gezicht streelden, die onze kinderen vasthielden toen ze hun eerste stapjes zetten. Nu liggen ze slap op tafel, alsof ze hun kracht verloren zijn.
‘En wat dan? Ga je ergens anders heen? Is er iemand anders?’ Mijn stem breekt. Henk zucht diep. ‘Nee, Marjan. Er is niemand anders. Ik wil gewoon… rust. Vrijheid.’
De stilte die volgt is oorverdovend. In mijn hoofd razen herinneringen voorbij: onze bruiloft in het stadhuis van Utrecht, de geboortes van onze dochters Sanne en Iris, de vakanties op Texel, de ruzies om geld, de verzoeningen bij kaarslicht. Alles lijkt nu zo ver weg.
Die avond bel ik Sanne. ‘Mam? Wat is er?’ Haar stem klinkt bezorgd. Ik slik en probeer dapper te zijn. ‘Je vader en ik… we gaan uit elkaar.’ Aan de andere kant van de lijn blijft het stil. Dan hoor ik haar snikken. ‘Maar… jullie zijn altijd samen geweest! Hoe kan dat nou?’
Ik weet het zelf ook niet meer. De dagen daarna voel ik me als een schim in mijn eigen huis. Henk slaapt op de logeerkamer. We praten nauwelijks nog met elkaar; alleen over praktische zaken als de hypotheek en wie de hond uitlaat.
Iris komt langs met haar zoontje Bram van vijf. Ze kijkt me aan met diezelfde blauwe ogen als haar vader. ‘Mam, waarom nu? Jullie zijn toch gelukkig samen?’
Ik probeer uit te leggen dat geluk soms verandert, dat liefde niet altijd genoeg is om bij elkaar te blijven. Maar hoe leg je dat uit aan je kind, als je het zelf niet begrijpt?
Op een avond zit ik alleen aan tafel, een glas wijn in mijn hand. De stilte in huis is ondraaglijk. Ik denk terug aan vroeger: hoe Henk en ik samen dansten in de woonkamer, hoe we samen lachten om flauwe grappen, hoe we samen huilden toen mijn vader overleed.
Waar is het misgegaan? Was het toen Henk zijn baan verloor en maandenlang somber was? Of toen ik steeds vaker bij vriendinnen ging eten omdat het thuis zo stil was? Of misschien gewoon omdat het leven ons langzaam uit elkaar heeft getrokken?
Mijn zus Els belt me op. ‘Marjan, je moet voor jezelf kiezen nu. Je hebt altijd voor iedereen gezorgd – voor Henk, voor de meiden, voor mama toen ze ziek was… Maar wanneer heb jij voor jezelf gekozen?’
Haar woorden raken me diep. Want eerlijk gezegd weet ik niet meer wie ik ben zonder Henk. Mijn hele volwassen leven draaide om ons gezin, om zorgen en regelen en liefhebben.
De weken verstrijken. Henk en ik regelen de scheiding via een mediator in Utrecht. Het huis moet verkocht worden; ik zoek een appartementje in Vathorst. De meiden zijn boos, verdrietig, soms begripvol – maar vooral in de war.
Op een dag vind ik een oude foto van ons samen op Vlieland, jong en verliefd, lachend in de wind. Ik barst in tranen uit. Hoe kan liefde zo verdwijnen?
De verhuizing is zwaar. Mijn nieuwe appartement voelt kaal en leeg zonder de vertrouwde geluiden van thuis – geen gestommel op de trap, geen geur van Henk’s koffie in de ochtend.
Toch begin ik langzaam te wennen aan het alleen zijn. Ik koop bloemen voor mezelf, ga naar yogales met Els, leer nieuwe mensen kennen in het buurtcentrum.
Maar elke avond als ik naar bed ga, vraag ik me af: had ik meer moeten vechten? Had ik signalen gemist? Of is dit gewoon hoe het leven soms loopt?
Sanne komt op bezoek met haar vriendin Noor. Ze nemen taart mee en we lachen samen om oude verhalen. Voor het eerst in maanden voel ik me weer een beetje mezelf.
Toch blijft er een leegte die niet zomaar verdwijnt. Soms mis ik Henk verschrikkelijk – zijn droge humor, zijn warme hand op mijn rug als ik niet kon slapen.
Maar misschien is dit ook een nieuw begin. Misschien mag ik eindelijk ontdekken wie Marjan is zonder Henk.
Hebben jullie ooit zo’n breuk meegemaakt? Hoe vind je jezelf terug na zoveel jaar samen? Wat zou jij doen als je op mijn plek stond?