Ik gaf mijn huis aan mijn zoon. Nu woon ik in een huurkamer en vraag ik me af of hij nog van me houdt.
Ik werd wakker in een vreemde kamer, zonder de geur van verse koffie of het vertrouwde uitzicht uit mijn oude raam. Mijn huis is nu van mijn zoon, en ik vraag me elke dag af of hij nog van me houdt. Mijn leven voelt als een vergissing die ik niet meer kan terugdraaien.