Vandaag word ik oma – de grens van mijn moederschap en het verdriet van loslaten
‘Mam, kun je alsjeblieft niet zo zenuwachtig doen? Ik heb het zelf al moeilijk genoeg.’
De woorden van mijn dochter Eva snijden door de stilte van de keuken. Het is drie uur ’s nachts. Buiten tikt de regen tegen het raam, binnen ruikt het naar koffie en onrust. Mijn handen trillen als ik haar tas dichtdoe. Ze is klaar om naar het ziekenhuis te gaan, haar vriend Bas staat al bij de deur met de autosleutels.
‘Sorry, lieverd,’ fluister ik, maar ze kijkt me nauwelijks aan. Haar gezicht is bleek, haar ogen groot van spanning en pijn. Ik wil haar vasthouden, haar geruststellen zoals vroeger, toen ze nog een klein meisje was dat bang was voor onweer. Maar nu duwt ze mijn hand weg.
‘Ik bel je als er nieuws is,’ zegt ze kortaf. Bas knikt me toe, zijn blik vriendelijk maar afstandelijk. De deur valt dicht en hun voetstappen verdwijnen in de nacht.
Ik blijf achter in een huis dat plotseling veel te groot lijkt. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik ben blij voor haar, natuurlijk, maar ook bang. Bang dat ik niet meer nodig ben, dat mijn rol als moeder verandert in iets vaags, iets wat ik niet begrijp.
De uren kruipen voorbij. Ik staar naar mijn telefoon, elke trilling laat mijn hart overslaan. Mijn man Jan komt even naast me zitten, legt zijn hand op mijn schouder.
‘Het komt goed, Marja,’ zegt hij zacht. ‘Ze is volwassen nu. Ze kan dit.’
‘Maar wat als ze me nodig heeft? Wat als ze…’
Hij schudt zijn hoofd. ‘We moeten haar loslaten.’
Loslaten. Dat woord klinkt als een vonnis. Alsof ik moet kiezen tussen liefde en afstand.
Om zeven uur ’s ochtends rinkelt eindelijk de telefoon. Eva’s stem klinkt moe maar opgelucht: ‘Mam, alles is goed gegaan. Je bent oma geworden.’
Tranen stromen over mijn wangen. Ik feliciteer haar, vraag honderd dingen tegelijk, maar ze klinkt gehaast.
‘Mam, ik moet ophangen. De verpleging komt zo.’
De dagen daarna mag ik op bezoek komen in het ziekenhuis. Ik koop een knuffelbeer en bloemen, trek mijn mooiste blouse aan. Maar als ik binnenkom, zie ik hoe Bas Eva helpt met voeden, hoe ze samen lachen om hun dochtertje Noor. Mijn hart zwelt van trots, maar ook van jaloezie. Waar is mijn plek?
‘Mam, wil je misschien even koffie halen?’ vraagt Eva terwijl Noor huilt. ‘Bas en ik willen het zelf even proberen.’
Ik knik en loop naar de gang. Daar sta ik, met een bekertje lauwe koffie in mijn hand, te luisteren naar het gehuil van mijn kleindochter achter de deur. Ik voel me buitengesloten in een wereld die ooit helemaal van mij was.
Thuis probeer ik me nuttig te maken: ik kook maaltijden voor Eva en Bas, bied aan om boodschappen te doen of op Noor te passen. Maar telkens krijg ik hetzelfde antwoord: ‘Dank je mam, maar we redden het wel.’
Op een avond barst ik in tranen uit aan tafel.
‘Ze heeft me niet meer nodig,’ snik ik tegen Jan. ‘Ik voel me overbodig.’
Jan zucht diep. ‘Misschien moet je accepteren dat ze haar eigen gezin heeft nu. Dat betekent niet dat ze niet meer van je houdt.’
Maar het voelt wel zo.
Op een zondagmiddag nodig ik Eva uit voor koffie. Ze komt alleen, Noor slaapt bij Bas thuis.
‘Mam, wat is er?’ vraagt ze als ze ziet dat ik zenuwachtig ben.
‘Ik mis je,’ zeg ik zacht. ‘Ik mis hoe we vroeger waren.’
Eva kijkt weg. ‘Mam… Ik ben nu moeder. Ik moet leren het zelf te doen. Jij hebt mij toch ook losgelaten?’
Ik slik. ‘Misschien wel… Maar het doet pijn.’
Ze pakt mijn hand vast. ‘Je bent nog steeds belangrijk voor me. Maar op een andere manier.’
We zitten zwijgend naast elkaar. Buiten schijnt de zon op de natte stoeptegels.
De weken gaan voorbij en langzaam vind ik een nieuw ritme. Ik zie Noor af en toe, help waar het kan zonder te veel te vragen. Soms voel ik me nog steeds overbodig, soms ben ik trots op hoe zelfstandig Eva is geworden.
Op een dag krijg ik een appje: ‘Mam, kun je oppassen? Bas en ik willen samen even weg.’
Mijn hart maakt een sprongetje. Misschien is dit de nieuwe balans waar we naar zochten.
’s Avonds als Noor slaapt in haar wiegje en ik haar kleine handje vasthoud, denk ik terug aan die nacht in de keuken.
Waar eindigt moederliefde? En wanneer begint het loslaten echt? Misschien is dat wel de grootste uitdaging van allemaal.